Virginia betuigt diepe spijt over slavernij

De Amerikaanse staat Virginia heeft „diepe spijt” betuigd over zijn slavernijverleden. Unaniem nam de volksvertegenwoordiging van de staat zaterdag een resolutie aan waarin dit werd uitgedrukt. Ook sprak de verklaring spijt uit voor „de uitbuiting van inheemse Amerikanen” (indianen).

Het is voor zover bekend de eerste Amerikaanse deelstaat die zo’n excuus maakt. In Missouri overweegt de volksvertegenwoordiging een vergelijkbaar gebaar te maken.

De resolutie van Virginia komt aan het begin van de viering van de 400ste verjaardag van het plaatsje Jamestown, waar in 1619 de eerste Afrikaanse slaven aan land kwamen. Op plantages in Virginia zouden in de eeuwen daarna veel slaven werken. Tijdens de Burgeroorlog (1861-1865) leidde Virginia de Confederatie van elf staten die slavernij toestonden, daarbij geen inmenging van de federale overheid duldden en die zich daarom wilden afscheiden van de Unie.

In Richmond, destijds hoofdstad van de Confederatie, werd de resolutie zowel in het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat met unanimiteit aangenomen.

Slavernij geldt, aldus de resolutie, „als de meest gruwelijke van alle schendingen van de mensenrechten en de oorspronkelijke idealen in de geschiedenis van ons land. En de afschaffing van de slavernij werd gevolgd door systematische discriminatie, gedwongen rassenscheiding, en andere geniepige instellingen en praktijken jegens Amerikanen van Afrikaanse afkomst die geworteld waren in racisme, raciale vooroordelen en misverstanden.” (AP)