‘Bij een biertje hoort gewoon een sigaret’

Uitbaters van cafés en disco’s verzetten zich tegen een rookverbod in de horeca in 2008. „Mensen die nu niet uitgaan vanwege de rook zijn volgens mij mensen die je toch liever niet tegenkomt in de kroeg.”

„Roken is uit en uncool”, zegt Dirk-Jan Stip, eigenaar van Coffee Corazon in Amersfoort. Hij organiseerde afgelopen zaterdag een rookvrije dansavond. „Het was volle bak. We hadden aanvankelijk nog wel angst of het zou lopen, maar het was verfrissend om te zien dat iedereen genoot van de avond zonder sigaret. We trekken een hip en trendy publiek, tussen 18 en 25 jaar. Dat andere ondernemers niet dezelfde stap durven zetten, is koudwatervrees. Roken in de horeca heeft zijn tijd gehad.”

Minister van Volksgezondheid Ab Klink (CDA) zei donderdag dat hij ernaar streeft dat binnen een jaar een rookverbod in de horeca geldt. In het regeerakkoord staat 2011 als streefdatum. Uitbaters zoals Stip, die juichen bij zo’n uitspraak, zijn er maar weinig. De angst dat de klanten zullen wegblijven is groot.

„Tweederde van de bezoekers van disco’s en cafés rookt”, zegt Wendy Schellens, woordvoerder van brancheorganisatie Koninklijk Horeca Nederland (KHN). „Wij willen gastvrij zijn voor de roker en de niet-roker. We hanteren een stappenplan om meer rookvrije plekken te creëren. Een totaal rookverbod is dan niet nodig.”

De KHN wacht het eerste gesprek met de minister af. Het stappenplan loopt voorlopig tot eind 2008. Driekwart van de cafés en disco’s zou dan een rookvrije zone moeten hebben. Hotels en restaurants zouden volledig rookvrij moeten zijn. De zelfregulering lijkt vooral bij die eerste groep nauwelijks te werken. Schellens van KHN kent wel een paar voorbeelden van rookvrije disco’s, maar ook van disco’s die er later weer op terug zijn gekomen omdat ze hun bezoekersaantallen zagen slinken.

„Bij een biertje hoort een sigaret”, zegt Nelleke van der Vaart. Ze zit aan de bar van het Utrechtse café De Bastaard. De rookwolken kringelen rond de lampen. Het staat er elke avond blauw. „Ik zou minder naar het café gaan als ik er niet mocht roken. Er schijnen ook mensen te zijn die nu juist niet uitgaan vanwege de rook. Maar dat zijn volgens mij mensen die je toch liever niet tegenkomt in de kroeg.”

Arnold Meulenbelt is eigenaar van De Bastaard. „Het aantal lege pakjes dat wij opvegen aan het einde van de avond is indrukwekkend. Het hoort bij het café. We zouden met een rookverbod zeker klandizie mislopen. Ik ben niet blij met de voornemens van Klink.” Maar Meulenbelt is ook eigenaar van het restaurant Deeg, dat voor tweederde rookvrij is. „Voor restaurants is het juist een zegen. Lekker eten en roken gaan niet samen. Er zijn veel klanten die speciaal voor de rookvrije ruimte komen. We trekken een publiek dat erg met de eigen gezondheid bezig is.”

Het Amersfoortse Coffee Corazon is sinds de opening rookvrij. „Aanvankelijk kostte het ons wel klanten, die maakten rechtsomkeert als ze hoorden van het rookverbod”, zegt Stip. „Maar nu komen de mensen juist daarom naar ons. Er komen trouwens ook rokers, die vinden het helemaal niet erg om zich even in te houden. Tijdens Oudjaar mocht er bij wijze van uitzondering wel gerookt worden. Wat een stank en wat een troep zeg. Dat wil ik niet in mijn zaak. Ik ruik nu naar koffie en appeltaart als ik na mijn werk thuiskom. Als je een avond uitgaat kom je meestal volledig doorrookt terug. Ik hoop dat de bezoekers van onze dansavond in plaats daarvan naar de parfum van een leuk meisje of een leuke jongen ruiken.”