Guerrillastrijders regeren in Bujumbura

Het nieuwe bewind in Burundi heeft politiek geen ervaring en handelt als de guerrillabeweging die het ooit was. ‘Hun manier van regeren is daarop gebaseerd: wie tegen ons is, moet hard worden aangepakt.’

De arrestatie in augustus van voormalig president Ndayizeye op verdenking van een staatsgreep. Een half jaar later werd hij vrijgelaten „wegens gebrek aan bewijs” . Foto AFP Former Burundi President Domitien Ndayizeye smiles, 21 August 2006 while he is led away by police forces in Bujumbura. Burundi's former president Domitien Ndayizeye was arrested Monday in connection with an alleged plot to overthrow the country's less than year-old government, officials said. Ndayizeye, a serving lawmaker and Burundi's last transitional head of state before 2005 elections brought in a new power-sharing administration, was stripped of his parliamentary immunity before being detained, they said. AFP PHOTO/ESDRAS NDIKUMANA AFP

Dit is de hot place to be in het hedendaagse Bujumbura. Wie in Burundi mee wil tellen, schuift op de wat late zondagmiddag aan in Bar Bonne Acceuil. Aan de ambiance kan dat niet liggen: de bar is een omheind gazon, aan de rand van een drukke rondweg met Abba-muzak nadrukkelijk op de voorgrond, fragiel plastic tuinmeubilair, vooral veel bier en geroosterd geitenvlees op spies.

Maar: Bar Bonne Acceuil is eigendom van de zus van de vrouw van de president en dát maakt deze gelegenheid tot een must voor iedereen die in dit Centraal-Afrikaanse land politiek en dus vooral economisch wat graantjes mee wil pikken. Politieke macht en economische welvaart gaan in Burundi hand in hand. „Dat was altijd al zo”, zegt Gabriel Rufyiri van de anti-corruptieorganisatie OLUCOME (Observatoire de lutte contre la corruption et les malversations economiques). „Maar sinds de partij CNDD-FDD de macht heeft, is het onderdeel van het regeringssysteem.”

Corruptie is „geïnstitutionaliseerd”, noemt Gabriel dat. Mensenrechten worden op grove schaal geschonden, politiek is in handen van een kleine vriendenkliek, benoemd door en afhankelijk van de voormalige partijvoorzitter. Sinds de verkiezingen van augustus 2005 is niets meer als voorheen in Burundi. Dertien jaar burgeroorlog en vier decennia sluimerende maar dodelijke conflicten brachten het land aan de afgrond. Officieel heette het dat Hutu’s de macht bevochten op de heersende Tutsi-klasse – in werkelijkheid ging het om pure machtspolitiek tussen elites. Onder zware internationale druk werd in 2003 een wapenstilstand gesloten.

„De Hutu-guerrillastrijders van de CNDD-FDD (Conseil national pour la défense de la démocratie-Forces pour la défense de la démocratie) kwamen uit de bush, waar ze dertien jaar lang de Tutsi’s hadden bevochten”, legt Chantal Niyokindi uit, de secretaris-generaal van de Burundese mensenrechtenorganisatie Iteka. „Twee jaar later wonnen ze de verkiezingen.” Een bevrijdingsbeweging die via internationaal geprezen verkiezingen aan de macht komt.

Chantal Niyokindi zag al drie maanden na het aantreden van de CNDD-FDD dat Burundi op nieuwe problemen afstevende. „Tegenstanders van het regime werden zonder proces opgesloten in de gevangenis. Dat gebeurde met gewone mensen uit de samenleving zoals journalisten, leden van maatschappelijke organisaties.” Het is een trend geworden: wie zijn mond tegen het regime opendoet, wordt opgepakt: „Deze regering heeft geen enkele ervaring met het besturen van een land. Het zijn nog steeds de guerrillastrijders in de bush. Hun manier van regeren is daarop gebaseerd: wie tegen ons is, moet hard worden aangepakt.”

Haar kritiek wordt breed gedeeld: door buitenlandse diplomaten, waarnemers, internationale organisaties en lokale media en maatschappelijke instellingen. „Er is in Burundi nooit veel oog geweest voor mensenrechten en kritische oppositie”, zegt Pascasie Kana, directrice van een grote en toonaangevende lokale vrouwenorganisatie. „Maar deze regering heeft het onderdrukken van kritiek tot een systeem gemaakt. Ze denkt dat te mogen doen omdat ze de verkiezingen heeft gewonnen.”

Voorlopig dieptepunt was de arrestatie vorig jaar van de voormalig president Ndayizeye en diens vicepresident op verdenking van een staatsgreep. Samen met enkele lotgenoten werd het tweetal bijna een half jaar lang opgesloten in de hoofdstedelijke gevangenis. Uitgerekend op de dag dat de speciale onderzoeker voor mensenrechten van de Verenigde Naties eind januari in Bujumbura landde, werden de vermeende putschisten wegens „gebrek aan bewijs” vrijgelaten. Akick Akola, de Keniaanse VN-mensenrechtenonderzoeker, onderschrijft de opvatting van Iteka: „De regering is zelf aan de macht gekomen dankzij een democratisch proces”, zegt hij. „En het zal even duren, maar ze zullen zelf ook deel uit moeten maken van die democratische ontwikkeling. Het is iets dat in gang is gezet dat niet meer is te stoppen.”

De nieuwe elite van de CNDD-FDD heeft intussen alle hoop en verwachtingen bij de bevolking verspeeld. De om zich heen grijpende corruptie leidt tot een steeds grotere tegenstellingen tussen de intense armoede van 95 procent van de Burundese bevolking en de immense rijkdom van de elite, die paleizen van woningen betrekt in het chique Hollywood, zoals de welstandsbuurt hoog in de bergen boven Bujumbura gekscherend wordt genoemd. Burundi staat op de VN-lijst te boek als nummer acht van de armste landen ter wereld. 70 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en bijna de helft van de zes miljoen Burundezen is chronisch ondervoed. Eén miljoen Burundezen zijn structureel aangewezen op voedselhulp.

„Wie een goedbetaalde baan wil, moet lid zijn van de partij”, zegt Gabriel Rufyiri van OLUCOME. „Op zijn beurt moet het partijlid 20 procent van zijn salaris in de partijkas stoppen. Overbodig te zeggen dat hij die 20 procent elders gaat zoeken: via corruptie dus.”

De bedenker van dit systeem is Hussein Radjabu, tot voor kort voorzitter van de CNDD-FDD en om die reden een machtiger man dan president Pierre Nkurunziza. Radjabu, een voormalige landbouwer die zijn carrière dankte aan de rebellentijd, benoemde op essentiële posten getrouwen, in ruil voor invloed en geld. De partijvoorzitter manipuleerde met voedselvoorraden, de hongerende bevolking ten spijt. Gabriel: „In de afgelopen vier jaar is er 159 miljoen dollar aan smeergeld betaald: geld dat aan de Burundese bevolking is onthouden. Dat zijn alleen al de feiten die door ons zijn onderzocht, maar het staat voor mij vast dat er nog een veelvoud aan misstanden verborgen is.” Zijn onthullingen brachten Rufyiri achter tralies. Hij is onlangs, na zware internationale druk, vrijgelaten.

Inmiddels heeft de CNDD-FDD zich van Radjabu ontdaan. „Hij werd té bedreigend voor de president”, analyseert journalist Serge Nibizi van Radio Publique Africaine, die zelf maanden gevangen zat, omdat hij twijfels uitte over de echtheid van de ‘putsch’. Zijn zender volgt het regime kritisch. Veel succes oogst het station met de dagelijkse herhaling van een quote van de minister van Informatie, die tijdens een bijeenkomst met het internationale corps diplomatique het handelen van zijn CNDD-FDD verdedigde met de woorden: „Wij zijn een legitieme regering. Wij mogen doen wat we willen!”