Soort zoekt soort, in IJburg

In IJburg, bij Amsterdam, zou de samenleving maakbaar zijn.

Na vier jaar experimenteren is het toch vooral een echte Amsterdamse wijk geworden.

‘Je hebt hier alles. Pakistanen, Turken, boerka’s en rijken. En echte Amsterdammers.’ Foto Maurice Boyer Joris Ivensplein op IJburg Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 070223 straatbeeld honden woningen huizen woonwijken Boyer, Maurice

Op dinsdag 2 januari dit jaar verscheen een waarschuwing op de website IJbrug.nl. Bewoonster Josien van de Amsterdamse nieuwbouwwijk IJburg attendeerde medebewoners op „lieve jongetjes” die met „valse” kerstgroeten langs de deur gingen. Een paar weken later werd de eerste moord gepleegd in IJburg en ontstond op dezelfde site de discussie of IJburg een echte Amsterdamse wijk is. Een van de bewoners hielp anderen uit de droom: IJburg is geen Utopia. „We hebben criminaliteit, vandalisme, hangjongeren, foutparkeerders en hondenpoep.”

IJburg is een nieuwbouwwijk op een verzameling kunstmatige eilandjes in het IJmeer aan de rand van Amsterdam. Voor de gemeente Amsterdam, projectontwikkelaars en bewoners is IJburg een interessant sociaal experiment. Want een wijk vanaf de grond opbouwen biedt vele kansen. Het moest geen Almere worden, geen slaapstad. Het zou het voorbeeld worden van ‘buiten wonen in de stad’. De woningen moesten verrassend zijn – het was weliswaar een vinexlocatie, maar het mocht niet saai worden. En al werd het nooit zo expliciet gezegd, IJburg zou de segregatie doorbreken. Hier zou iedereen door elkaar wonen. Als ergens de samenleving maakbaar was, dan was het in IJburg.

Nu, na ruim vier jaar, wonen er bijna vijfduizend mensen en krijgt het dagelijks leven in IJburg vorm. En dan blijken natuurlijke en sociale processen sterker dan de maakbaarheid. Willy van Elst verhuisde ruim een jaar geleden van Amsterdam-Zuidoost naar IJburg. Geitenwollensokkentypes, daar moest ze aan denken als ze aan haar nieuwe woonomgeving dacht. Maar dat is helemaal niet zo, zegt ze nu. „Je hebt hier alles. Pakistanen, Turken, boerka’s en rijken. En zelf ben ik een echte Amsterdammer.” Volgens Van Elst kun je wel duidelijk zien wie waar woont. Ze wijst met haar arm naar rechts in de verte. Daar, zegt ze, staat de villawijk van IJburg, met advocaten, dokters en notarissen. Grote huizen, met riante tuinen aan het water en ruime garages.

Heel anders dan de sociale huurwoningen. Niet dat die klein zijn, zegt Van Elst. „Geweldig, echt. We wonen op 110 vierkante meter.” Maar je ziet dat het anders is. Kijk maar eens naar de gordijnen, dan zie je het meteen, fluistert ze. Normaal hangen de gevels dan ook altijd vol met schotels. Maar dat is in IJburg verboden door de woningcorporaties, weet Van Elst. Die hebben zelf een setje schotels op het dak gezet, voor alle geïnteresseerden.

In het begin hing er echt een pionierssfeer, zegt Annet, die niet met haar achternaam in de krant wil. Ze woont er al vier jaar, verhuisd uit het Oostelijk Havengebied omdat hier meer ruimte voor de kinderen is. En het is „heerlijk”. Eerst stonden er alleen dure koopwoningen en pas toen de corporaties daarmee geld verdiend hadden, bouwden ze de sociale huurwoningen. Stapje voor stapje wordt IJburg volgens haar een echte Amsterdamse wijk, ook met „rottigheid”. Laatst zag ze een ingetikte autoruit. Oh ja, natuurlijk, dacht ze. „Waarom zouden we dat hier niet hebben?”

Stadssociologe Tina Lupi onderzoekt IJburg al vier jaar als promotieonderzoek voor de UvA. De afgelopen jaren sprak ze tientallen bewoners, bezocht ze buurtbijeenkomsten en hoorde ze van ambtenaren wat voor ideeën zij met IJburg hadden. IJburg, zegt ze, is uiteindelijk een echte Amsterdamse wijk, met dezelfde problemen als elders. „Het idee dat je vanuit hier de samenleving kunt veranderen is natuurlijk onzin. De sociale processen gaan hier ook gewoon door.”

Ook de bewoners kwamen er gauw achter dat IJburg niet in een vacuüm zit, vertelt Lupi. Zo werd de wijk op een gegeven moment ook ontdekt door criminelen. „Lange tijd zetten veel bewoners hun fietsen niet op slot. Dit was toch IJburg, onder elkaar.” Tot er plotseling ’s nachts busjes verschenen waar die fietsen in verdwenen. Maar politie was er ook niet echt. Bewoners spraken over „een mysterieuze man op een motor”, ene Simon. Het bleek de buurtregisseur van IJburg te zijn. Al houdt hij kantoor in Amsterdam Noord.

Het idee van gemengd wonen en leven spreekt theoretisch bijna iedereen wel aan, zegt Lupi, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. Het voorbeeld ligt op het Rieteiland. Aan de ene kant van de straat staan sociale huurwoningen, aan de andere kant dure koopvilla’s. De huurwoningen zijn allemaal bezet. De villa’s worden in laag tempo afgebouwd. De reden volgens Lupi? „Mensen wonen toch het liefst onder gelijken.” Dat zie je ook op de basisscholen, zegt Rob Geul. Ze hebben elk een eigen imago. De een is katholiek, de ander elitair, een derde wit en de volgende zwart. Geul is directeur van basisschool De Zuiderzee. Die staat inmiddels als „licht elitair” bekend, zegt hij.

Een imago versterkt zichzelf, zegt Geul. „Dan kun je van alles bedenken, maar dat zijn natuurlijke processen.” Langzaam segregeren ook de IJburgse scholen. Daar worden dan bedekte termen voor gebruikt, zegt Geul. Een veelkleurige school, heet dat dan. Maar Geul heeft jaren in de Bijlmer gewerkt en weet wat een zwarte school is. Het klinkt eng, zegt hij, maar soort zoekt soort. „Zo zit de maatschappij in elkaar.” Ook op IJburg.