Joden in de Stille Zuidzee

Op het eiland Malaita in de Stille Zuidzee zijn meer dan 3000 inwoners stellig overtuigd van hun eigen jodendom, ontdekte de Amsterdamse antropoloog Jaap Timmer. Zal Israël hen ooit erkennen?

Dominee Michael Maeliau (Foto Jaap TImmer) Timmer, Jaap

Het was in 1935. Boer Christopher Kwaisula zat thuis onder de palmboom, toen de hemel open ging. God sprak direct tot hem: Hij onthulde dat Kwaisula en zijn volk joden waren. Zij zouden een belangrijke rol spelen bij de terugkeer van de Messias. Het was de eerste van een reeks openbaringen over het jodendom die doorkwam op Malaita, een van de grootste Salomonseilanden in de Stille Zuidzee.

Tientallen jaren later krijgt dominee Michael Maeliau ook een openbaring. Hij ziet hoe bij Malaita een gigantische vloedgolf ontstaat. Die splitst zich in twee tsunami’s, die in tegenovergestelde richting over de aarde razen. Bij Israël knallen ze op elkaar. Dat zorgt voor een kolom water tot aan de hemel. Dan is er een lichtflits, en daalt de Messias af.

Maeliau, bijbelkenner van het eerste uur, komt voor een uitleg uit bij de Bergrede. Daarin zegt Jezus dat het Evangelie verspreid moet worden tot aan de uiteinden van de aarde. En daarmee doelt Jezus, volgens hem, direct op de Salomonseilanden. Hier kwam de zending, en dus het evangelie, pas in 1904. Jezus heeft de Malaitans dus opdracht gegeven om als joden de wereld klaar te maken voor de terugkeer van de Messias.

De Amsterdamse antropoloog Jaap Timmer, die werkt voor het Van Vollenhoven Instituut in Leiden, ontdekte dit ‘ingebeelde jodendom’, toen hij vorig jaar tijdens veldwerk op Malaita steeds mensen tegenkwam die beweerden Israëliet te zijn. Het bleken er meer dan 3000. De manifestaties van het jodendom zijn veelvuldig. Bij gebedsdiensten in de hoofdstad Honiara gaat vaak een tent mee met een kistje dat het tabernakel voorstelt. Wekelijks verschijnt het blaadje Israël Watch, en er is een cd opgenomen met Hebreeuwse liedjes. Op straat zijn veel Israëlische vlaggen en Hebreeuwse letters te zien.

Dominee Maeliau kan de genealogische link met het heilige land aantonen. Bovenaan zijn stamboom van veertien generaties staan twee opvallende namen: Gad en Melita. Gad is, volgens Maeliau, de oudste zoon van de opperrabbijn van de tempel van Salomon. Melita is een Romeinse verbastering van het eiland Malta. Timmer: „Het wonderlijke is dat Malta, behalve op de begeleidende kaartjes, niet in de Bijbel voorkomt. Velen denken dat de naam Malaita voortkomt uit Malta.”

Soms trekt Michael Maeliau op de sabbat met een groepje volgelingen en een koe de bergen in. Op de top vraagt hij om stilte. Hij leest voor uit zijn lievelingsboek Jesaja en over de bevrijding van Israël. Dan wordt de keel van de koe doorgesneden. Het bloed wordt verspreid over de resten van een vervallen muur. Einde dienst.

Na lang aandringen van Timmer (offeren ligt gevoelig in dit verder zwaar christelijke land) komt het hoge woord eruit: de muur blijkt een overblijfsel van Salomons verdwenen tempel. Ook het Tabernakel, een tent die als tempel dienst deed tijdens de reis van het volk Israël van Egypte naar Kanaan, ligt hier verborgen. Dat is nogal wat: het heiligste der heilige voor de joden. Maar er is bewijs, zegt Maeliau. Zijn volgelingen hebben hier enkele platte stenen gevonden met vijf verschillende Hebreeuwse graveringen. De karakters zijn veelvuldig overgetrokken. Een foto van zo’n kopie heeft Timmer naar vrienden in Israël gestuurd. Die moesten erg lachen, maar zagen geen enkele gelijkenis met hun schrift.

Of Israël de Malaitans ooit zal erkennen als joden is zeer de vraag. Daar is het hun ook niet om te doen. Niemand zit, volgens Timmer, te wachten op een Israëlische verblijfsvergunning. Het gaat vooral om landrechten. Die zijn gebaseerd op traditionele claims. Een akker is voor de familie die er als eerste heeft verbouwd. Wie kan er dan nog op tegen een stamboom die terugreikt tot de tijd van Salomon?

Een andere verklaring is anti-kolonialisme. Maeliau (in de jaren negentig minister van Binnenlandse Zaken) houdt het Britse overheidsmodel verantwoordelijk voor de corruptie in het land. Hij presenteert zich als het alternatief. Als hij in het parlement komt, zal hij een theocratie vestigen. Joden hebben immers leiders die door God verkozen zijn.