Een ‘bom’ onder de Poolse kerk

Tadeusz Isakowicz-Zaleski publiceert woensdag een boek over collaboratie van priesters met de vroegere geheime dienst. De kerk zelf weigerde elke medewerking.

Isakowicz-Zaleski Foto AFP (FILES) Picture taken 22 June 2006 shows the Roman Catholic priest Tadeusz Isakowicz-Zaleski in Krakow. The 50-year-old priest Isakowicz-Zaleski has written a book that, according to the Polish media, names and shames 39 Roman Catholic clerics, including four bishops whose names were found in the Krakow secret police files. Isakowicz-Zaleski is waging a lonely battle to get the Church in Poland to tell the whole truth about clerics who collaborated with the communists, 11 January 2007. AFP PHOTO / PAP / JACEK BEDNARCZYK AFP

Tadeusz Isakowicz-Zaleski weet komende week alle ogen op zich gericht. Een priester die andere priesters aan de schandpaal nagelt – dat is groot nieuws in het katholieke Polen.

Woensdag maakt hij, in een boek, de namen bekend van een dertigtal collega’s – onder wie enkelen die nu bisschop zijn – die onder het communisme collaboreerden met de geheime politie. Een gebeurtenis die de Poolse kerk met angst en beven tegemoetziet, helemaal na de grote opschudding begin dit jaar rondom Stanislaw Wielgus, de beoogde aartsbisschop van Warschau. Die werd door zijn verleden als informant ingehaald en stortte de kerk in de diepste crisis sinds de val van het communisme.

„Het is een bom”, zegt Isakowicz-Zaleski doodkalm over zijn boek, tijdens een gesprek in een Armeens restaurant in Warschau. „En ik zeg erbij: helaas. Het had nooit zover hoeven komen.” Al twee jaar probeert deze kleine, bebaarde man de kerkelijke autoriteiten te bewegen tot introspectie, maar zonder resultaat. „Een stap vooruit, een stap achteruit. Zo gaat het de hele tijd.” Na de affaire-Wielgus is er volgens hem niet veel veranderd.

Hij bekijkt het menu. De priester kent deze keuken goed. Hij is van moederskant half-Armeens en geeft in het zuiden van Polen leiding aan de Armeens-katholieke kerk, die – anders dan de orthodoxe variant – trouw is aan het Vaticaan. Hij kiest een pittig gerecht met drie soorten vlees dat vrij vertaald ‘eet en wees stil’ heet en moet daar zelf hartelijk om lachen. Zwijgen is nooit zijn sterkste kant geweest.

In de jaren tachtig werd Tadeusz Isakowicz-Zaleski (50) door de geheime dienst gemarteld, omdat hij openlijk partij koos voor de vrije vakbond Solidariteit van Lech Walesa. Twee jaar geleden kreeg hij inzage in zijn politiedossier. Hij was verbijsterd, niet zozeer omdat collega-priesters hadden gecollaboreerd, maar omdat zij nooit verantwoordelijkheid hadden afgelegd. „Ik ben er niet op uit om ze te laten straffen”, zegt de priester. „Maar ze moeten excuses aanbieden en op z’n minst worden uitgesloten van hoge functies.”

Hij stelde het bisdom van Kraków, zijn werkterrein, meteen op de hoogte van zijn ontdekking, maar kreeg te horen dat hij maar veel moest bidden, dat hij de documenten moest vernietigen en, vooral, dat hij moest zwijgen. De kerk hield liever vast aan zijn populaire imago van anticommunistisch bolwerk. „Zij heeft ook echt een heroïsche rol gespeeld”, zegt de priester. „Kerken waren asielplaatsen voor dissidenten. Maar dat neemt niet weg dat tien procent van de geestelijkheid in Kraków en omgeving het regime diende.”

Primaat Józef Glemp heeft Isakowicz-Zaleski eens een ‘sensatiezoeker’ genoemd en van verschillende kanten is de kwaliteit van zijn onderzoek in twijfel getrokken, omdat hij geen historicus zou zijn. „Onzin. Ik heb kerkgeschiedenis gestudeerd, ik heb boeken over de Armeens-katholieke kerk geschreven en bij de totstandkoming van mijn jongste boek heb ik me laten begeleiden door drie professionele, kritische historici.”

Isakowicz-Zaleski heeft zijn superieuren vaak de kans gegeven om zelf de vuile was buiten te hangen, voordat hij het doet. Begin deze maand schreef hij nog een brief aan aartsbisschop Józef Michalik, de voorzitter van de Poolse bisschoppenconferentie, om hem er op te wijzen dat in zijn boek grote namen zullen voorkomen. „Ik kreeg een briefje terug: we nemen er kennis van.”

Michalik kwam twee weken geleden zelf in opspraak als mogelijke informant van de geheime dienst, onder de naam Zefir. Hij kon zich desgevraagd niet veel meer herinneren over contacten met de geheime politie. En zijn dossier bleek geen documenten te bevatten. Alleen de omslag was er nog.

Isakowicz-Zaleski ziet drie redenen waarom lang voor de doofpot is gekozen. Na 1989 zag de kerk zich als slachtoffer, niet als dader. Bovendien wilden de kerkleiders de Poolse paus Johannes Paulus II niet in verlegenheid brengen met een Poolse beerput. Ten derde leefde lang de overtuiging dat de kerkdossiers waren vernietigd, omdat Czeslaw Kiszczak, de sluwe communistische minister van Binnenlandse Zaken die in 1989 ook nog na de intrede van de democratie minister was, dit had verzekerd. „Hij loog”, zegt Isakowicz-Zaleski. Kon Johannes Paulus II zelf niet wat actiever optreden? „Hij was slecht geïnformeerd”, zegt de priester ter verdediging van de in 2005 overleden kerkvader. „Hij had te veel vertrouwen in Polen.”

Isakowicz-Zaleski zat niet achter de val van bisschop Wielgus, die op de dag van zijn inzegening tot aartsbisschop (op 7 januari) terugtrad, in een bomvolle en tot op het bot verdeelde kathedraal. Maar sindsdien heeft de priester de wind wel mee. De Poolse bisschoppenconferentie kondigde na de affaire-Wielgus een groot antecedentenonderzoek aan en eerder deze maand publiceerde het bisdom van Kraków een rapport over de collaboratie van priesters.

Maar Isakowicz-Zaleski is daarvan niet onder de indruk. „Dat rapport was geen rapport, maar een fragment van een rapport”, zegt hij. „Het is duidelijk dat de kerkleiding wil laten zien dat zij ook wat doet, zo vlak voor de publicatie van mijn boek.” Voorlopig heeft de priester veel meer vertrouwen in de Poolse media. „Die zullen dit onderwerp niet laten rusten.”

De doofpot had nog een vierde reden, bedenkt hij opeens. „Veel priesters hebben dankzij hun collaboratie carrière gemaakt en zitten nu op hoge plekken. Dat is wat veel informanten met elkaar gemeen hebben: ze waren ambitieus en wilden hogerop komen. In mijn boek beschrijf ik zulke gevallen. Het zal nog een grote schok worden.”