Bosnië versus Servië: arbitrage à la carte

Bosnië heeft volgens het Internationaal Gerechtshof niet bewezen dat Servië genocide pleegde in de oorlog in Bosnië. En een andere aanklacht was er niet. De uitspraak werpt nieuw licht op de omschrijving van genocide.

In het Bosnische Tuzla volgen vrouwen uit Srebrenica, tegen een achtergrond van foto’s van vermisten, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof op de tv. Foto Reuters Women from Srebrenica react to television coverage from the The International Court of Justice in front of a wall covered with pictures of their missing loved ones in an office in Tuzla February 26, 2007. The top U.N. court ruled on Monday that Serbia did not commit genocide through the killing that ravaged Bosnia during the 1992-95 war, but said Serbia had failed in its obligation to prevent and punish genocide. REUTERS/Damir Sagolj (BOSNIA AND HERZEGOVINA) REUTERS

Het vonnis is even dik als de Gouden Gids. Maar dat kan ook omdat het in Frans en Engels is, de zittingen twee maanden duurden, het rechterlijk overleg tien maanden en de hele zaak veertien jaar. Bosnië versus Servië voor het Internationale Gerechtshof in Den Haag is een historische zaak, waarin voor het eerst het VN-verdrag over genocide is toegepast. Uitslag: in Bosnië vond strikt juridisch geen genocide plaats, behalve in juli 1995 in de VN-enclave Srebrenica. En daarvoor draagt Servië alleen een afgeleide verantwoordelijkheid. Het had op basis van het verdrag een juridische inspanningsverplichting om die genocide te helpen voorkomen, maar heeft dat niet gedaan.

In de ophef rondom de uitspraak ‘Servië pleegde geen genocide’ verdwijnt al gauw uit beeld wat Servië wél te verwijten valt. Het Internationaal Gerechtshof zegt dat er substantieel bewijs is dat de gruwelen in Bosnië beschouwd kunnen worden als oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid. Alleen was het Hof niet bevoegd om Servië daarvoor te veroordelen. Het ging in deze procedure alleen over genocide volgens de strenge definitie van het betreffende VN-verdrag.

Hier wreekt zich dat het Internationale Hof meer een gezelschap scheidsrechters is, waar landen op vrijwillige basis, steeds op grond van aparte verdragen hun geschillen aan kunnen voorleggen. Het Hof is een VN-instelling die in zo’n 300 verdragen wordt aangewezen als beslissende instantie. Letterlijk arbitrage à la carte. Alleen bevoegd in strikt omschreven rechtsgebieden, meestal grensgeschillen. Ook gaat het nog wel eens om grondstoffen of visserijrechten. Als het Hof dus geen genocide bewezen acht, kan er niet zoals in een normaal strafproces worden uitgeweken naar een andere delictsomschrijving. Die staat immers niet in dit ene verdrag. Daardoor kan een uitspraak als deze ook het rechtsgevoel nooit bevredigen: genocide is de zwaarste categorie en tevens de enige. In deze procedure is alleen om de jackpot gespeeld.

Omdat er in het volkenrecht nog nooit over de juridische verantwoordelijkheid voor ‘genocide’ van een land is geoordeeld is ieder juridisch accent in het vonnis interessant. Onmiddellijk valt het grote belang op dat het Hof aan ‘specifieke opzet’ bij genocide toekent. Om te kunnen veroordelen moeten de daders het speciaal hebben gemunt op een positief definieerbare groep. De bedoeling om die ene groep te vernietigen moet overtuigend en waterdicht worden bewezen.

Dat zou het ‘Wannsee-vereiste’ genoemd kunnen worden, naar de conferentie waarop het Hitler-regime schriftelijk de vernietiging van de Europese joden voorbereidde. In Srebrenica was er volgens het Hof ook sprake van zo’n specifieke opzet, zij het dat die beperkt bleef tot de staf van het Bosnisch-Servische leger van Ratko Mladic.

De overige moorden in Bosnië voldeden niet aan dat criterium. Dat waren ‘gewone’ misdaden. Het Hof noemt de moslims wel ‘systematische slachtoffers’ van mishandeling, verkrachting en foltering. „Maar het is niet bewezen dat die gruwelijkheden werden begaan met de specifieke bedoeling de beschermde groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen.” In heel Bosnië vielen tussen 1992 en 1995 zeker 100.000 doden. Alleen bij de 8.000 slachtoffers van Srebrenica is derhalve met voorbedachte rade, georganiseerd overlegd en besloten over de moord op een afgebakende groep.

Dat Servië Mladic steunde met militairen en materieel is volgens het Hof op zichzelf niet voldoende om Belgrado ook juridisch aansprakelijk te houden voor de genocide bij Srebrenica. Het Hof vond ook dat er geen bewijs was om van medeplichtigheid, aanzetten tot of samenzwering tot genocide van Servië te concluderen. Voor een rechtstreekse aansprakelijkheid moest aangetoond worden dat Mladic’ leger uit de Servische Republiek in Bosnië beschouwd kon worden als een staatsorgaan van Servië. Dat was niet aannemelijk. Voor medeplichtigheid, samenzwering of ‘aanzetten tot’ moest duidelijk zijn dat Belgrado rechtstreekse instructies gaf of de regie had. Ook dat kon niet aangetoond worden.

Maar vooral speelde een rol dat Belgrado niet wist wat er zich binnen de staf van Mladic in de bossen rondom Srebrenica in die dagen precies afspeelde. Om medeplichtig te kunnen zijn aan specifieke opzet tot genocide is ‘medeweten’ een strikt vereiste.

Het Hof rekent het de Servische overheid wel zwaar aan dat ze een ‘ernstig risico op genocide’ kon vermoeden. Servië kon Mladic afremmen, maar heeft dat niet gedaan. En daarmee komt Servië in strijd met de plicht uit het VN-verdrag om genocide te voorkomen.

Een belangrijke opsteker voor Servië is dat het nu geen miljarden aan schadeloosstelling hoeft te betalen. Het Hof acht namelijk niet bewezen dat de genocide ook echt voorkomen zou zijn als Servië invloed op Mladic had uitgeoefend. Juridisch draait het hier om het onderscheid tussen een inspanningsverplichting (‘alles doen wat in je vermogen ligt’) en een resultaatsverplichting (‘het resultaat beslist over de vraag of aan de plicht is voldaan’).

Genocide voorkomen is dus volgens het Hof niet hetzelfde als genocide verhinderen. Je best doen is genoeg. Als een land dat niet heeft gedaan krijgt het, zoals in dit geval, een officieel ‘dictum’ aan z’n broek: een verklaring dat Servië zich niet aan deze verplichting uit het VN-verdrag heeft gehouden. En dat het zo snel mogelijk Mladic moet uitleveren. Die symbolische én politieke verklaring sterkt het Joegoslavië-tribunaal.

Het VN-verdrag tegen genocide is te lezen op: www.unhchr.ch/html/menu3/b/p_genoci.htm