Idols-ideologie gehekeld

In De Kopvoeter vecht een verbitterde mondschilder tegen het optimisme.

„Dat het leven maakbaar is, is een uit de Verenigde Staten overgewaaide illusie.”

Manon Nieuweboer als mondschilderes Lena in ‘De Kopvoeter.’ Foto Sanne Peper Peper, Sanne

Alles kan, als je maar wilt. Vreselijk, nee, walgelijk vindt theatermaker Daniëlle Wagenaar het om die gedachte aan jonge mensen voor te houden. „Kun je niet zingen, maar wil je popster worden, doe mee aan Idols! Ben je lelijk, maar wil je mooi zijn, laat je verbouwen! Bereik je toch niet wat je wilt, nou, dan wil je het kennelijk niet graag genoeg. Dan ben je dus zwak, en is het je eigen schuld dat je mislukt.”

Vorige week ging in het Amsterdamse Rozentheater De Kopvoeter in première, een nieuw toneelstuk van Esther Gerritsen, opgevoerd door Het Syndicaat. Met haar voorstelling, bedoeld voor een jong publiek, houdt Wagenaar een pleidooi tegen het moderne optimisme. „Dat het leven maakbaar is, dat je helemaal zelf over je lot kunt beschikken, is een uit Amerika overgewaaide illusie,” zegt de regisseuse tijdens een repetitie. „Het is nu eenmaal zo dat de wil het vaak verliest van het onvermogen.”

De Kopvoeter gaat over Lena, gespeeld door Manon Nieuweboer, een succesvol kunstschilderes met een geheim: ze is zwaar verlamd en schildert met haar mond. Haar dagen slijt ze binnen, hangend in een enorme mechanische sling, die ze met een knopje kan besturen. Zouden de media haar handicap ontdekken, zo is Lena’s stellige overtuiging, dan „slepen ze die hele zooi uit het Stedelijk en pleuren ze die op de kalender van de Stichting voor Mondschilders.”

Nieuweboer: „Bij Oprah en Dr. Phil heet een handicap een ‘fysieke uitdaging’. Dat gehandicapten altijd vol goede moed zitten, is een cliché dat Lena doorbreekt. Ze háát het optimisme van haar verpleger en haar zus, ze háát haar eigen lichaam. Haar overlevingstactiek is de verbittering.”

Wagenaar geeft aanwijzigen aan haar acteurs: . „Eva, het werkt inderdaad beter als je de paniek niet stil incasseert, maar gewoon, hop, erbovenop zit.” Wagenaar: „In mijn werk hebben de acteurs weinig houvast. Mijn toneelbeeld is altijd sober, ik gebruik nauwelijks rekwisieten.”

„Eng wijf!” roept Gerold Guthman. „Deze scène is de motor van het stuk”, legt Guthman, die de postbode speelt, uit. „Behalve haar lichaam, laat Lena ook haar emoties versterven. Mijn personages is dan wel een lomp, pathologisch figuur, maar in zijn woedende afkeer voor haar, is hij ook de enige die oprechte gevoelens uit. ‘Woede is ook gevoel’, zegt hij op een gegeven moment. Daar wordt Lena vrolijk van”.

In het werk van Esther Gerritsen is het uitzonderlijk, die nadruk op de emotie. Wagenaar: „In de eerdere stukken die Esther voor ons heeft geschreven, bestaan de personages uitsluitend in de theoretisch reflecties op zichzelf, het zijn wandelende gedachtes. Door een personage als Lena te nemen, heeft ze mij denk ik ook een beetje willen treiteren. Zo van: hier, een vrouw die alleen maar haar hoofd kan bewegen. Maak er maar mooi, dynamisch toneel van. Deze zwaar gehandicapte is een extreem tegenbeeld van de optimistische waan, die in elke reality-show, maar ook in het echte leven, een hete adem in de nek is.”

De Kopvoeter. Het Syndicaat, tournee: t/m 28 apr. Inlichtingen: 020-6168744 of www.hetsyndicaat.com

    • Isabella Steenbergen