De wielrenner die een Merckx had kunnen zijn

Opgelucht en trots nam Jan Ullrich (33) gisteren afscheid als wielrenner. De enige Duitse Tourwinnaar kan terugzien op een carrière met talloze hoogte- en dieptepunten. „Hij had net zo groot kunnen zijn als Merckx.”

Geletruidrager Armstrong volgt Ullrich in de Pyreneeën in de Tour van 2003. Ullrich valt in de slottijdrit. Foto Reuters JAN ULLRICH OF GERMANY AHEAD OF LANCE ARMSTRONG OF THE USA DURING THE FOURTEENTH STAGE OF THE TOUR DE FRANCE. Bianchi team rider Jan Ullrich of Germany ahead of US Postal team rider Lance Armstrong of the USA during the 191.5km fourteenth stage of the Tour de France cycling race between Saint-Girons and Loudenvielle le Louron July 20, 2003. Saeco team rider Gilberto Simoni won the stage and Armstrong retained his overall race leader's yellow jersey. Pictures of the month July 2003 REUTERS/Jacky Naegelen PP03070075 REUTERS

Stralende gezichten op de eerste rij, in Ballsal 2 van het sjieke Hamburgse hotel waar Jan Ullrich gisteren zijn afscheid als renner aankondigde. Zijn moeder en broers applaudisseerden. Peter Becker, zijn oude trainer uit de DDR, slikte geëmotioneerd. Dáár, op de eerste rij, zaten de mensen die het fenomeen Ullrich echt kunnen doorgronden. In al zijn kracht en zwakheid.

„We hebben Jan Ullrich al als dertienjarige jongen getest op de ergometer”, herinnert trainer Becker zich. „We keken toen al bij hoeveel Watt hij hoeveel lactaat had, wat zijn hartfrequentie was en zijn herstelvermogen. Vervolgens hielden we nauwkeurig bij hoe hij zich gedurende het trainingsprogramma verder ontwikkelde.” Veel vakjargon, maar één ding is duidelijk: Ullrich leefde vanaf zijn dertiende als een profrenner.

Critici menen dat de ‘onmenselijk’ zware Oost-Duitse aanpak voor Ullrich negatief heeft uitgepakt. Maar voor sportjongens als de Ullrichs – ook zijn broers waren uitblinkers in hardlopen en fietsen – bood de DDR juist ideale mogelijkheden om aan het grauwe klimaat in Rostock te ontsnappen.

Vanuit een arm gezin, vader had de familie al vroeg verlaten, werd Ullrich uitverkoren voor de Kinder und Jugend Sportschule Werner Seelenbinder. Hij groeit er al gauw uit tot een grote belofte. Andreas Klöden, zijn latere ploeggenoot bij T-Mobile, vertelde hoe hij opkeek tegen zijn twee jaar oudere schoolkameraad. Samen keken ze in de zomer van 1989 stiekem naar het verbodene: de Tour de France, met het historische duel tussen Greg LeMond en Laurent Fignon. Twee maanden later viel de Muur.

Ook in het verenigde Duitsland liet Ullrich zich onverminderd hard aanpakken door Becker. Moeiteloos somt de 69-jarige Berlijner het rijtje op. „Bij de senioren fietste hij 20.000, 21.000 kilometer per jaar, om op zijn twintigste wereldkampioen bij de amateurs te worden met 26.300 kilometer.” Ullrich en Becker waren op dat moment verhuisd naar Hamburg, waar manager Wolfgang Strohband een sponsor regelde. In 1995 werd Ulle prof bij Telekom.

Na een verrassende tweede plaats in de Tour van 1996 begon Ullrich het jaar erop in topvorm. Op weergaloze wijze zette hij een torenhoge piek op zijn carrière. In de etappe naar Arcalis reed hij topklimmers als Marco Pantani en Richard Virenque bergop los. In de tijdrit, zijn grote specialiteit, naar Saint-Etienne gaf hij een zelden vertoonde rijles. Op zijn 23ste bracht hij het geel naar Parijs met negen minuten voorsprong. Na tien jaar keihard trainen en leven als een prof had hij zijn hoogtepunt bereikt.

Daarna veranderde er veel. Dikke contracten, volop media-aandacht, hoge verwachtingen. De gewone sportjongen uit Rostock was getraind om te fietsen, niet om te leven als een ster. Hij zocht ontspanning in wijn en chocolade. Met zijn aanleg voor overgewicht, begon hij menig seizoen te zwaar. Het leverde een stempel op waar hij nooit meer van af kwam: hij kon de weelde niet aan, leefde niet voor zijn sport.

Zijn begeleiders bij Telekom, het latere T-Mobile, reageerden verdeeld. „Als Jan de eergierigheid van Erik Zabel had, dan was hij even groot geworden als Eddy Merckx”, stelde manager Walter Godefroot kritisch. „Jan is een teddybeer”, vergoeilijkte ploegleider Rudy Pevenage. „Hij is zo’n aardige jongen dat je niet boos op hem kunt worden. Hij kan het nu eenmaal niet opbrengen om 365 dagen per jaar voor de wielersport te leven. Maar ik heb niemand gekend die in korte perioden zo hard kon trainen.”

Groots was de manier waarop Ullrich tot twee keer toe opstond uit een diepe crisis. In 1999 kampte hij voor het eerst met knieproblemen, de grootste angst van elke renner. Daar kwam een doping-verhaal in Der Spiegel bovenop. „Misschien stopt Jan wel”, zei manager Strohband voor de Ronde van Zwitserland. Pevenage haalde Ullrich uit het dal en een paar weken later won hij de Vuelta. In 2002 was de ellende nog groter, opnieuw ingeleid door knieklachten. Ullrich vluchtte in drank en pillen, werd geschorst en vertrok bij T-Mobile. Een jaar later schitterde hij voor de ploeg van Bianchi in de Tour. T-Mobile was er snel bij om de herboren ster terug te halen.

Hoewel hij een decennium lang een van de meest gezichtsbepalende renners van het peloton was, reikte hij nooit meer tot de piek van 1997. Zijn erelijst bevat mooie hoogtepunten, maar is misschien te kort voor een coureur van zijn klasse. Ullrich was geen ‘koersbeest’ en geen ‘killer’. Hij was kwetsbaar. Het leverde hem bij zijn afscheid kritiek op. Zoals ook zijn nog altijd niet bewezen betrokkenheid bij Operación Puerto zijn reputatie beschadigde. Maar veelzeggend waren gisteren de positieve reacties van collega-renners, van Lance Armstrong tot Michael Boogerd. Net als de mensen op de eerste rij weten zij als geen ander dat Jan Ullrich zijn successen niet heeft gestolen.