Vieze stikstof

Professor Nico van Breemen, emeritus hoogleraar Bodemkunde & Geologie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Wageningen, 16 februari 2007 Mentzel, Vincent

Bij een onderzoek “naar heel andere zaken’’ liep Nico van Breemen aan tegen de ontdekking dat ammoniak die in de lucht hangt rond intensieve veehouderijen in grote hoeveelheden bijdraagt aan de milieuvervuiling. Het leverde hem in 1982 een publicatie op in Nature, “het belangrijkste artikel uit mijn loopbaan’’, aldus de emeritus hoogleraar. Het is nu 390 maal geciteerd. “Onze verdienste was eigenlijk alleen het herkennen en verder uitpluizen van waarnemingen die op het eerste gezicht anomalieën waren.”

Van Breemen mat hoge concentraties aan ammonium in water dat naar beneden droop uit boomkruinen en langs boomstammen. Zijn hypothese dat de stikstof in deze verbinding was neergeslagen vanuit ammoniak in de lucht werd later bevestigd: Van Breemen had een nieuwe luchtvervuiling ontdekt.

Ecologisch was de ontdekking van Van Breemen van belang, omdat hij kon verklaren waardoor de Nederlandse bos- en heidegebieden, vanouds stikstofarm, steeds rijker werden aan stikstof. “Dit heeft het denken over de voedingstoestand van planten in natuurgebieden volkomen op de kop gezet”, zegt hij. “Het leidde tot nieuwe inzichten over ecologische effecten, waaronder het verdwijnen van plantensoorten die waren aangepast aan stikstofarme milieus.”

Van Breemens ontdekkingen zijn volgens de emeritus hoogleraar een mooi voorbeeld van serendipiteit: het vinden van iets waar je niet naar op zoek was. “Wij wilden eigenlijk de calciumcyclus in bossen onderzoeken, en liepen onvoorbereid tegen deze verschijnselen aan. Dat heb ik vaker meegemaakt.”

In zijn afscheidsrede als hoogleraar aan de Universiteit van Wageningen betoogde Van Breemen drie jaar geleden dat alles wat in de wetenschap echt vernieuwend is bij toeval wordt gevonden. “Wij krijgen altijd te horen dat de wetenschap bestaat uit het toetsen van hypothesen. Maar als je hypothesen toetst en bevestigt, dan verstevig je alleen maar het gebouw van de wetenschap, je breidt het niet uit. De uitbreiding begint pas als je iets volkomen nieuws ontdekt. Tot de mensen die aan de wetenschappelijke geldkraan draaien wil dat maar niet doordringen. De mensen die leiding geven aan dit land hebben er geen flauw idee van. Balkenende zegt dat wetenschap geen l’art pour l’art mag zijn, maar dat is het nu juist wel. De enige manier om de wetenschap vooruit te brengen is haar vrij te laten.”