De liesbreuk zit links, nee, rechts of eh...

Clairy Polak zei het al: „Als je nu in het ziekenhuis ligt om geopereerd te worden, en je ziet deze uitzending, lig je niet meer zo lekker.” Zeg dat. Nova „had de hand weten te leggen op” een rapport van de Inspectie van de Gezondheidszorg dat vandaag verschijnt (maar Nova had het gisteren al! Primeur! Het werd zeker drie keer gezegd „een rapport waar Nova de hand op heeft weten te leggen”. Knap hè, van Nova) waarin niet malse kritiek werd geleverd op de manier waarop in ziekenhuizen wordt samengewerkt tussen de verschillende afdelingen, informatie wordt doorgegeven en vastgelegd, het gebrek aan regie, de rommelige patiëntendossiers waarin aandoeningen van links naar rechts verschuiven en terug en waarin de patiënt niet centraal staat. Ook staan in de dossiers geregeld gewicht en bloeddruk vermeld zonder dat duidelijk is of er gemeten is of overgeschreven (terwijl variaties daarin veel voorkomen en veelzeggend kunnen zijn), medicatie wordt niet precies bijgehouden en uit de verslaglegging blijkt al evenmin dat er een afweging wordt gemaakt in het belang van de patiënt of dat de behandelwijze wordt aangepast op grond van de gegevens uit het pre-operatieve traject, als die gegevens überhaupt al ter beschikking van de chirurg staan.

Ja daar lig je dan in je ziekenhuisbedje. Nu hoop je natuurlijk dat er in Nova een deskundige komt die zegt dat het allemaal wel meevalt. En die was er ook, de heer Hans Brom, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde. Maar ontzenuwen deed hij eigenlijk niets. Hij mopperde dat de inspectie wel op een heel ongelukkig tijdstip met dit rapport kwam, precies tussen twee rapportagesystemen in (en op datzelfde ongelukkige tijdstip word jij, patiënt, geopereerd) en dat de situatie op de werkvloer anders was dan uit het rapport bleek, dat sommige gegevens bij de behandelaar vast wel bekend waren ook al werden ze niet in het dossier vastgelegd, dat een behandelend arts toch een relatie met zijn patiënt heeft (in je ziekenhuisbed probeer je je tevergeefs het gezicht van de behandelaar voor de geest te halen, je hebt hem maar één keer gezien, toen zei hij: „Ik ga de operatie zo en zo aanpakken, loopt u ook nog even langs anesthesie”) en dat alles binnenkort geautomatiseerd zal worden, zodat overal op elk moment alle gegevens kunnen worden opgevraagd en ingevoerd. Dat maakt het overschrijven van gewicht en bloeddruk een stuk gemakkelijker. Dat zal de patiënt ook zeker meer centraal stellen. Artsen hebben soms niet eens tijd om je aan te kijken omdat ze zo druk in het scherm zitten te staren.

Nu ja, je moet maar denken in je ziekenhuisbed: het is allemaal veel beter dan in Afghanistan, waar zelfs het splinternieuwe stoplicht dat midden in Kabul geïnstalleerd is niet aan het werk te krijgen is. Je zag het in een Britse documentaire die de VPRO had aangekocht over een rijschool in Kabul die ook aan vrouwen les geeft. De verslaggever kon zijn oren niet geloven, een instructeur die bij de Talibaan was geweest en die nu vrouwen rijles gaf! Een man die eerst had gevonden dat vrouwen helemaal niet buitenshuis mochten komen, en nooit alleen met een man mochten zijn die geen familie was, en niets mochten leren ook. Nu sist hij tegen de vrouwen: „Je moet rijden als een man!” of „Je leert ’t wel, maar dan is mijn baard al grijs” en zegt tegen de verslaggever dat hij het leuk vindt om les te geven aan meisjes als de slimme Roya, die een IT-opleiding in Pakistan heeft gevolgd. Maar lachen mag nog steeds niet, als vrouw. En als je rij-examen doet word je beledigd door toeschouwers.

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen