Net dat beetje meer

Hij gaf je de sfeer van het concert, ook als je er zelf niet bij was geweest. Lex van Rossen, popfotograaf, werd 57 jaar oud.

Debbie ‘Blondie’ Harry in de Oosterpoort in Groningen (2003) (Foto’s Lex van Rossen) BLONDIE T.A.V. WIBBINE KIEN, CS FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

Nicole Robbers

Op een van de bekendste foto’s van Lex van Rossen, uit 1987, zien we Bono Vox, leadzanger van U2, van achteren gefotografeerd in de Rotterdamse Kuip. Achter de zanger lijken de goed gevulde tribunes van het stadion zich als armen om de knielende zanger te sluiten. De donkere wolken daarboven maken de foto tot een perfecte popfoto: hij geeft je de impressie van de sfeer van het concert die de toeschouwer kan navoelen zonder er zelf bij te zijn geweest.

Dat was de kracht van fotograaf Lex van Rossen, die afgelopen weekeind op 57-jarige leeftijd overleed. Hij fotografeerde sinds 1979 popmuzikanten voor NRC Handelsblad en later voor NRC next.

In een vraaggesprek met Hans den Hartog Jager in 2005, naar aanleiding van het winnen van de Pop Pers Prijs, vertelde hij over zijn favoriete foto. „Dat is die van U2, in de Kuip.”

Van Rossen maakte die foto vanaf een plek die heden ten dage ondenkbaar zou zijn. Megabands en artiesten als U2 en Madonna introduceerden de ‘hit and run’-methode in de popfotografie. Fotografen werden samengeperst in een persvak voor het podium om drie nummers te fotograferen en weer te vertrekken. Van Rossen zag het met lede ogen aan maar werd uitgedaagd, ondanks de beperkingen, de beste foto te maken. Hij werd in het juryrapport van de Pop Pers Prijs een ‘frontsoldaat’ genoemd, altijd vooraan, op zoek naar dat Bono-moment.

Van Rossen kon meer. Hij was een begenadigd portretfotograaf en wist in zijn lange carrière zowel gearriveerde artiesten als beginnende muzikanten op zijn geheel eigen wijze neer te zetten. Uit zijn portretfoto’s sprak steeds zijn vermogen de geportretteerden te verleiden net dat beetje meer te geven, zich aan zijn camera over te geven. Dit resulteerde in bijzondere portretten van onder anderen de immer rebelse Pete Doherty, een stoere Donovan Frankenreiter, zanger en surfer, aan het strand. Maar ook in een bijna melancholisch portret van de volkszanger André Hazes.

Van Rossen wilde en kon nog meer. In 2006 werkte hij in Sierra Leone mee aan een groot project over de Refugee Allstars. Hij richtte zijn camera op ex-vluchtelingen voor wie de muziek een nieuw begin vormde na jaren van oorlogsgeweld en armoede. Bij terugkeer uit Afrika bleek hij niet geveld door malaria, zoals eerst gedacht, maar door een verwoestendere ziekte. Toch liet de frontsoldaat zich niet onmiddellijk vellen. Blijmoedig als altijd wilde doorgaan, al moest hij de grotere concerten laten schieten. Zo ook het Groningse festival Noorderslag, waar hij kort daarvoor nog de Pop Pers Prijs in ontvangst nam en waar hij zich als fotograaf op zijn plaats voelde. Twee weken geleden was zijn lichaam op. Zijn geest bleef helder als altijd, toch optimistisch over een volgende klus, waarin vorm en licht opnieuw zouden leiden tot een echte Van Rossen.