Cultuur slecht af met oude koeien van nieuw kabinet

De bijlage bij het regeerakkoord werpt voor het cultuurbeleid een merkwaardig licht op de hoofdtekst ervan. In die tekst wordt gesproken over het bindende en inspirerende karakter van cultuur, wordt ook uitgesproken dat cultuurparticipatie actief zal worden gestimuleerd, dat cultuureducatie een prominente plaats blijft houden en dat amateurkunst en volkscultuur zullen worden gestimuleerd. Verder wordt in die tekst gerept over het daadwerkelijk aanpakken van de achterstand bij restauratie en onderhoud van (kerkelijke) monumenten. Voor deze voornemens wordt 100 miljoen euro uitgetrokken.

Het vorige kabinet heeft een extern onderzoek naar de achterstanden in de monumentenzorg laten uitvoeren. Het onderzoeksresultaat – er moet ca. 40 miljoen euro bij – is aan de Tweede Kamer gezonden. Voor de voornemens op het gebied van participatie, educatie en amateurkunst blijft dan 60 miljoen.

Er zijn echter in de bijlage twee bezuinigingen benoemd waar de minister van Cultuur nog veel last mee zal krijgen en die de extra 100 miljoen euro in een ander licht plaatsen.

De eerste bezuiniging krijgt gestalte in de oude koe van het profijtbeginsel. Het beest is in de bijlage bij dat akkoord weer eens van stal gehaald en mag dit keer voor 50 miljoen euro grazen op het terrein van cultuur. Dat bedrag zal gelet op de titel van de bezuiniging moeten worden ‘verdiend’ door cultuurproducerende instellingen, die daarvoor aan de gebruiker een prijs in rekening brengen en door het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) worden gesubsidieerd.

De beleidsmatige basis voor die subsidies wordt eens in de vier jaar gelegd in de Cultuurnota. De huidige Cultuurnota loopt tot eind 2008 en beloopt een bedrag van 439 miljoen euro. Wie mocht denken dat dit bedrag de basis vormt voor de bezuiniging komt bedrogen uit omdat ook de door OCW gesubsidieerde musea omvat.

De Tweede Kamer heeft onlangs uitgesproken dat de toegangsprijzen voor die musea moeten worden afgeschaft. Wat ook gezegd kan worden over het zinnige of onzinnige karakter van deze uitspraak – het valt niet te verwachten dat de Kamer nu zal instemmen met een verhoging van de toegangsprijzen.

Zo blijven de instellingen op het terrein van de podiumkunsten verweesd achter om door de oude koe van het profijtbeginsel begraasd te worden. We hebben het dan over een budget van zegge en schrijve 199 miljoen euro, inclusief 20 miljoen voor ondersteunende fondsen.

Wie zijn de slachtoffers van deze 25 procent bezuiniging? Het gaat dan om orkesten, toneel-, dans- en operagezelschappen die de culturele infrastructuur van Nederland mede vormgeven. Deze instellingen hebben de afgelopen jaren hun prijzen met 136 procent laten stijgen bij een inflatie van 22 procent.

De tweede bezuiniging is de post ‘Beperking subsidies’ ad. 250 miljoen euro. Ook een oude koe die men laat opdraven wanneer men het even niet weet. Indien de normale verdeelsleutel zal worden gehanteerd zal de sector cultuur hiervan ca. 15 à 20 miljoen euro moeten bijdragen.

De conclusie moet wel zijn dat zowel de minister van OCW als de culturele instellingen door deze twee oude koeien wordt opgezadeld met een paard van Troje dat nog voor heel wat bestuurlijke drukte zal zorgen. Er zal natuurlijk wel veel ruimte en noodzaak voor dialoog met burgers en organisaties ontstaan en ook dat staat in het regeerakkoord. Jammer dat dit over de rug van de instellingen moet gebeuren.

Jan Riezenkamp is oud-directeur generaal Cultuur van OCW en voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad.