Twee paspoorten

De dubbele nationaliteit van twee staatssecretarissen is een legitieme politieke kwestie. Donderdag dient de PVV een motie van wantrouwen in tegen de staatssecretarissen Aboutaleb (Sociale zaken, PvdA) en Albayrak (Vreemdelingenzaken en Immigratie, PvdA), omdat ze naast de Nederlandse ook de Marokkaanse, respectievelijk de Turkse nationaliteit hebben. Overheden worstelen met het dubbele paspoort waardoor burgers onder twee rechtstelsels tegelijk vallen. De Nederlandse en de Duitse overheid hebben de dubbele nationaliteit daarom ontmoedigd.

De vraag is of burgers met een dubbele nationaliteit voor alle functies in aanmerking moeten komen. In de immigratielanden Amerika en Israël is de dubbele nationaliteit voor bepaalde hoge overheidsfuncties verboden. Voor Amerikanen met een dubbele nationaliteit is het moeilijker om door de veiligheidskeuring te komen voor functies die toegang geven tot geheime informatie. In Nederland moest prins Bernhard zijn Duitse nationaliteit opgeven voor zijn huwelijk met koningin Juliana in 1937. Als hij ook Duitser was gebleven zou Nederland tijdens de oorlog met Duitsland een gespleten prins-gemaal hebben gehad. Het is dus niet zo dat een dubbele nationaliteit nooit een probleem oplevert.

In het verleden hebben niet zozeer burgers als wel regeringen de dubbele nationaliteit misbruikt. Rond de twee wereldoorlogen was de dubbele nationaliteit een bron van conflict tussen overheden die zich met de eigen burgers in elkaars landen gingen bemoeien. Zo explosief als indertijd is de wereld gelukkig niet meer. Maar het is ook niet zo dat de Marokkaanse en Turkse overheden zich afzijdig houden van burgers die uit hun land naar Europa zijn geëmigreerd. Integendeel, de Marokkaanse regering heeft het voor Marokkaanse Nederlanders en hun nakomelingen onmogelijk gemaakt afstand te doen van hun Marokkaanse paspoort. Aan die misstand moet een einde komen. De Turkse regering oefent onder andere via religieuze organisaties nog invloed uit op haar burgers in het buitenland.

Niettemin gaat het te ver om net als de PVV bij Aboutaleb en Albayrak van het ergste uit te gaan. Het zou betekenen dat een Neder-Marokkaan geheel buiten zijn schuld geen hoge overheidsfunctie in Nederland zou kunnen krijgen. Ook degenen die vrijwillig hun voormalige nationaliteit hebben behouden, moeten in een wereld met open grenzen voor hoge functies in aanmerking kunnen komen. Het afstand doen van de oude nationaliteit garandeert niet dat zo iemand nooit meer in een loyaliteitsconflict kan raken.

In haar functie heeft Albayrak, hoewel de Rijkswet op het Nederlanderschap uit haar portefeuille is gehaald, te maken met vluchtelingen en immigranten, ook uit Turkije. Maar zij heeft als bewindspersoon de eed op de Nederlandse Grondwet afgelegd, dus de burgers kunnen ervan uitgaan dat zij het Nederlandse belang verdedigt. Er heerst geen crisis in de relaties met Marokko en Turkije. Als een Turkse of Marokkaanse Nederlander geen staatssecretaris mag worden omdat hij van belangenverstrengeling kan worden verdacht, zou een boer nooit de post Landbouw kunnen bekleden. Het gaat om vertrouwen, tot het tegendeel is bewezen. Aboutaleb en Albayrak verdienen dezelfde politieke steun als alle andere bewindslieden.