Dag Jan

Jan zei het met een lachend gezicht: ik zal in de wielersport actief blijven, alleen niet als wielrenner. Hij maakte er een grap van. Typisch Jan, grappen maken op het verkeerde moment.

De persconferentie werd vorige week al aangekondigd. Jan zou ‘een verheugende mededeling’ gaan doen over zijn toekomst. De dagen daarop werd druk gespeculeerd in de Duitse media. Gek genoeg maakte geen enkele krant gewag van een eventuele rentree in het zadel. Het was een uitgemaakte zaak, der Jan zou niet meer koersen.

Iedereen leek opgelucht: dag Jan.

Een werkelijk verheugende mededeling zou het zijn geweest wanneer Jan gisteren het nieuws had gebracht dat de codenamen(‘Jan’, ‘zoon van Rudico’ ) op de bloedzakken in de kwestie-Fuentes verzinsels waren van een dronken diender.

En er dan aan toevoegen: gegroet heren, ik ben weg.

Maar Jan zei in Hamburg dat hij niet zonder het wielrennen kan. Dat hij als pr-man gaat werken voor de kleine Oostenrijkse ploeg Team Volksbank. Hij gaat ook de contacten met de pers onderhouden. Waar hij zin in heeft. Met een schaapachtig voorkomen vuurde hij bittere pijlen af op dezelfde pers die hij gaat bedienen: ‘Ik ben schuldig bevonden zonder proces’.

Hier had hij overigens een punt. De Duitse pers was ongemeen streng voor Ullrich nadat hij vorige zomer aan Fuentes werd gelinkt. Als in een volksgericht kreeg hij emmers pek en veren over zich heen. Jan Ullrich is een foute Duitser, of helemaal geen Duitser. Zoiets. Zou het kunnen dat iemand uit de voormalige DDR iets méér Duitser moet zijn? Onverwoestbaar, moreel onberispelijk, glanzend in de zelfopoffering aan de vlag?

Of culmineerde sportieve teleurstelling in nationale schaamte? Jan Ullrich, dat was de man die na zijn eerste Tourzege in 1997 een rozenkrans overwinningen aan elkaar zou rijgen. Het Duitse equivalent van Eddy Merckx was opgestaan. Maar Jan legde in de wintermaanden een solide basis voor een indrukwekkende reeks tweede plaatsen. De koekjestrommel, dat was zijn donkere vertier en levensgeluk. Als een mollige haan peddelde hij het voorjaar binnen. De natie moest de grollen om Jans potsierlijke postuur lijdzaam ondergaan. Dat wreekt zich op den duur.

Lance Armstrong was bang voor Ullrich. ‘Jan is very special.’ Hij bleef het herhalen. Er was er maar één op wie hij zijn koers afstemde, en dat was Jan. Armstrong had vooral angst voor zijn formidabele vermogen om tijdens de Tour spectaculair te groeien. Jan trainde zich de eerste twee weken als het ware in vorm. Scherp als een mes kwam hij te staan. De derde week bereikte hij het niveau van de verzwakkende Amerikaan. In spanning wachtte de wereld op het moment dat Jans conditionele curve die van Armstrong zou doorsnijden. Doorgaans gebeurde dit tijdens de wandeling naar de Champs Elysées. Of anders in het criterium van Boxmeer op de maandagavond na de Tour.

Het leek erop dat Jan alleen kon functioneren onder de spanning van een foute timing.

Schade.