Tevreden alfa

Vanwege mijn vaste voornemen geschiedenis te gaan studeren, was ik in 1947 gedwongen na de vierde klas te kiezen voor de afdeling gymnasium alfa. Geheel volgens mijn jeugdige intentie legde ik in 1956 mijn doctoraalexamen geschiedenis met als bijvakken Nederlands en Spaans af. In 1966 voltooide ik mijn studie met mijn proefschrift. Een echte alfa dus voor de buitenwereld, maar in de loop der jaren begon er een toenemend gemis in mij te knagen. Ik werd mij steeds meer bewust van de verwaarlozing van mijn belangstelling en eventuele aanleg voor de exacte wetenschappen. Dat was des te pijnlijker toen ik mij juist vanuit historisch perspectief steeds meer realiseerde dat onze westerse beschaving zich voornamelijk van de andere culturen onderscheidt door de gigantische ontwikkeling van de wiskunde, de natuurwetenschappen en de daarop geënte techniek, en dat de scheiding tussen alfa en bèta een kunstmatige constructie is. Helaas was het mij gezien mijn leeftijd en werkzaamheid in het onderwijs niet meer mogelijk door een nieuwe studie, bij voorkeur in de natuurkunde, dat gevoel van een `gemankeerde bèta` (onjuiste term dus) kwijt te raken. Gelukkig heeft de bijlage Wetenschap & Onderwijs in uw krant mijn `pijn` wat verlicht. Al vele jaren snuffel ik elke zaterdag met grote nieuwsgierigheid in deze bijlage, en dan vooral in de artikelen over mij onbekende gebieden. Dit vermindert mijn gevoel van gemist talent en opent vaak fascinerende perspectieven op heden en toekomst, in nauwe samenhang met het verleden.