Wij zijn de voetbank van Uw wezen

Zou God geen modern Nederlands verstaan? Alles weet, ziet en gebiedt hij, maar als je zegt: „Kinderen zijn een geschenk van de Heer” dan lijk je het niet goed te doen. Je moet zeggen: „Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.” Des buiks vrucht. De man uit Urk las het in Zembla aan tafel voor, omringd door zijn ChristenUnie stemmende gezin, waaraan nog maar kort geleden weer een vrucht des buiks was toegevoegd, van zijn achttienjarige dochter. Al eerder hadden we bij de EO in Brief aan God Antoine Bodar de hemelse taal horen spreken: „Zijn wij niet de voetbank van Uw wezen, al hebt gij ons geschapen om op U te gelijken en U nabij te zijn?”

Er waren in Zembla, waarin de ChristenUnie-aanhang werd opgezocht, ook andere christenen te zien, jongere, die alleen Engels met de Heer spraken, of hulpverleners, zelf voormalig verslaafd, die biddend hun hand op een verslaafde legden en prevelden: „Overdek hem met uw kostbaar bloed o Heer.”

Het was geen reclame voor de ChristenUnie, die aanhang van ze zoals Zembla die in beeld bracht. Jongeren die eerst zongen dat hun God „een waanzinnig gave Gods” was en daarna abortus moord noemden en het homohuwelijk verkeerd, een man die door een hulpverlener gesteund werd bij zijn ‘worsteling’ met zijn homoseksuele gevoelens, waar -ie God veel verdriet mee zou doen als -ie daaraan toegaf omdat God seksualiteit ontworpen had voor tussen man en vrouw. En André Rouvoet en Eimert Middelkoop maar modern de camera inkijken en roepen dat ze echt niet achterlijk waren, „kom nou!”, en dat ze heus geen wetten wilden terugdraaien maar alleen de abortus wilden terugdringen. „God heeft de ChristenUnie niet nodig, daar ben ik heel reëel in, maar hij wil ons wel gebruiken”, zei André Rouvoet.

Andries Knevel ondervroeg Antoine Bodar heel omzichtig, blijkbaar is dat zijn opdracht in deze nieuwe serie waarin mensen hun diepste gevoelens voor God op de televisie uit de doeken doen – vorige week was er ook al zo’n zeloot die door Knevel werd aangehoord of er niets dan parelen van zijn lippen rolden. Dus vroeg Knevel: „U lééft met de dood?”, alsof -ie van zoiets nog nooit gehoord had en niet zo ongeveer iedereen dat doet die de veertig gepasseerd is. Het is wel jammer dat Bodar zo moet ratelen en zulke plechtstatige brieven moet schrijven, want deze voetbank van het opperwezen kán wel interessant en geestig zijn. Maar hij heeft weerwerk nodig, en dat kreeg hij totaal niet.

Sylvia Kristel kwam een heel stuk beter uit de verf, in het profiel dat in Het uur van de wolf van haar werd uitgezonden. Het ging allemaal nergens over, en tóch ging het ergens over. Over het verglijden van het leven, het oud worden, de vergankelijkheid van alle roem en schoonheid. Want wat is die vergankelijk zeg, bijna tragisch zo weinig als er over is van die stralende, brutale, gevierde vrouw met haar geaffecteerde stem. Alleen die stem is er nog, maar zelfs de brutaliteit is sterk afgenomen als je zag hoe ze zich liet vernederen door een zelfingenomen Fransman die haar wel in zijn talkshow uitnodigde, en zeker ook vroeger had zitten hijgen voor haar Emanuelle-films, maar nu met een vettige lach beweerde dat het moeilijk is zelfrespect te hebben als je je onderbroek hebt uitgetrokken. Kwal. Maar het leek Kristel niet te deren. Ze vertoonde, en dat is haar kracht, geen spoortje zelfmedelijden. Ze leefde, het ging zoals het ging, ze pikte mee wat ze kon krijgen. Erg ChristenUnie was het niet, maar dat mocht ook wel even op deze avond.

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen