Dat bloempotkapsel, dat fietsenrek, die bruine jurk, die luciferbenen

‘Ik loop naar de Albert Heijn, en daar pak ik een bananendoos”, zei mijn vader. „Die doos neem ik mee naar huis, dan doe ik er oude papieren in, en gooi ik hem weg.” Dit ritueel met bananendozen voltrekt zich kennelijk al weken elke dag, want zijn werkkamer wordt steeds leger. Geen idee wat het betekent. Het zal het voorjaar wel zijn.

Gelukkig bekijkt hij de papieren voor ze in de bananendoos gaan, want af en toe zit er iets aardigs tussen. Iets dat over mij gaat, bijvoorbeeld. Ik ben van de overtuiging dat je jezelf ontroerend mag vinden, maar alleen op foto’s van honderd jaar geleden. Je eigen oude tekeningen mag je ook ontroerend vinden, en je eigen oude opstelletjes over een pianokruk die wegliep van huis omdat hij er genoeg van had dat iedereen steeds op hem ging zitten.

Natuurlijk, het kán eigenlijk niet, jezelf ontroerend vinden. Maar omdat de persoon op de foto, met dat bloempotkapsel, dat fietsenrek, die bruine jurk en die luciferbenen niets meer met jezelf te maken heeft, mag het. Met mate.

Zo moest ik bijna huilen toen ik een oude brief van mezelf las. Die had ik in Amerika geschreven, toen ik zes was en daar op school zat. Ik schreef aan ene Donna – kennelijk een penvriendin in een ander land – en stelde haar twee belangwekkende vragen. Wat voor bomen ze in haar land hadden, en of zij huisdieren had. „Ik had twee vissen en een hond”, schreef ik zelf. Achter het woord ‘had’ schuilde veel drama, want mijn ene vis had de andere opgegeten en was toen zelf ontploft, en mijn hond moest ik weggeven toen we emigreerden. Zo maakte ik mezelf vijfentwintig jaar later lekker verdrietig met een nooit verstuurde brief.

Ook fijn was een oud Amerikaans schoolrapport. De juf die ik daar had, juf Uff (zo noemden wij haar thuis; haar officiële naam was Barbara Uffman), had heel Amerikaans al mijn vaardigheden de lucht in geprezen. Alles was excellent, great, moest encouraged worden, was super en fantastic. Ook dingen die ik niet kan, zoals tellen. Ik had daar gewoon moeten blijven wonen, dacht ik. Alleen bij gym stond geen uitroep van vreugd, maar een lange zin in priegelhandschrift. Vertaald: „Is bang voor activiteiten. Zwak, moet armen/benen sterker maken.”

Bang voor activiteiten. Sommige dingen veranderen kennelijk nooit.