Het grote nut van brieven aan onzelieveheer

De ‘Brief aan God’ moet al vroeg zijn voorgekomen in het beeldspraakcircuit van ochtendwijders en dagsluiters. Het begrip zal ook bijna net zo oud zijn als de radio zelf.

Van ver daarna herinner ik me een hangerige avond in een Hilversumse televisiestudio waar ik om een reden die ik ben vergeten moest wachten op de dominee die namens de NCRV de dag voor gesloten zou verklaren. Zijn naam weet ik niet meer. Het was niet Okke Jager, ofschoon natuurlijk wel een Okke Jager-achtige. Alle dagsluiters leken tenslotte op elkaar. Op een dag zou blijken dat ze al die tijd allemaal sprekend op dominee Gremdaat hadden geleken.

De sluiter van die avond had in zijn minipreek de metafoor verwerkt dat het gebed door onzelieveheer als het ware ook als een brief gelèzen kon worden – en hij had z’n vondst nog niet van z’n papiertje voorgedragen, of de ene melige cameraman die al van zeven uur af z’n saaie dienst had gedraaid, zei tegen de andere: „Vraag of hij de postzegel bewaart als hij antwoord krijgt”.

Waarschijnlijk had de grap toen al een baard van jewelste, maar voor mij was -ie nog nieuw, dus ik moest er even om grinniken.

Pas een jaar of wat geleden zijn ze bij de EO op het idee gekomen om van de brief een vaste rubriek te maken. Elke week begonnen ze een bekende Nederlander uit te nodigen die zich schriftelijk tot het Opperwezen mocht wenden met een vraag, een op- of aanmerking, of zo maar een persoonlijk woord. De dagsluiting herleid tot een soort dancing-on-ice met God zelf.

Alle notoire Nederlandse ijdeltuiten – Wouter van Dieren, Eduard Bomhoff, Jacques de Milliano, Paul van Vliet, Martin Ros, Willem Aantjes, Jan Terlouw, Leon de Winter en Hilbrand Nawijn – hebben zich sindsdien in de competitie gemengd met de onmiskenbare ambitie om op afstand Gods spiritueelste, slimste, erudietste of vroomste penvriend te worden. Zo gaat dat in bekendstenland, waar alles met alles wedijvert. En aan de finish staat professor Pleij meestal klaar met een bokaal voor de winnaar.

Waarom zou de Volkskrant vorige week ineens zijn begonnen met een eigen serie van twaalf? Twaalf geheel nieuwe Brieven aan God welteverstaan, geschreven door twaalf liefst ook weer geheel nieuwe Bekende Nederlanders.

Modegevoeligheid? Dat kan. De zuilen zijn vijftig jaar na dato al weer bijna helemaal terug, dus het antwoord op de krantencrisis ligt voor de hand: maak Trouw weer gewoon gereformeerd, en ruim opnieuw plaats in voor een Katholiek ochtendblad voor Nederland met elke zaterdag een Brief aan God.

Afgelopen zaterdag was het meteen raak. Briefschrijver was niemand minder dan Antoine Bodar, die ik wel eens voor een imitatie-Reve heb gehouden (de echte, tussen haakjes, eindigde in Nader tot u een nooit door EO of Volkskrant gepubliceerde Brief met de onvergetelijke woorden ‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’; haakje sluiten), maar die – Bodar dus – intussen een devoot priester en zelfs hoogleraar aan de voormalige Marxistisch Universiteit van Tilburg is geworden, en een Gebed liet afdrukken waarvan je nu al weet dat het door geen van de andere elf zal worden overtroffen.

Mijn god! Excusez – maar het had de pracht van de poëzie van zowel Herman Schaepman (1844-1903) als van Nicolaas Beets (1814-1903), en dat in de Volkskrant van 2007! En gisteravond werd het opus ook nog op televisie nabesproken door Andries Knevel. Zo werd een vers, zo rooms als paus Ratzinger, door de Volkskrant om zo te zeggen bij me thuisbezorgd op de surfplank van de ChristenUnie.

Regel een joint venture met God en de EO, en het zal uw krant naar den vleze gaan.

Lees alle eerdere columns van Jan Blokker terug op nrc.nl/blokker