De Muynck laat grote namen vallen

Toneel: Alles is ijdelheid door Needcompany. Regie: Jan Lauwers. Gezien: 26/2 Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 18/5. Inl.: www.needcompany.org.

Aan het slot breken de emoties door bij de Vlaamse actrice Viviane De Muynck, die de rol vertolkt van de Duits-Franse schrijfster Claire Goll (1890-1977). Ze staat hoekig, krachtig maar niet vervuld van zichzelf op het podium. Alleen. Haar toneelmonoloog, uitgebracht door de Needcompany, heet Alles is ijdelheid naar de gelijknamige memoires van Goll.

De talrijke theaterlampen die De Muynck als een sterrenhemel verlichten, doven en glijden langzaam naar beneden. Het is alsof haar wereld aan scherven gaat. Claire Goll is bijna negentig als ze sterft. Haar boek van de herinnering is voltooid. Ze beseft dat de tijd dat zij een jonge vrouw was, die even intieme als stormachtige relaties onderhield met de grote kunstenaars, echt voorbij is.

Boek en voorstelling mogen dan Alles is ijdelheid heten, Claire Goll gaat behoorlijk prat op haar verhoudingen met de groten uit de bloeitijd van de Parijse kunsten. De namen regenen over het podium: Picasso, Léger, Chagall, Gertrude Stein, haar man Yvan Goll, en nog meer. En meer. Aan iedereen wijdt ze een bijtende anekdote, een striemende sneer. Beckett bijvoorbeeld haat ze omdat hij nog droger is dan een stuk 'boomschors’. Surrealist André Breton was heetgebakerd en ijdel. Niemand anders dan hij mocht de term ‘surrealisme’ gebruiken. Salvador Dalí stelde eigenlijk niets voor, hij was een maaksel van zijn echtgenote Gala. Rilke was een estheet, zelfs in bed. Zij verachtte Henry Miller mogelijk nog meer dan Joyce. Dezelfde Miller is ooit door Gerard Reve afgeserveerd als een ‘bosneuker’.

Een highbrow-voorstelling als deze eist van de toeschouwer onheus veel kennis. Alleen wanneer je alle namen paraat hebt, en bij die namen het werk, dan gaan Golls vileine anekdotes leven. Je schiet in de lach om de manier waarop zij deze grote namen reduceert tot kleine, jaloerse wezentjes. Maakt dat hun schilderijen en boeken minder interessant? Ik geloof van niet.

Er kleeft ook iets irritants aan dit ijdele namedropping. Maar Viviane De Muynck bezit als actrice voldoende kracht en présence om van Goll zelf een tragische heldin te maken. De mooiste en eerlijkste passages gaan over de ouderdom. „Ouderdom zetelt in de rimpels van de huid”, zegt ze, „en niet in het hart of elders”. Over deze klemmende tragiek had ik liever meer gehoord. Aan het slot veroorzaakt het vergeefse gevecht tegen de ouderdom een snik in haar stem en een weemoedige cadans in haar dictie. In deze scènes wordt De Muynck echt groots.

Natuurlijk leven de kunstenaars in hun werk voort. Maar dankzij Goll en De Muynck ook in fijne, gemene wetenswaardigheden.