China blijft voorlopig ontwikkelingsland

Het kan nog wel honderd jaar duren voordat het socialisme in China tot volwassenheid is gekomen. Dat heeft de Chinese premier Wen Jiabao gisteren geschreven in een artikel in het Volksdagblad, de partijkrant.

Volgens de premier, de nummer drie in de hiërarchie van de communistische partij, verkeert China nog steeds in „de eerste fase van het socialisme” en moet het land nog worden beschouwd als een ontwikkelingsland – ook al groeit de economie jaarlijks met rond de 10 procent.

Pas in „een tamelijk lang historisch proces” kan het socialistische systeem tot „volwassenheid” groeien, aldus Wen. Voorlopig moet China daarom vasthouden aan de principes van de partij „gedurende honderd jaar”.

Premier Wen schrijft dat aan de vooravond van jaarlijkse plenaire zitting van het Volkscongres, China’s niet democratisch gekozen parlement. De bijna 3.000 afgevaardigden komen vanaf maandag bijeen in de Grote Hal van het Volk in Peking.

Volgens Wen moet de prioriteit liggen bij „duurzame” ontwikkeling van de economie. Hij zei dat de socialistische markteconomie onvoldoende is ontwikkeld, dat corruptie nog welig tiert en dat de kloof tussen arm en rijk nog lang niet is gedicht.

China moet zich volgens hem hervormen en ontwikkelen op basis van een eigen democratische structuur die niet in tegenspraak is met het socialistische systeem. Dat past in de opvatting dat de Chinese democratie er een moet zijn met Chinese karakteristieken – wat iets anders is dan het westerse meerpartijenstelsel. Wen schrijft ook dat China gestaag voort moet gaan op het pad van hervorming en innovatie teneinde het socialistische systeem uiteindelijk „superieur” te laten zijn aan het kapitalistische.