Zelfverdediging is ieders goed recht

Als een slachtoffer zichzelf verdedigt, moet hij bewijzen dat het ‘noodweer’ was.

Laat de dader liever het tegendeel bewijzen.

Bijna twee jaar terug zei toenmalig minister van justitie Donner (CDA) dat men bij een aantasting van lijf en leden maar hard ‘boe’ moest roepen tegen een aanvaller. Dit zou de persoon wel afschrikken en verjagen.

Dat is niet de vorm van adequate zelfverdediging waar iedereen recht op heeft. Bij mensen bestaat de behoefte om zichzelf te kunnen en mogen verdedigen wanneer zij het slachtoffer (dreigen te) worden van ernstige strafbare feiten, zoals een overval of inbraak.

Om dit recht te waarborgen, is een wetswijziging nodig. Onder de huidige wetgeving is een geslaagd beroep op zelfverdediging (‘noodweer’) weliswaar mogelijk, maar het wrange is dat degene die zichzelf of zijn goederen verdedigt, vaak ook als verdachte wordt gezien. De vraag is vervolgens of de zelfverdediging gerechtvaardigd was volgens de definities in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht.

In de praktijk blijkt het niet gemakkelijk om de noodweersituatie aan te tonen en aannemelijk te maken. Er zijn vaak geen getuigen van een overval of inbraak. Bovendien vertellen slachtoffer en overvaller meestal een tegenstrijdig verhaal. De kans is dan aanwezig dat het slachtoffer wegens geweldpleging wordt veroordeeld.

Om dat te voorkomen dient de wettelijke basis voor noodweer op twee manieren te worden uitgebreid.

1Het recht op zelfverdediging moet ook gelden als er sprake is van een onmiddellijke dreiging. Hierdoor wordt het moment waarop noodweer gerechtvaardigd is ter verdediging van de persoon van het slachtoffer, diens familie of bezittingen, verlegd. Niet alleen wanneer een aanval op de persoon of diens bezittingen reeds is ingezet, maar ook wanneer er sprake is van onmiddellijke dreiging dient het slachtoffer niet strafbaar te zijn, indien hij actie onderneemt. Dit is overigens al de trend: in de jurisprudentie wordt steeds vaker een dreiging als een rechtvaardiging van noodweer beschouwd. Nu moet dat nog in de wet worden verankerd.

2De bewijslast in het geval van noodweer moet worden omgedraaid. Nu is het nog vaak zo dat het slachtoffer moet bewijzen dat de zelfverdediging niet onwettelijk excessief was. Het zou echter zo moeten zijn dat, in het geval van lokaal- of huisvredebreuk, de zelfverdediging als gerechtvaardigd wordt beschouwd, tenzij het tegendeel is bewezen. Hiermee ligt de bewijslast niet langer bij het slachtoffer en krijgt het begrip noodweerexces een ruimere strekking. Bovendien kan de overvaller zich nog steeds verweren, door bijvoorbeeld aannemelijk te maken dat er door het oorspronkelijk slachtoffer geweld werd gebruikt nadat hij zich reeds uit de woning of winkel aan het verwijderen was. In zo’n situatie kan met recht worden betwijfeld of er inderdaad sprake was van noodzakelijke verdediging.

Dit is geen pleidooi voor eigenrichting; mensen mogen niet zomaar het recht in eigen hand nemen. Daarom is het juist zeer van belang om duidelijk te maken waar het verschil tussen eigenrichting en zelfverdediging ligt. De hier voorgestelde wetswijziging draagt bij aan die duidelijkheid.

Fred Teeven is Tweede Kamerlid voor de VVD. Vera van der Does is beleidsmedewerker op het ministerie van Justitie.

Vind de definitie van ‘noodweer’ en andere rechtsbegrippen op www.rechtspraak.nl