Wij-gevoel is welkom, graag wel resultaat

Balkenende IV is niet het eerste kabinet dat sociale samenhang centraal stelt. Soms is de nadruk hierop noodzakelijk. Maar de voornemens moeten niet blijven steken in goedbedoelde moraal, betoogt Henk te Velde.

De optimistische start en ontvangst van het vierde kabinet-Balkenende doen denken aan 1994. Het eerste paarse kabinet van PvdA, VVD en D66 was een combinatie die op voorhand niet veel kans van slagen leek te hebben, maar toen de coalitiepartners elkaar eenmaal gevonden hadden, kwam het gevoel dat er echt iets nieuws was ontstaan. Dat zat hem niet zozeer in de gesloten compromissen, maar in de stijl en aanpak van het eerste kabinet zonder het CDA.

Nu is er evenals in 1994 een ongewone coalitie tot stand gebracht, die opeens meer lijkt te zijn dan een gelegenheidscombinatie. Evenals toen zijn er niet alleen compromissen gesloten, maar hebben de partijen ook gezocht naar wat de som van de coalitie meer zou maken dan de delen. Het antwoord heet ‘sociale samenhang’.

Sociale samenhang is weliswaar pas de vierde ‘pijler’ van het regeringsbeleid, na een open internationale oriëntatie, een competitieve economie en een duurzaam milieu (het kabinet is wel aan zijn stand verplicht om hiervan meer te maken dan een post-Al Gorehype). Maar sociale samenhang is met 2.500 miljoen duidelijk de grootste post op de investeringsagenda. Het onderwerp duikt bovendien ook elders in het coalitieakkoord op; zelfs de kunsten moeten worden ingezet om de ‘sociale samenhang’ te bevorderen.

Het onderwerp is de voornaamste reden voor de positieve ontvangst van het kabinet en het is de aanleiding voor de meeste kritiek. We moeten ook wel erg samenhangen met zijn allen: veiligheid, integratie, burger en overheid, sociale wetgeving. Het opvallendst is de band die tussen deze onderwerpen gesuggereerd wordt door de ethisch getoonzette inleiding.

Decennia leek sociale wetgeving het (linkse) alternatief voor (rechtse) sociale controle en gemeenschapsmoraal, maar nu worden de twee zaken weer nadrukkelijk met elkaar in verband gebracht. Het regeringsakkoord brengt de vergelijkbare geest in herinnering, waarin na de oorlog de sociale wetgeving van de rooms-rode coalitie onder Drees tot stand kwam, maar er is ook een duidelijke parallel met de tijd rond 1900 toen de eerste sociale wetgeving tot stand kwam. Onder ‘ethische’ of ‘morele’ politiek verstond men toen zowel sociale wetgeving als gemeenschapsmoraal. De sociale politiek was een teken dat de overheid zich verantwoordelijk voelde voor het lot van de burgers, maar die burgers wilde men dan ook zeker opvoeden en ‘verheffen’. Dat idee is pas in de jaren zestig verdwenen. Nu is het terug, als antwoord op het gevoel van ontheemd zijn, dat de coalitiepartners overal in de maatschappij waarnemen.

Wat het in de praktijk gaat betekenen, moeten we afwachten. Het kabinet gaat immers eerst honderd dagen praten met allerlei maatschappelijke organisaties.

Dat kan goed uitpakken. Van politici met spierballentaal hebben we vanaf 2002 meer dan genoeg gehad. Terwijl normaal gesproken de Nederlandse maatschappij en politiek zo rustig zijn, dat ze in het buitenland voor saai worden versleten, heeft men zich daar de afgelopen jaren regelmatig afgevraagd wat er toch in het land aan de hand was. Tegen die achtergrond waren de soepele onderhandelingen van de partijen in de kabinetsformatie een verademing. Het achterkamertjesoverleg dat daarvoor nodig was is goed verdedigbaar, zolang daarna niet alleen resultaten worden geboekt, maar het kabinet ook toont te beseffen dat politiek meer is dan bestuur alleen en paternalisme compenseert door debat en openheid.

Het is te begrijpen en misschien ook verstandig dat minister Van Middelkoop rust wil, maar je ziet de problemen wel aankomen als hij pleit voor een ‘saaie’ politiek. Dat is ook wat bestuurders voor 2002 bepleitten en het droeg bij aan de grote onvrede van dat jaar. Gelukkig heeft het huidige kabinet – in tegenstelling tot de kabinetten-Kok – een stevige oppositie tegenover zich.

Die oppositie zal het dit kabinet flink lastig maken, als het blijft steken in goedbedoelde moraal. Een politiek van ‘zedelijkheidswetten’ – die rond 1900 ook onder de ethische sociale politiek vielen – is onder de huidige omstandigheden ondenkbaar. Er is een glijdende schaal van verantwoordelijk gedrag van regering en burger naar preutsheid en benepenheid, maar de nadruk op de publieke zaak en sociale samenhang in het coalitieakkoord kan bijdragen tot een open, duurzame en prettige samenleving. De proef op de som zal liggen in het werk van het kabinet. Tamboereren op sociale samenhang in veilige buurten overtuigt pas, als het kabinet werk maakt van zijn voornemen de publieke zaak te verbeteren. In de buurten moet het liefst veilig zijn, maar hoeft het niet knus te worden. Zolang huisvesting, treinen en scholen aan het einde van dit kabinet maar goed geregeld zijn.

Henk te Velde is hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Dinsdag 27 februari, 17 uur, spreken Marnix van Rij en Henk te Velde over het wij-model van het nieuwe kabinet. Lange Voorhout 7, Den Haag. Legitimatie verplicht.