Zorgen om schaatstoekomst

De afgelopen jaren liep het aantal schaatsers in Nederland met duizenden terug.

Heeft dat consequenties voor het toekomstige topschaatsen?

Veel kinderen hebben nog nooit op natuurijs geschaatst. Foto Jacob van Essen/Het Hoge Noorden Leren schaatsen in het Thialf IJstadion in Heerenveen. Op de achtergrond de training van de junioren. NRC24-02-2007 De toekomst van het schaatsen in Nederland©Foto: Hoge Noorden / Jacob Van Essen Essen, Jacob van / Hoge Noorden

Voor het Nederlandse schaatsen lijkt er voorlopig geen vuiltje aan de lucht. Eerder deze maand werden twee 20-jarigen, Sven Kramer en Ireen Wüst, wereldkampioen allround. Dit weekeinde was de 18-jarige Sjoerd de Vries in Innsbruck de beste op het WK voor junioren.

Toch zijn er zorgen over de toekomst van de sport. Het aantal schaatsers in Nederland loopt de afgelopen jaren zienderogen terug. Het aantal licentiehouders, de wedstrijdschaatsers, is sinds 2005 jaar teruggelopen van 18.000 naar iets meer dan 16.000, aldus schaatsbond KNSB. „En dat terwijl er een ijsbaan bij kwam, in Hoorn”, zegt Huub Snoep van de bond. Ook signaleert de KNSB dat het gezamenlijke ledenaantal van de 760 ijsverenigingen drastisch terugloopt: van 180.000 in het jaar 2000 naar zo’n 150.000 nu. Ook behoren de lange wachtlijsten voor het jeugd- en schoolschaatsen tot het verleden. „De enige stijging zien we bij het kunstrijden, van 1.400 naar 2.100 rijders dit jaar”, zegt Snoep. Dat is volgens de bond een direct gevolg van de tv-shows met ‘sterren’ op het ijs.

Tien ijsloze winters vormen een deel van het probleem. „Kinderen van zes of zeven jaar oud hebben nog nooit natuurijs gezien”, zegt oud-bondscoach Henk Gemser, die in ijsstadion Thialf in Heerenveen nog steeds een eigen schaatsschool heeft. „Veel ouders hebben daardoor niet eens meer schaatsen voor hun kinderen.”

Ook de KNSB verklaart daarmee een deel van de teruglopende aantallen schaatsers. „Tot voor kort was het hele dorp als vanzelfsprekend lid van de plaatselijke ijsclub, maar na de zoveelste warme winter haken steeds meer mensen af”, zegt Snoep.

Maar er zijn ook andere oorzaken, die meer te maken hebben met de moderne maatschappij. Volgens de huidige bondscoach, Wopke de Vegt, willen jongeren steeds minder opgeven voor hun sport. „Hard trainen, gezond eten, veel slapen”, zei hij kortgeleden. „Alles ervoor over hebben, dat verdwijnt kennelijk uit de samenleving. Ze zitten liever achter de computer en doen het op de gemakkelijke manier.”

Er zijn meer oorzaken. Henk Gemser ziet, vanuit zijn functie van bestuurslid bij sportbond NOC*NSF, al jaren dat sportverenigingen minder leden trekken. „De grote bottleneck is het chronische gebrek aan goed opgeleide vrijwilligers die het kader kunnen vormen bij de verenigingen. Die zouden ervoor moeten zorgen dat geïnteresseerde jongeren ook worden bediend bij zo’n club. Schaatstrainers moeten tegenwoordig zóveel doen op de club dat zij elke avond bezet zijn. Als die trainers te lang worden belast, haken ze ook af.”

Maar opvallend genoeg schaatst de Nederlandse top, vooral de jongeren, harder dan ooit. Voormalige toppers als Romme, Ritsma en Uytdehaage konden niet meer aanhaken bij Sven Kramer. De vraag is dus of een teruglopend aantal schaatsers ook betekent dat de prestaties minder worden. „Ik maak me niet zoveel zorgen over de aantallen jonge schaatsers”, zegt Wim den Elsen, trainer in het gewest Zuid-Holland, en ‘ontdekker’ van onder anderen Gianni Romme. Wel erkent hij dat de jeugd nu meer „uitdagingen” heeft dan in het verleden. „Maar de echte talenten blijven wel schaatsen. Ik heb liever tien goeie schaatsers dan honderd slechte.”

Of die ‘goeien’ er altijd automatisch zullen zijn, betwijfelt Gerard Kemkers, coach van de succesvolle TVM-ploeg. Hij zei voor het WK allround in Heerenveen dat hij nieuwe talenten nog niet zag opstaan in Nederland. „Voor een deel is dat de normale golfbeweging.” Volgens hem slagen de schaatsers die als junior de aansluiting vonden, zoals Wüst en Kramer. „Dat zie ik momenteel geen enkele junior doen.”

Henk Gemser is niet zo bang dat talenten in de verdrukking komen. „De basis wordt wat smaller, maar ik geloof niet dat talenten minder kans krijgen zich te ontwikkelen. De geschiedenis laat zien dat talent, ook tegen de verdrukking in, zich altijd zal manifesteren.” Hij is meer bezorgd over breedtesport, de noodzaak voor kinderen om voor hun gezondheid veel te bewegen, dan over topsport.

Wel is Gemser kritisch over de manier waarop in het moderne schaatsen wordt omgegaan met nieuw opgedane kennis. De sport is sterk geprofessionaliseerd; trainers en wetenschappers zorgen voor vernieuwingen, maar niet iedereen profiteert ervan. „Kennis wordt nogal exclusief behandeld en komen nog maar mondjesmaat, of helemaal niet meer binnen bij de KNSB-opleidingen. Dat heeft te maken met de concurrentie tussen de merkenteams, zoals DSB, TVM en Telfort. Ik vind dat een schrale ontwikkeling.”

Zolang de Europese vorstgrens blijft hangen in Scandinavië stort de KNSB zich op de vraag hoe zij het kunstijs naar de jeugd kan brengen. Het schaatsen zou voor de schooljeugd net zo vanzelfsprekend moeten worden als het schoolzwemmen. Jonge helden als Wüst en Kramer kunnen daarbij een zeer belangrijke rol spelen. „Je ziet dat veel kinderen Sven Kramer of Ireen Wüst willen worden”, zegt Huub Snoep van de KNSB.

De bond heeft nog een ander ijzer in het vuur. De sport kan mogelijk groeien via de ijsbaantjes die rond Kerstmis in steeds meer binnensteden worden gelegd, en zeer druk worden bezocht. Snoep: „In Amsterdam zie je bijvoorbeeld dat heel veel allochtonen die ijsbaantjes in de buurten opzoeken, maar ze gaan niet naar de Jaap Edenbaan. Daar liggen kansen. We willen de plaatselijke ijsclubs daar meer bij gaan betrekken.”