De groentesoep van oma gaf de doorslag

Twee broers Staal spelen al in de Noord-Amerikaanse ijshockeycompetitie (NHL).

De Nederlands-Canadese familie is een dynastie aan het worden in de sport.

In de derde speelperiode van de ijshockeywedstrijd tegen de Montreal Canadiens is het raak voor Eric Staal. De jonge sterspeler van de Carolina Hurricanes, de kampioen van de National Hockey League (NHL), de Noord-Amerikaanse ijshockeycompetitie, maakt zich meester van de puck en schuift hem van meters afstand het doel in.

Het is de 25ste goal dit seizoen voor Staal, een lange, 22-jarige Canadees van Nederlandse afkomst. Samen met twee voorzetten van Staal, die eveneens doelpunten hebben opgeleverd, leidt de goal tot een 5-3 zege voor de Hurricanes. Zo brengt Staal, in zijn derde jaar als profijshockeyer, zijn salaris van vier miljoen dollar op voor het team uit Raleigh, North Carolina, waarmee hij vorig jaar de begeerde Stanley Cup won.

Wellicht bijna even belangrijk voor Staal is dat hij door het doelpunt weer op gelijk niveau is gekomen met zijn jongere broer Jordan (18). Deze Staal speelt als rookie (eerstejaars prof) bij de Pittsburgh Penguins. Hij heeft iedereen verbluft met zijn prestaties. Bij een wedstrijd tegen zijn jeugdidolen, de Toronto Maple Leafs, maakte hij deze maand drie doelpunten – de jongste speler ooit in de NHL die dat is gelukt. Hij heeft inmiddels net als Eric 25 doelpunten.

„Het verbaast me niet”, zegt Eric Staal na een training. „Hij is een geweldige speler, en krijgt steeds meer minuten op het ijs. Zijn zelfvertrouwen groeit, dat zie je.” Gevraagd of hij zich onder druk gezet voelt door zijn broer, grinnikt Eric. „Niet echt. Ik ben trots op de manier waarop hij speelt. Ik wil succes voor hem en voor mezelf. Het zijn goede tijden voor ons.”

Die vriendelijke maar gedreven rivaliteit is kenmerkend voor huize Staal, een Canadese plattelandsfamilie van Nederlandse afkomst die hard op weg is een instituut te worden in het profijshockey. Want behalve Eric en Jordan is ook de 20-jarige verdediger Marc Staal al gecontracteerd door een NHL-team, de New York Rangers. Marc speelt dit jaar nog voor de Sudbury Wolves, een juniorenteam in het Canadese Ontario. Ook de jongste Staal, de 16-jarige Jared, is dit jaar bij dat team begonnen aan een opmars.

De familie Staal is dan ook omschreven als een mogelijke „NHL-dynastie” door het gerenommeerde Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated. „Staal is een merknaam aan het worden in ijshockey”, zegt Luke DeCock, die de sport verslaat voor The News and Observer in Raleigh. „Ook Jared wordt straks aangetrokken door een team, al is het maar omdat hij Staal heet.”

De gebroeders Staal bekwaamden zich in ijshockey tijdens de strenge winters in het afgelegen Thunder Bay, Ontario. Hun vader, Henry Staal, een zoon van immigranten uit Drenthe die begin jaren vijftig naar Canada trokken, bouwde een ijsbaan op het land van zijn boerderij, waar van voorjaar tot herfst gras wordt verbouwd voor gazons en golfbanen. „In de winter hebben we het minder druk, en dit gaf de jongens wat te doen”, vertelt Henry, die zelf opgroeide als een goede Canadees: hij keek naar ijshockeywedstrijden op tv, en leerde de sport spelen met zijn broers.

Nu maken wel meer Canadezen ’s winters een ijsbaantje in de tuin, maar de baan bij de familie Staal was mooier dan de meeste. „Hij was 30 bij 18 meter groot, met afscheidingsplaten eromheen, en echte doeltjes”, zegt Henry. „En met lichten, want het wordt ’s winters vroeg donker.” De ijsbaan was een attractie. „We waren er altijd op”, vertelt Eric. „Het hield ons uit huis met vier jongens. Zodra we thuiskwamen van school gingen we het ijs op, totdat onze moeder ons binnenriep om te eten.” Moeder Linda Staal is een dochter van immigranten uit Overijssel.

Wedstrijden tussen de Staals gingen meestal tussen Eric en Jared enerzijds en Marc en Jordan anderzijds. „We wilden allemaal winnen”, zegt Eric. Toch lag de nadruk op plezier: „Er werd wel eens met een hockeystick gesmeten, maar over het algemeen hadden we er altijd lol in. We hebben er veel van geleerd, en het heeft ons geholpen.”

Vader Henry, die in tegenstelling tot zijn zoons nog een paar woorden Nederlands spreekt, kreeg in de gaten dat zijn zoons talent ontwikkelden bij juniorenteams. „Ze waren altijd bij de beste spelers.” Hij bracht de jongens naar ijshockeytraining, maar trainde hen zelf niet. Zijn rol was die van supporter, niet van harde leermeester die zijn kroost dwingt tot prestaties.

„Onze ouders steunden ons omdat we van ijshockey hielden”, zegt Eric, die er vanaf zijn zevende van droomde in de NHL te spelen. Ook nu zijn zoons het ouderlijk huis verruilen voor profijshockey, is Henry Staal bescheiden. „We hopen dat ze slagen in ijshockey – maar ook dat ze er lol in hebben.”

Wat de gebroeders Staal thuis vooral leerden, was hard werken. ’s Zomers maakten ze lange uren op de boerderij. „Eric begint vroeg en gaat lang door”, zegt journalist DeCock. „Dat heeft hij van huis uit meegekregen.” Eric noemt de immigrantenmentaliteit van zijn grootouders uit Nederland als inspiratie. „Zij hadden heel weinig en moesten overal hard voor werken. Als kinderen werd ons bijgebracht dat arbeid wordt beloond. Daarom zijn we nu in staat om in de NHL te spelen.”

Het succes van de gebroeders Staal is echter ook te danken aan hun uitzonderlijke vaardigheden. „Eric is een van de meest getalenteerde spelers in de competitie, buitengewoon waardevol voor de Hurricanes”, zegt DeCock. „Hij is een speler die nauwelijks te stoppen is als hij de puck heeft, en kan uitstekend schieten.” Met zijn 1 meter 95 en 93 kilo is Eric relatief slank ten opzichte van de oudere, stoere spelers die op hem inbeuken; hij heeft het voorkomen van een Hollandse jongen. „Hij zal de komende jaren sterker worden, en nog beter”, voorspelt DeCock.

Jordan Staal is met zijn 1 meter 95 en 98 kilo al forser dan Eric was op zijn leeftijd. „Toen hij werd gecontracteerd stak hij fysiek boven alle andere 18-jarigen uit”, zegt Joe Sager, ijshockeyverslaggever in dienst van de Pittsburgh Penguins. „Je kon aan hem zien dat hij een krachtige speler zou worden. Jordan heeft al in zijn eerste jaar alle verwachtingen overtroffen. Hij is snel en heeft een intelligente visie op hoe het spel zich ontwikkelt; hij is op het juiste moment op de juiste plaats.”

Vorig najaar speelden Eric en Jordan voor het eerst als profs tegen elkaar. Eric won. „Het was opwindend om Jordan op het ijs te zien in NHL-tenue”, vertelt hij. „Hij heeft hetzelfde gehaald als ik, en ik was trots op hem. Maar we wilden allebei winnen.”

Hoogtepunt voor de familie Staal was de winst van de Stanley Cup door Eric met de Hurricanes, vorig jaar. Zoals gebruikelijk mocht elke speler de beker mee naar huis nemen. Eric bracht de Cup naar Thunder Bay en gaf een feest op de boerderij. „Dat is iets waar ik eerst van droomde, nu is het al gebeurd”, zegt hij. Vader Henry was trots: „Sinds mijn zesde kijk ik elk jaar hoe na de finale de kolossale Stanley Cup omhoog wordt getild. En dan zie ik die cup hier bij ons thuis.”

Dat gold ook voor de grootouders van Eric, allen in de tachtig. Henry Staal: „Mijn vader en schoonvader houden al heel lang van de sport, en kijken altijd mee.” Beide oma’s koken al sinds de jongens klein waren Hollandse kost voor ze, zoals stamppot, vlees en aardappelen, en soep. „Elke zondag gingen ze naar oma voor groentesoep”, lacht Henry. „Dat heeft de doorslag gegeven.”

Tegenwoordig zijn alle jongens ver van huis. De ijsbaan in de tuin is er niet meer. Maar de droom van de familie Staal is springlevend, zegt Eric: „Hopelijk zien we de andere twee snel in de NHL.”