Topsport het dure speeltje van de oliestaten

De oliestaten roeren zich duchtig in de sport. Voetbal wordt met honderden miljoenen gesponsord, wekelijks wordt in de rijkste regio van de wereld op het hoogste niveau gegolfd, geracet of getennist. Door buitenlanders.

Rafael van der Vaart in het Emirates-shirt van HSV Foto AP Hamburg's Thimothee Atouba from Cameroon, right, and Rafael van der Vaart from Netherlands gesture during the UEFA Champions League Group G match between German HSV Hamburg and Russian PFC CSK Moscow in the AOL Arena, in Hamburg, northern Germany, Wednesday, Dec. 6, 2006. (AP Photo/Kai-Uwe Knoth) Associated Press

Erik van der Walle

Geen grote naam in het voetbal, die sjeik Mohamed bin Hamad al-Thani. Maar de miljardair uit Qatar bezit wel de voetbal van de WK-finale tussen Frankrijk en Italië. Met alle handtekeningen van de Italiaanse wereldkampioenen kostte die 1,9 miljoen euro.

„Ha, dat is de beschermheer van het instituut waar ik werk”, lacht de Nederlandse atletiektrainer Gerard Lenting als de sjeik ter sprake komt. Het bewijst volgens de in Qatar werkzame coach dat sport voor veel bestuurders een leuk speeltje is. „In Nederland begin je na te denken over een grotere auto of een groter huis. Maar dat hebben deze mensen allemaal al. Dan gaan mensen op zoek naar andere statussymbolen.”

De inspanningen van oliestaten als Qatar, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten gaan verder dan het bieden op een bal. „Ik werk hier in het grootste overdekte sportcomplex van de wereld”, zegt Lenting over de Aspire Dome die ruim 2 miljard euro heeft gekost. Vijf voetbalstadions, een paar skihellingen en acht atletiekbanen – om een greep te doen – moeten Qatar en zijn 800.000 burgers sportief gezien op de kaart zetten. „De atleten die ik train, hebben aanleg, maar supertalenten zijn het niet.”

Het zal nog wel even duren voordat een atleet uit Qatar zelf – en dus niet een Afrikaanse atleet die voor veel geld naar de oliestaat is gehaald – olympisch goud zal halen. „In die regio houden ze er van om naar topsport te kijken, maar zelf doen ze weinig aan sport. Die slag moeten ze nog maken”, zegt Els van Breda Vriesman.

Als voorzitter van de wereldhockeybond kreeg zij ooit een aanbod dat zij niet kon weigeren: of het geen goed idee was als Dubai volledig voor eigen rekening een opleidingscentrum voor hockey zou bouwen waar ook de buitenlandse teams volop gebruik van kunnen maken. „Vanuit Dubai zelf zullen vooral de Indische en Pakistaanse gastarbeiders gebruik maken van die faciliteiten. De mensen die in Dubai zelf zijn geboren hockeyen niet, er is ook geen nationaal team. Maar er kunnen wel grote evenementen worden gehouden, want die regio ligt precies tussen Europa en Pakistan en India in.”

Een sportcultuur mag in de oliestaten misschien nog ontbreken, dat weerhoudt die rijke landen er niet van om in sport te investeren. Behalve het hockeycentrum – met een capaciteit van 5.000 mensen – gaat het Sports Center in Dubai ook de voetbalschool van Manchester United herbergen en kan er – voor het oog van 30.000 toeschouwers – vanaf 2009 worden gecricket. Om de spelers zich een beetje thuis te laten voelen kunnen de cricketers kiezen tussen Engelse of Australische grond.

„Het zijn daar net kleine kinderen”, zegt Aad de Mos die als voetbaltrainer in Saoedi-Arabië en als bondscoach van de Verenigde Arabische Emiraten werkzaam is geweest. „Als ze in Dubai horen dat er in Qatar een groot evenement is, dan willen zij dat weer overtreffen. Vaak wordt er ook niet goed over nagedacht. Ik heb daar de mooiste voetbalstadions gezien en als je dan vroeg waar de trainingsaccommodatie was, dan bleef het stil.”

Volgens De Mos regeert de waan van de dag. En verwachten de sjeiks dat alles te koop is. „Een scorende spits moet dezelfde dag nog worden gehaald en dan moet bij de eerste wedstrijd al de bal in het netje leggen. Anders is het niet goed. Winnen doen de sjeiks, verliezen doet de trainer.”

Toch kijken de machthebbers in de oliestaten verder dan de dag van morgen. Natuurlijk speelt prestige een rol als de Formule 1 (in Bahrein en vanaf 2009 ook in Abu Dhabi) naar het Midden-Oosten wordt gehaald en het MotoGP-seizoen komende maand in Qatar wordt geopend. Of als Tiger Woods – geschat startgeld 1 miljoen dollar – acteert in de golfwedstrijd Dubai Desert Classic. En het kan nog gekker: tijdens de wielerronde van Qatar stelde Eddy Merckx eerder deze maand voor om de Tour de France in die oliestaat te laten starten. In Abu Dhabi wordt in november een driedaagse wedstrijd gehouden tussen de winnaars van de Tour, Giro en de Vuelta en hun ploegen. De winnaar krijgt een winstpremie van 1 miljoen dollar.

„Die landen steken onwaarschijnlijk veel geld in de sport want dat is een uitstekende manier om wereldwijd de aandacht te trekken. Via die aandacht willen ze laten zien dat ze aantrekkelijk zijn voor de toerist. In televisiecontracten wordt vastgelegd dat, naast het sportevenement, ook de stranden en de skyline in beeld worden gebracht. Over twintig, dertig jaar denken ze door de olie heen te zijn en dan is toerisme de nieuwe industrie”, zegt Frank van den Wall Bake, expert in sportmarketing. „Ze doen het slim. Neem bijvoorbeeld Dubai dat David Beckham een huis heeft geschonken. Daarmee trek je de jet set die daar ook een huis wil hebben.” En het vervoer kan via de luchtvaartmaatschappij Emirates: voor 150 miljoen euro sponsor van wereldvoetbalbond FIFA, naamgever van het stadion van Arsenal (voor 160 miljoen euro), sponsor van HSV, Paris Saint Germain en verder worden er grote bedragen in de golfsport, rugby, zeilen en paardenraces gestoken.

Los van de naamsbekendheid speelt ook prestige een rol. De landen, waar dertig jaar geleden – spreekwoordelijk – nog naar parels werd gedoken, willen laten zien grote evenementen minstens zo goed te kunnen organiseren als in het westen.

Volgens Van den Wall Bake zal de Volvo Ocean Race in 2008 voor het eerst de olieregio aandoen. „Ik weet zeker dat in ruil voor de step over de organisatie eist dat een van de oliestaten met een eigen schip deel gaat nemen. Geen probleem, want voor fraaie zeilplaatjes hebben ze veel geld over.” Jammer dat de kunstmatige eilanden voor de kust van Dubai dan nog niet klaar zijn. Die beelden samen een miniatuurwereld uit, zodat bij een volgende gelegenheid de Ocean Race een ‘extra rondje’ om de wereld kan maken.

Ondanks deze pronk en praal is het zeker de bedoeling dat sport ook voor de burgers zelf een functie krijgt, zo is de ervaring van atletiektrainer Lenting die bijna twee jaar actief is in Qatar. „De welvaartziekten komen hier binnendenderen. Hopelijk zie je in de toekomst een kruisbestuiving ontstaan. Door die schitterende faciliteiten kan je de mensen ook de kans bieden om zelf te sporten. Probleem is alleen dat hier geen leerplicht geldt. Kinderen krijgen dus niet automatisch via school de lichamelijke opvoeding die wij in Nederland kennen. En zelf sporten is nu eenmaal niet vanzelfsprekend bij een temperatuur van 40 graden.”