‘VN-agenten gingen over de schreef’

Roemeense eenheden binnen de VN-politie in Kosovo zijn bij demonstraties in de Kosovaarse hoofdstad Priština op 10 februari hun boekje te buiten gegaan.

Dat concludeert het Balkan Investigative Reporting Network (BIRN) na een onderzoek naar de gebeurtenissen op 10 februari, waarbij twee demonstranten zo zwaar gewond werden dat ze later bezweken en waarbij tientallen gewonden vielen. De VN-politie opende het vuur met rubberkogels toen demonstranten door het politiekordon braken.

Volgens het onderzoek hebben Roemeense leden van de VN-politie, in strijd met de regels, met rubberkogels direct in de menigte geschoten, vaak van korte afstand, en daarbij op het hoofd van demonstranten gericht, in plaats van – zoals de regels voorschrijven – op benen of onderlichaam. Bovendien bleven ze schieten toen de betogers zich terugtrokken. Autopsie op de twee slachtoffers heeft uitgewezen dat beiden zijn gestorven nadat ze door rubberkogels in het hoofd waren geraakt. Volgens mensenrechtengroepen hebben de Roemeense agenten een slechte reputatie als het gaat om het gebruik van geweld tegen burgers.

De commandant van de NAVO in Zuidoost-Europa, admiraal Harry Ulrich, heeft zaterdag gezegd dat de NAVO zich zorgen maakt over het geweld van 10 februari. Hij voegde daaraan toe dat de 16.000 man tellende vredesmacht in Kosovo, KFOR, „krachtig” zal optreden als het opnieuw tot geweld komt. Hij noemde het geweld van de kant van de Kosovo-Albanezen „contraproductief, en zelfs destructief voor de toekomst van Kosovo”.

De radicale organisatie Zelfbeschikking, die de demonstratie van 10 februari heeft georganiseerd, wil op 3 maart opnieuw de straat op gaan voor een betoging. Zelfbeschikking is tegen het plan van VN-gezant Ahtisaari – waarin de weg naar de onafhankelijkheid van Kosovo onder internationaal toezicht wordt geopend. Zelfbeschikking wil onafhankelijkheid zonder internationaal toezicht; ze vindt ook dat de minderheid van de Kosovo-Serviërs veel te veel rechten krijgt in het voorstel van Ahtisaari.

De belangrijkste partij van de Hongaarse minderheid in Vojvodina, in het noorden van Servië, heeft zich beklaagd over een golf van Servische immigranten uit Kosovo. Die zou lokaal in Vojvodina het etnische en economische evenwicht verstoren.