Van student, postbode en pinchhitter tot topscorer

Laatbloeier Danny Koevermans (28) maakte dit seizoen al achttien doelpunten in de eredivisie. „Toen AZ me aantrok dacht ik: wat moeten ze nou met een type als ik?”

Danny Koevermans juicht na weer een doelpunt. Foto Bas Czerwinski 19-01-2007, DEN HAAG. ADO DEN HAAG - AZ. DANNY KOEVERMANS VIERT ZIJN DOELPUNT. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Toen de AZ-spelers Danny Koevermans en Demy de Zeeuw vorige week in Istanbul het veld van Fenebahçe betraden, keken ze elkaar veelbetekenend aan. „Twee jaar geleden speelden we nog tegen elkaar in de eerste divisie”, herinnerde Koevermans zijn ploeggenoot aan die periode. „Jij voor Go Ahead Eagles, ik voor Sparta. Ik prijs me heel gelukkig dat ik dit allemaal mag meemaken.”

Het typeert de persoon Danny Koevermans die als profvoetballer elke dag geniet. Zijn voetballeven begint steeds wonderlijkere vormen aan te nemen. Hij werd bij AZ binnen gehaald als pinchhitter – een spits die als invaller een beslissing moet forceren – maar momenteel staat hij met achttien doelpunten tweede op de topscorerslijst van de eredivisie achter de Braziliaanse schutter Afonso Alves van Heerenveen.

De weg naar dit succes verliep misschien iets te geleidelijk. Koevermans staat dan ook te boek als een laatbloeier. De Schiedammer werd pas op 20-jarige leeftijd door Sparta weggehaald bij de amateurclub Excelsior ’20. Dit gebeurde nadat hij aanvankelijk een profaanbieding van die club had geweigerd. Hij zag zichzelf nog niet elke dag op het voetbalveld staan. Met het gymnasiumdiploma op zak koos hij toen liever voor een maatschappelijke loopbaan. Maar ook die verliep anders dan hij had gepland. Na een sabbatical schreef Koevermans zich in voor de Hogeschool voor Economische Studies (HES), maar dat werd een fiasco. „Ik had net een jaar van feestvieren achter de rug”, vertelt hij in de brasserie van het AZ-stadion. „Lachen, gieren, brullen. Fantastisch! Dan mis je de drive om je boeken weer te pakken. Na drie maanden hield ik ’t voor gezien op de HES. Ik was op zaterdagochtend postbode om wat bij te verdienen en heb gevraagd of ik niet wat meer uren kon krijgen. Ben ik acht maanden brieven gaan rondbrengen. Niets mis met die baan. Lekker in de buitenlucht. Op jaarbasis regen je slechts vijf procent van de tijd zeiknat.”

Bij Sparta maakte Koevermans in vier jaar acht trainers mee: Dolf Roks, die hem aantrok, Willem van Hanegem, Frank Rijkaard, Chris Dekker, Mike Snoei, Adri van Tiggelen, John de Wolf en Fritz Korbach. De laatste slechts één dag. „Het vroor twee graden en Korbach kwam die dag in zijn korte broek het veld op. Hij heeft met dat brilletje op zijn neus nog lopen verdedigen in één-tegen-één-duels. Hij zou ons naar de nacompetitie loodsen. Maar op weg naar huis werd hij onwel en de dag daarna was Korbach er al niet meer.”

Frank Rijkaard zag het in Koevermans zitten en gaf hem een kans in het eerste elftal. Onder de huidige succestrainer van FC Barcelona degradeerde Sparta naar de eerste divisie. „Dat is mijn geluk geweest. Toen kon ik me profileren op een lager niveau en laten zien dat ik goals kan maken.” Koevermans scoorde in het seizoen 2004-2005 in 29 wedstrijden 24 doelpunten. Daarmee trok hij de aandacht van Louis van Gaal die een voetbaljaargang later in dienst trad van AZ. „Ze hadden nog een pinchhitter nodig. Ik dacht: Wat moeten ze nou met een type als ik. Maar ik was 26 jaar en dan ga je natuurlijk. Zeker als je met bewondering de verrichtingen van AZ in de UEFA Cup en de groei van deze club hebt gevolgd.”

Vorig seizoen kreeg Koevermans slechts drie keer een basisplaats, maar nu hij mede dankzij het tweespitsensysteem dat Van Gaal hanteert vaker wordt ingezet, toont hij zijn capaciteiten. „Ik heb de criticasters de mond gesnoerd”, zegt de spits. „Ik kan ook in een aanval met drie spitsen spelen. Net zo goed als Huntelaar in een 4-4-2-systeem kan voetballen. Hij is sneller dan je denkt, daar vergist iedereen zich in. Ik oogde volgens sommigen ook traag en log. Werd lacherig over gedaan. Ik heb specifieke kracht- looptraining afgewerkt om mijn snelheid te ontwikkelen. Ik zal natuurlijk nooit een Mendes da Silva of Dembélé worden. Zij zetten de turbo aan en zijn dan niet bij te houden op de eerste meters.”

Directeur Peter Bonthuis van Sparta betwijfelde of Koevermans vanwege zijn zwakke fysieke gesteldheid het hoogste niveau wel aankon. „Bullshit. Wat moet ik met zo’n uitspraak? Ik heb bij Sparta qua blessures één dramatisch seizoen gehad. Maar geen enkele voetballer is altijd fit. Ik scheurde toen een spier in mijn lies en ben te snel weer gaan voetballen. Dat zal me niet weer overkomen. Je moet door de pijn heenlopen, kreeg ik te horen. Maar ik crepeerde. Later scheurde ik dat seizoen tegen Telstar nog een hamstring af omdat ik te lang in het veld bleef staan.”

Hij heeft eigenlijk een broertje dood aan interviews. Het liefst zou Koevermans bescheiden op de achtergrond blijven, maar hij beseft dat het bij zijn vak hoort. Op de vraag of het voetbalmétier met al zijn opsmuk en uiterlijk vertoon zijn wereldje wel is, schudt hij zijn hoofd. „Niet echt. Ik ben liefhebber van het spelletje daarom vind ik het machtig mooi. Je raakt er niet over uitgepraat. Ik ben zelf niet geïnteresseerd in materialistische zaken. Als voetballers, die goed verdienen, echter dure horloges willen dragen of in een grote Mercedes rijden moet je daar niet met vooroordelen tegengaan kijken.”

Hij kent ook de keerzijde van het bestaan van een profvoetballer en noemt een voorbeeld. „Na een wedstrijd van Sparta die wij verloren, maar waarin ik twee scoorde, werd ’s nachts op mijn voicemail geschreeuwd: „Vieze klootzak! Dikke vetzak!” Onverlaten die proberen leuk te zijn. Je bent publiek bezit. Het kan nog erger. Ik zou helemaal gek worden om te moeten leven zoals Beckham, Ronaldinho of Van Nistelrooy. Zij worden geleefd. Zoiets overkomt je gewoon.”

Na de euforie van de kwalificatie in het UEFA-Cuptoernooi wacht AZ morgen al weer de confrontatie met Ajax. De rivaliteit, die supporters ervan maken, leeft niet bij Koevermans. Ook niet vanwege zijn Rotterdamse achtergrond. „Het is soms zielig hoe clubsupporters met rivaliteit omgaan. Die slaan echt door. Maar ik vind dat AZ er wel alles aan moet doen om het officieuze kampioenschap van Noord-Holland te winnen.”