Bemiddelaar krijgt acht maanden cel

De rechtbank van Amsterdam heeft de directeur van een stichting die Zuid-Afrikaanse medici naar Nederland haalde veroordeeld tot twaalf maanden celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk.

De directeur, Frans van Loenen, heeft zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte, belastingontduiking en het illegaal tewerkstellen van buitenlanders. De officier van justitie had een celstraf van vijftien maanden geëist, waarvan vijf voorwaardelijk.

Van Loenen, die geen bezwaar heeft tegen het vermelden van zijn naam, haalde met de Stichting Zorg Medisch Specialisten in de periode 1999-2002 36 (para)medici naar Nederland. Er was destijds een groot tekort aan specialisten en verpleegkundigen. De medici gingen aan het werk in ziekenhuizen, ze bleven formeel in dienst van de stichting. Van Loenen betaalde hen gedeeltelijk via een bedrijf in Ivoorkust. De medici gingen allemaal meteen aan het werk nadat ze met een toeristenvisum Nederland waren binnengekomen. Van Loenen vroeg pas een machtiging voorlopig verblijf (mvv) en een tewerkstellingsvergunning aan toen ze al aan het werk waren. Dat is tegen de wet.

Cruciaal in deze zaak was de vraag of de verdachte aanspraak kon maken op afspraken die hij met overheden had gemaakt. Tijdens de rechtszitting, ruim een maand geleden, stelde de verdediging dat Van Loenen in „volstrekte open samenwerking met de overheid heeft gehandeld”. Van Loenen beriep zich op gesprekken en afspraken met ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid en immigratiedienst IND.

De rechtbank volgde dit verweer niet. Van Loenen had weliswaar geregeld overleg, maar daaruit kon hij niet concluderen dat hij niet strafwaardig handelde, aldus de rechtbank. Van Loenen stelde, aldus het vonnis, „willens en wetens” eerst de buitenlandse artsen en verpleegkundigen tewerk en bekommerde zich pas daarna om de vreemdelingrechtelijke, sociale verzekerings- en fiscaalrechtelijke implicaties. De rechters erkennen dat de oud-directeur van de IND, H. Schoof, tijdens een verhoor bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat er een convenant met de stichting bestond. Maar het is de rechtbank niet duidelijk geworden op welk convenant Schoof doelde, aldus het vonnis. Een verzoek van de verdediging om Schoof bij de rechtszitting als getuige op te roepen, wees de rechtbank af.