Twee tenniszielen, één gedachte

De Amerikaanse tennistweeling Mike en Bob Bryan (28) voerde in 2006 de wereldranglijst in het dubbelspel aan. De Davis Cup en een olympische medaille zijn hun volgende doelen. „Onze kracht is dat we ruzies zo weer bijleggen.”

Tennistweeling Bob (links) en Mike Bryan: „Op de baan worden we gescheiden door een denkbeeldig koord.” Foto AFP Bob Bryan (L) and his brother Mike of the US celebrate following their victory in the men's mixed doubles final against Jonas Bjorkman of Sweden and Max Mirnyi of Russia at the Australian Open tennis tournament in Melbourne, 27 January 2007. Bryan and Bryan defeated Bjorkman and Mirnyi 7-5, 7-5 for the title. AFP PHOTO/Dean TREML AFP

Het gebeurde vorig jaar op Wimbledon. Mike en Bob Bryan hadden met veel moeite een wedstrijd gewonnen en reden terug naar hun hotel in Londen. Al tijdens de partij waren ze opgehouden met praten omdat ieder woord van de een verkeerd werd opgevat door de ander. Op de achterbank stompte Bob zijn broer op de arm. Waarop Mike uithaalde naar de neus van Bob. In het hotel gooide Bob de gitaar van Mike tegen de muur, waarop Mike zijn voeten in de buik van Bob plantte.

Weinig topsporters die deel uitmaken van hetzelfde team, vechten dergelijke ruzies uit. Maar de Amerikaanse tweelingbroers die vorig jaar zonder tussenpozen de wereldranglijst in het dubbelspel aanvoerden, halen er hun schouders over op. „Als je 365 dagen per jaar in elkaars gezelschap verkeert wil er wel eens wat misgaan”, zegt Mike, die niet alleen de tennisbaan met zijn broer deelt, maar ook een riante villa, een auto, een bankrekening en een e-mailadres. Bob knikt. „Onze kracht is dat we ruzies zo weer bijleggen.”

The Bryan Brothers deden dit jaar voor het eerst mee aan het ABN Amro-toernooi in Rotterdam. Nooit eerder speelden ze in Nederland. Ze lieten zich overhalen door toernooidirecteur Richard Krajicek. Bob: „Richard was overtuigend. Hij zei dat hij de dubbels dit jaar in het zonnetje wil zetten. En dat lukt volgens hem alleen als de beste teams op centercourt aantreden.” Krajicek heeft aan de verwachtingen van het tweetal voldaan. Bob: „Er komen veel mensen op de dubbels af en de Nederlandse fans zijn vaak goed geïnformeerd.” Mike: „Richard heeft veel krediet in het tenniscircuit. In een grijs verleden hebben Bob en ik nog tegen hem gespeeld. Maar waar en wanneer: geen idee.”

Robert Charles Bryan en Michael Carl Bryan werden op 29 april 1978 geboren in Camarillo, Californië. Bob is twee minuten jonger, twee centimeter langer en zeven kilo zwaarder. Hij is linkshandig, heeft een sterke opslag en een krachtige forehand. Zijn broer is rechtshandig, blinkt uit aan het net en retourneert sterk. Maar daar houden de verschillen zo’n beetje op. Samen hebben de broers meer dan vijfduizend wedstrijden gespeeld. En naarmate de jaren verstrijken gaan ze steeds meer op elkaar lijken. „Als klonen”, vindt Mike. „Ik kan Bobs gedachten lezen, hij de mijne. Op de baan worden we gescheiden door een denkbeeldig koord; tegenstanders scoren zelden door het midden.” Als één van hen geblesseerd zou raken, zetten ze samen een punt achter hun tenniscarrière.

In het Rotterdamse vijfsterrenhotel Westin vertellen de broers over hun eerste ervaringen op de tennisbaan. Bob en Mike begonnen met tennissen toen ze tweeënhalf jaar oud waren. Hun moeder Kathy Blake stond in de jaren zeventig in de top-15 van Amerikaanse tennissters. Hun vader Wayne Bryan runt al dertig jaar een tennisvereniging in hun geboorteplaats. Op de hardcourtbanen van de Cabrillo Racquet Club volgden de broers hun eerste lessen en als achtjarigen wonnen ze hun eerste dubbeltoernooi. Mike: „We speelden in die tijd bijna ieder weekend een wedstrijd, zowel singles als dubbels. Maar het dubbelspel had onze prioriteit.” In 1995 was Bob de beste Amerikaanse singlespeler bij de junioren en stond Mike op plaats drie. Als senioren wisten zij echter nooit de top-100 in het enkelspel te bereiken.

Op de vraag waarom zij zich al op jonge leeftijd in het dubbelspel specialiseerden zegt Bob: „Omdat onze ouders daar groot voorstander van waren. Hun filosofie was dat we betere vrienden werden als we dubbelden. We hebben nooit een enkelpartij tegen elkaar gespeeld. Als we beiden de finale haalden trokken mijn ouders ons terug. Daar stonden wij achter. Als je nummer twee in je eigen huis bent, kun je nooit nummer één van de wereld worden. We hebben alleen in het gemengd dubbel vier keer tegenover elkaar gestaan. De stand is 2-2.”

De tennissers schatten dat ze in de afgelopen kwarteeuw meer dan duizend bokalen hebben gewonnen, waaronder die van de Franse Open (2003), Wimbledon (2006), de US Open (2005) en de Australian Open (2006 en 2007). De mooiste trofeeën staan „als meubelstukken” in het ouderlijk huis in Zuid-Californië. Tellen doen ze het zilver- en kristalwerk niet meer. Maar dat maakt ze niet minder fanatiek. Bob: „We zijn zeer competitief. We willen alles winnen.”

Het toernooi van Rotterdam zal nog minstens een jaar ontbreken op hun erelijst. Omdat Bob last had van griepverschijnselen, was het dubbel gedwongen zich gisteren terug te trekken. Ze hebben voor morgen al direct een alternatief: optreden in Las Vegas. Mike en Bob spelen in een amateurrockband en geven jaarlijks vijftien optredens in het professionele tenniscircuit. De Bryan Brothers Band – Bob speelt keyboard, Mike gitaar en drums – heeft een gig gepland in de gokstad, mochten de bandleden de finale in Rotterdam mislopen. Bob: „Muziek is onze hobby, tennis ons beroep. Maar er komt een tijd dat we ons volledig op de muziek gaan richten.” Tussen de wedstrijden door schrijven de broers songteksten op hun hotelkamer en werken zij aan wat hun eerste cd moet worden. Naar ieder toernooi slepen ze hun kleine studio mee. „Instrumentaal gezien kunnen we zo de ether in” zegt Mike. „Maar onze vocals zijn helaas niet best.” Grinnikend: „Heeft één van jullie misschien een goede stem?”

Zo op het eerste gezicht leven de twee broers in hun eigen wereldje. Maar dat is schijn. Van alle spelers in het professionele tenniscircuit spenderen zij naar eigen zeggen de meeste tijd aan wedstrijden voor liefdadigheidsinstellingen. Bob: „Talloze keren speelden we voor goede doelen. De ene keer worden we benaderd door Andre Agassi (die een fonds heeft opgericht voor kansarme kinderen in zijn geboortestaat Nevada, red.) dan weer door Andy Roddick (die zich inzet voor mishandelde kinderen in Florida en Texas, red.). Per jaar spelen we zo’n 20.000 dollar bij elkaar.” Om hun krachten te bundelen hebben de broers onlangs een eigen fonds opgericht, de Bryan Brothers Foundation. De komende jaren willen zij muziekoptredens en tennistoernooien organiseren om geld in te zamelen voor arme gezinnen in hun woonplaats Wesley Chapel, Californië. Op de vraag of hun liefdadigheidswerk goed te combineren is met hun tenniscarrière zegt Mike: „Ik geef toe dat we zelden een vrije dag hebben. Maar het tennisleven is kort en we willen nu het verschil maken.” Onlangs kreeg hun populariteit een andere wending. Sinds het blad People Magazine Mike en Bob op de lijst van sexiest men alive zette, zijn ze zeer gewild bij de vrouwen. Hun beroemde chest bump – afgekeken van hun vroegere idolen Luke en Murphy Jensen – spreekt tot de verbeelding.

Het afgelopen jaar voerde de spelersvakbond ATP een aantal revolutionaire veranderingen in het dubbelspel door om de minst populaire tak van de tennissport aantrekkelijker te maken. Zo werd de derde set vervangen door een supertiebreak en het voordeel na deuce afgeschaft. Volgens de broers staat het gros van de dubbelspelers inmiddels achter de maatregelen, maar was er in het begin veel weerstand. Mike: „Aanvankelijk kwam de ATP met een bepaling dat dubbelspelers ook een ranking in de singles moesten hebben. Dat leidde uiteraard tot paniek. Twee jaar geleden hebben Bob en ik een advocaat in de arm genomen en een aantal geheime ontmoetingen belegd met collega-spelers. Iedereen doneerde geld, er was een grote saamhorigheid.” Hun voornemen was om tijdens de goed bekeken US Open van 2005 een rechtszaak tegen de bond aan te spannen.

Zover kwam het niet. Een paar maanden voor de US Open werd de Zuid-Afrikaan Etienne de Villiers tot voorzitter van de ATP benoemd. En volgens de tweeling heeft hij veel meer oor voor de grieven van de dubbelspelers dan zijn voorganger, de Amerikaan Mark Miles. Bob: „De Villiers wilde een compromis bereiken. Hij begreep dat het niet in het voordeel van de bond was als spelers dwars lagen.”

De Zuid-Afrikaan handhaafde het nieuwe scoresysteem, maar schrapte de bepaling dat dubbelspelers ook actief moeten zijn in het enkelspel. „En dat niet alleen”, zegt Bob. „De Villiers was het met ons eens dat dubbelspelers tijdens toernooien wel eens worden achtergesteld. Niet alleen spelen ze op mindere banen dan enkelspelers – in Rome speelden Mike en ik de finale twee jaar geleden op een side court voor een paar toeschouwers – maar ze moesten doorgaans ook de eigen hotelkosten betalen als ze niet de eindronde haalden. In de praktijk betekende het vaak dat dubbelaars verlies maakten.”

De nieuwe ATP-voorzitter stelde een speciale doubles commissioner aan die er op toeziet dat toernooidirecties dubbelspelers niet discrimineren. Gebeurt dat wel, dan kunnen zij een boete tegemoet zien. Mike: „In Rotterdam slapen álle spelers in een vijfsterrenhotel. Maar als ze ons in een minder hotel hadden gezet, hadden we meteen een mailtje aan Etienne gestuurd. En ik garandeer je: die man antwoordt binnen twaalf uur.”

De broers, die met Daniel Nestor en Mark Knowles tot de weinige hedendaagse tennissers behoren die zich – met succes – specialiseren in het dubbelspel, zijn niet bang dat het nieuwe systeem nog meer toppers uit het enkelspel zal inspireren om te gaan dubbelen. „Wij zijn voor niemand bang”, zegt Mike vol overtuiging. „Op Federer na. Met een goede partner zou hij een serieuze bedreiging voor ons vormen.” Bob knikt. „Tim Henman heeft ook een compleet spel. Hij en Roger samen zouden het ons best moeilijk kunnen maken. Maar we zien ze graag komen!”

Nu ze alle grandslamtoernooien minstens een keer hebben gewonnen – iets dat alleen de Nederlanders Jacco Eltingh en Paul Haarhuis en de Australiërs Mark Woodforde en Todd Woodbridge eerder presteerden – richten ze zich vooral op de Davis Cup en de Olympische Spelen. Mike: „Bij de Davis Cup bepalen de dubbelspelers in 90 procent van de gevallen de einduitslag. Wij maken graag een keer voor ons land het verschil.”