‘Stoetrijden in mijn Lincoln is heerlijk’

Het Nederlands Uitvaartmuseum in Amsterdam heeft 23 lijkwagens in miniatuur verworven. De verzameling is afkomstig van Bert Spoelder, chauffeur bij een rouwtransportbedrijf en verwoed verzamelaar van begrafenisauto’s op schaal. „Een macabere hobby? Helemaal niet! De dood hoort bij het leven.”

U was als kind al dol op lijkwagens?

„Als kind verzamelde ik gewone Dinky Toys. Mijn eerste lijkwagentje kocht ik pas twintig jaar geleden. Een Chevrolet uit 1951, mijn geboortejaar. Een duur bouwpakket, waarvoor ik maanden moest sparen. Je had drie uitvoeringen: ambulance, brandweerauto en lijkwagen. De lijkwagen sprak me het meeste aan. Die auto had uitstraling.”

Is uitstraling het belangrijkste kenmerk van een lijkwagen?

„Uitstraling én een representatief voorkomen. En zo’n auto moet ruim zijn: bloemstukken zijn soms kolossaal.”

De auto waarin u werkt, zit die in uw verzameling?

„Voor mijn werk rijd ik in een Lincoln, een comfortabele Amerikaanse auto. Nee, hij zit er niet bij. Niet alles wat rijdt, wordt ook als schaalmodel uitgebracht. Dat is een wijdverbreid misverstand.”

Het pronkstuk van uw collectie?

„Een Rolls-Royce Phantom V uit 1966. Maar die houd ik voor mezelf. Van mijn collectie gaan tien exemplaren niet naar het museum. En ik ga gewoon door met verzamelen.”

Lijkwagenchauffeur, is dat een somber beroep?

„Ik breng niet alleen lijken over, ik leg ze ook af en verzorg thuisopbaringen. Het is een prachtig, dienstverlenend beroep. En stoetrijden in mijn Lincoln vind ik heerlijk.”

Arjen Ribbens