Zelf het klimaat redden

Wie het milieu wil redden, hoeft niet af te zien. Schaf een gasgestookte wasdroger aan, zet een zonneboiler op het dak en koop met subsidie een terreinwagen.

Spaarlamp Foto AP

Wat kan een gewone burger doen om het broeikaseffect te bestrijden? Niet zo heel veel. Een burger bestelt geen nieuwe kerncentrale of windmolenparken. Zijn inspanning is futiel in vergelijking met milieubesparende overheidsmaatregelen en vooral in vergelijking met de vervuilende activiteiten van zes miljard medewereldbewoners. Wie het klimaat wil redden, doet dat vooral voor zijn eigen gemoedsrust.

Als we met z’n zes miljarden ons best gaan doen, wordt het een andere kwestie. Dat heeft wel een gunstig effect. Terug dus naar het individu en naar de vertrekvraag. Hoe red je het klimaat? Kan dat echt „in een handomdraai”, zoals Greenpeace ons belooft?

Nederland moet van Greenpeace massaal aan de spaarlamp: doe mee aan 1miljoenspaarlampen.nl. Het is zeker geen campagne van chagrijnige wereldverbeteraars – iedereen is blij als hij een spaarlampje indraait.

Maar al wil Australië de spaarlamp binnenkort verplicht stellen – wie stroom wil besparen, kan zich beter richten op andere dingen. In het huishouden gaat slechts 16 procent van de elektriciteit aan verlichting op. Paula Groeneveld van Milieu Centraal (milieucentraal.nl), een onafhankelijk voorlichtingsbureau – grotendeels betaald door VROM en EZ – is de eerste om dat toe te geven: „De spaarlampencampagne moet je meer zien als een eerste stap. En het is ook zo’n eenvoudige campagne: je hoeft alleen maar een andere lamp erin te draaien. Maar stroom besparen doe je vooral met zuiniger apparatuur – de wasdroger verbruikt in zijn eentje al meer dan alle lampen bij elkaar. Een goede reden om de aanschaf nog eens te heroverwegen. Kan de was niet toch aan de lijn? Als je per se een wasdroger wilt, koop er dan een die zuinig is: eentje met een A-label.”

Eigentijds milieu redden is allang geen afzien meer. Waarom de martelaar uithangen als het met behoud van luxe kan, zonder dat het extra geld kost? Een spaarlamp heb je in een jaar terugverdiend – als hij vaak brandt tenminste. Met een apparaat met A-label help je niet alleen het klimaat, maar ook je portemonnee. En energie kun je kopen bij duurzame leveranciers als ‘Greenchoice’ en ‘Echte energie’ die voor consumenten meestal nog goedkoper zijn dan de grote leveranciers. Ze leveren ‘klimaatgecompenseerd’ gas en stroom, waarbij bomen ter compensatie worden aangeplant. Het ‘groene gas’ van Greenchoice kost zelfs 0,5 eurocent per m3 minder dan ‘grijs’ gas. (Het blijft allemaal gewoon aardgas.) Wie ter vermindering van het broeikaseffect meer vertrouwen stelt in kernenergie, heeft pech gehad: atoomstroom wordt niet apart geleverd.

Om het klimaat te redden hoef je tegenwoordig geen stap terug te doen. Wie thuis toch een offer wil brengen, kan de cv een graadje lager zetten, het koffiezetapparaat na gebruik uitdoen of de computer met alle toebehoren op een centrale contactdoos plaatsen en die met één klik uitzetten. Hetzelfde geldt voor tv, video- en dvd-speler en voor de audiotoren. (Wel eerst kijken of de instellingen zonder spanning behouden blijven.) Alle laders na gebruik uit het stopcontact halen helpt ook: kruimeldief, elektrische tandenborstel, telefoonladers. Standbystroom is immers zonde. En vergeet niet het licht achter je uit te doen.

Maar hoezeer de martelaar in je ook wordt gestreeld, besparen op standbystroom blijft kruimelwerk. Veel meer zoden aan de dijk zetten huisisolatie en slimmere apparatuur. Neem in plaats van een elektrische wasdroger – de grote stroomslurper in het huishouden – een gasgestookte wasdroger. Een elektrische wasdroger is niet erg efficiënt. Stroom wordt opgewekt in een elektriciteitscentrale met kolen of aardgas. Het rendement daarbij is gemiddeld 42 procent; de overige 58 procent gaat weg als koelwarmte. Wie dus een gasgestookte wasdroger koopt, gebruikt ook die 58 procent voor het drogen.

Vreemd genoeg bestaat er in gasland Nederland nauwelijks belangstelling voor de gasgestookte wasdroger. Voor consumenten bestaat er alleen nog Pirouwet.nl, drogers tussen de 600 en 800 euro.

Ook valt veel stroom te besparen met een hotfill wasmachine. Het opwarmen van het waswater in een gewone wasmachine gebeurt elektrisch – en juist dat verwarmen gebruikt de meeste stroom. Wie dat warme water uit de hoogrendementsketel haalt (of van zijn stadsverwarming) bespaart veel op zijn stroomgebruik. Een hotfill wasmachine is gewoon te koop bij de witgoedwinkel. Je hebt alleen een warmwaterleiding nodig.

En wie werkelijk energie wil besparen, kan het water door de zon laten verwarmen in een zonneboiler. Iedereen met een dak op het zuiden met voldoende zon kan een zonneboiler laten installeren. De meeste energiemaatschappijen (Eneco etc.) leveren ze. Paula Groeneveld: „De zonneboiler is het ondergeschoven kindje van de energiebesparing. Ten onrechte, de terugverdientijd ligt gunstiger dan bij zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking. Het is wat meer installatiewerk, maar allemaal lowtech: een geïsoleerd voorraadvat, geïsoleerde leidingen, de zonnecollector zelf op het dak. Het enige wat je nodig hebt is een hoogrendementsketel die is voorbereid op naverwarming van het water uit de zonneboiler (afgekort HR met gaskeur NZ); heet water moet altijd heter dan 58 graden worden in verband met legionella. Als je je gedrag een beetje aanpast – ’s avonds douchen in plaats van ’s ochtends, de hotfill wasmachine na een warme dag laten draaien – dan kun je veel energie besparen.”

Echte fanatici plaatsten – ondanks de lange terugverdientijd – toch een zonnepaneel op het dak om elektriciteit op te wekken. Maar energiemaatschappijen doen nog steeds moeilijk over de teruglevering aan het net. In het Samsom-amendement uit 2004 wordt weliswaar gegarandeerd dat een zelfopwekker jaarlijks 3.000 kWh mag ‘terugleveren’, maar na drie jaar is de tarievenoorlog nog niet beslecht.

Daarom valt te vrezen dat ook de HRE-ketel, die dit jaar in Nederland verschijnt, op terugleverproblemen zal stuiten. De HRE-ketel is een toestel, waarin met een gasgestookte stirlingmotor warmte en elektriciteit worden opgewekt. Hij komt in plaats van de hoogrendementsketel en levert warmte met als bijproduct elektriciteit (E), vandaar HRE-ketel. Volgens Hans Overdiep van GasTerra in Groningen zullen er in 2020 zeker 1,6 miljoen HRE-ketels in de huishoudens staan, „al moeten die netwerkproblemen wel worden opgelost”.

Het aardgasgebruik per woning is sinds de oliecrisis in 1973 flink gedaald. Door de nationale kierenjacht, dubbele beglazing, spouwmuurisolatie, dakisolatie, vloerisolatie, hoogrendementsketel, warmteterugwinning uit ventilatielucht en de bij nieuwbouw verplichte energieprestatienorm is het gasverbruik spectaculair gedaald. Een gemiddeld huishouden verstookte in 1980 nog 2.780 m3 aardgas. In 2000 was dat gedaald tot 1.580 m3, in 2004 was het 1.263 m3. (Dat kwam natuurlijk ook doordat de huishoudens kleiner werden.) Maar het kan nog veel minder: in een huidige nieuwwoning is slechts 700 m3 nodig.

Volgens Jan Tjemme van Wieringen van Milieu Centraal zullen de komende jaren ook warmtepompen meer worden toegepast, waarmee warmte uitgewisseld wordt met het diepe grondwater. Dat kan niet overal, zoals de commotie over de illegale grondwaterpomp bij burgemeester Jorritsma in Flevoland duidelijk maakte, „maar wel op heel veel plaatsen”.

Ook de ultrahoogrendementsketel (UHR), zoals de CombinAir van Daalderop, verschijnt komend jaar op de markt. Hierbij wordt een hoogrendementsketel gecombineerd met terugwinning van warmte uit ventilatielucht. Ook de terugwinning van warmte uit douchewater staat er aan te komen. Van Wieringen: „De meeste van deze technische apparaten zijn pas interessant bij vervanging of bij nieuwbouw. Maar je moet het als particulier van een bestaand huis wel willen.”

Want inderdaad, niet iedere idealist had deze explosie aan milieubesparend witgoed voor ogen, toen hij bedacht dat het energieverbruik wel wat minder kon. Vroeger had de milieubeweging het over een extra trui en een leilinde voor het huis: ’s zomers schaduw en ’s winters het verwarmende zonlicht tot diep in de huiskamer. Maar dat was vroeger. Is er nu nog CO2 te besparen zonder in handen te vallen van technofreaks?

Dat kan, maar vooral buiten de deur. Grofweg de helft van de directe CO2-uitstoot van een particulier wordt veroorzaakt door de auto en door vliegreizen. Vooral vliegen versterkt het broeikaseffect. Alleen aan CO2 produceert een vliegreis naar Jakarta 5.000 kg, evenveel als de rest van het jaar met wonen, verwarmen en de auto. Daar komt dan nog de productie van stikstofoxiden bij en condensstrepen die ook bijdragen aan het broeikaseffect.

Maar sinds kort kan de idealist vliegen en zich toch geen milieubarbaar voelen. Zoals de katholiek na de zonde een aflaat koopt, zo schaft de idealist bij het boeken van een vliegreis een certificaat aan voor CO2-compensatie. De organisaties Greenseat en TreesforTravel planten daarvoor bomen aan die net zoveel CO2 vastleggen als je met je reis verstookt. En het is niet eens zo duur. Voor een retourtje Nieuw Zeeland – verder kan niet – rekent Greenseat ongeveer 130 euro voor CO2-compensatie. Wie ook de andere broeikasgassen wil compenseren, komt ruim twee keer zo duur uit.

Jan Tjemme van Wieringen van Milieu Centraal geeft toe dat er over deze broeikascompensatie binnen de milieubeweging wel wat bedenkingen bestaan. „Het is natuurlijk niet structureel op de lange termijn: op den duur komt de CO2 toch weer vrij uit de bomen. Maar het is meer een bewustwordingsmiddel. Bovendien: zolang de ontbossing op aarde nog zo hard gaat, kan het geen kwaad daar iets tegenover te stellen. Er is met deze certificaten al 50.000 hectare bos aangeplant. De helft van de ambtenaren van ministeries en de Kamerleden doen het standaard voor hun dienstreizen.”

Vliegen kan dus weer – mits met CO2-compensatie. En hoe zit het met autorijden? Het beste wat een idealist kan doen, is verhuizen en voortaan met de fiets naar het werk. Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg (6 procent overdrachtsbelasting op de koopsom van een huis) en praktische bezwaren (levenspartner werkt in een andere stad). Soms is een auto toch onvermijdelijk.

Ook met een auto kun je het klimaat ontzien. Het ministerie van VROM heeft alle nieuwe auto’s in energieklassen ingedeeld, waarbij zuinige auto’s binnen hun klasse een aanschafsubsidie krijgen (een korting op de autobelasting BPM) en de slurpers een aanschafboete. Daarnaast worden auto’s met een hybride motor nog extra bevoordeeld.

Zo krijgt de zuinige Toyota Prius met hybride motor, die per kilometer 104 gram CO2 uitstoot, 6.000 euro subsidie. De zuinige Toyota Aygo / Citroën C1 / Peugeot 107 – in principe dezelfde auto, maar met een andere achterkant – stoot met een gewone benzinemotor ietsje meer uit: 109 gram CO2 per kilometer. Dit trio krijgt 1.000 euro subsidie. De hybride Lexus SUV RX400, een zware terreinwagen en met zijn verbruik van 1:12 een flinke slurper, krijgt 3.000 euro milieusubsidie. De nieuwe Smartfor2-diesel, die met zijn uitstoot van 90 gram CO2 per kilometer de zuinigste auto is, krijgt een aanschafsubsidie van 500 euro.

Op het oog niet direct een subsidiestelsel dat tot zuinig rijden noodt. Een macho krijgt voor zijn Lexus SUV-benzineslurper drie keer zoveel subsidie als de zuinige Citroën C1-rijder. Van Wieringen van Milieu Centraal: „De overheid heeft besloten om de aankoop te bevorderen van auto’s die het zuinigst zijn binnen hun klasse. Dus kleine auto’s worden onderling vergeleken, net als middenklassers en grote wagens. De reden is dat iedereen gewoon in zijn klasse kan blijven rijden, maar toch zuiniger. Nederland is met deze regeling wel een uitzondering. De meeste landen kiezen ervoor om auto’s te bevoordelen die absoluut minder CO2 per kilometer uitstoten.”

Zuinig of niet – een auto produceert toch CO2. Een gemiddelde autorijder met 15.000 kilometer per jaar produceert 2.000 tot 4.000 kg CO2, een hoeveelheid die vastgelegd kan worden door zo’n honderd tot tweehonderd groeiende bomen. Bij Klimaatneutraal.nl kan dat geregeld worden. Leaserijders kunnen hun geweten sussen door in zee te gaan met Greenlease.nl. Met de greenlease-tankpas wordt de herplant van bossen vanzelf geregeld, de leaserijder heeft er geen omkijken naar.

Denis Slieker, directeur van Klimaatneutraal: „Hier in Nederland beginnen we pas. Ons bedrijf is negen man groot, maar we groeien hard. In Groot-Brittannië is klimaatneutraal ondernemen al een grote markt. Daar zijn vijftien bedrijfjes als het onze.” Slieker benadrukt dat Klimaatneutraal niet is bedoeld voor het voortzetten van een verkwistende levensstijl met afkoop: „Een contract met ons is slechts een onderdeel van duurzaam ondernemen.” Erg duur is klimaatneutraal autorijden niet. Slieker: „Een middenklasse auto die 20.000 kilometer per jaar rijdt, produceert 4.000 kg CO2. De aanplant van bomen die dat weer vastleggen, kost 40 euro per jaar.”

Zelfs onbelemmerd shoppen kan klimaatgecompenseerd. Visa heeft een speciale creditcard geïntroduceerd voor klimaatbezwaarden, de Greencard (greencardvisa.nl). Ook bij een impulsaankoop wordt niet vergeten bomen te herplanten of duurzame projecten op te starten – mits je met de Greencard betaalt natuurlijk.

Is het dan niet meer mogelijk om te lijden voor het redden van het klimaat? Gelukkig heeft de Wereldvoedselorganisatie zojuist bekendgemaakt dat herkauwers, in het bijzonder runderen, grote hoeveelheden methaan produceren (Livestock’s long shadow, januari 2007). 37 procent van het methaan waar de mens verantwoordelijk voor is, komt uit koeiemagen. En methaan is een sterker broeikasgas dan CO2.

Voor de klimaatverantwoordelijke mens voortaan dus geen biefstukje meer. En geen koel glas karnemelk of een plak kaas op de boterham. Tenminste, zolang de firma Greenbeef.com nog niet is opgericht.