Springt Chinese zeepbel?

De aandelenbeurs van Shanghai beleeft een hausse. Maar de vraag is wat de koersen beweegt. Te goedkoop geld en politieke manipulatie, zo vermoeden sommigen.

Zeepbellen op de aandelenmarkt zijn altijd verschillend en toch identiek. Dit is misschien nog geen Chinees spreekwoord, het zou het wel moeten zijn gezien de recente activiteit op de beurs van Shanghai. Opnieuw heeft een combinatie van speculatieve euforie en goedkope kredieten geleid tot stijgende aandelenkoersen. De naweeën van de grote financiële zeepbellen volgen een gemeenschappelijke koers – de teleurstelling van beleggers leidt vaak tot een politieke reactie. Dat kan verklaren waarom de Chinese autoriteiten de huidige manie zo graag temperen.

Optimisten ten aanzien van China wijzen op de recente buitengewone groei van het land. Bovendien verbetert de kwaliteit van de op de aandelenmarkten van het Chinese vasteland genoteerde bedrijven. Chinese aandeelhouders hoeven zich niet langer zorgen te maken over het grote aantal boven de markt hangende aandelen dat in het bezit is van staatsbedrijven.

Fraser Howie, de in Singapore wonende auteur van diverse boeken over de Chinese aandelenmarkten, toonde zich in maart vorig jaar al sceptisch. Om te beginnen zijn de waarderingen veel te hoog. Chinese banken, die in Shanghai een derde van de markt uitmaken, werden onlangs verhandeld op een niveau van tussen de vier en zes maal de boekwaarde - ongeveer twee maal de waardering die de best bestuurde buitenlandse banken genieten, zoals HSBC. Chinese aandelen werden de laatste tijd verhandeld op een niveau van gemiddeld 33 maal de winst - ruwweg het niveau van de S&P 500 op het hoogtepunt van de wereldwijde technologiezeepbel in 2000.

Sommigen denken wellicht dat de wervelende entree van China in de wereldeconomie en zijn enorme bevolkingsomvang een premie rechtvaardigen. Maar de boekhoudkundige praktijken in het land zijn verdacht en het ondernemingsbestuur blijft kreupel. “Aandelenmanipulatie, handel met voorkennis en handjeklap met bevriende relaties zijn schering en inslag op de Chinese aandelenmarkten,” schrijft Howie in zijn verslag over de maand december, “en er is weinig reden om aan te nemen dat er op deze moeder-van-alle-haussemarkten helemaal geen riskante deals voorkomen.”

Ondanks de recente hervormingen geeft de overheid nog steeds de toon aan op de Chinese aandelenmarkten. De zeepbel begon zich te ontwikkelen nadat het sociale zekerheidsfonds van de staat in 2005 aandelen ging opkopen. Alom wordt aangenomen dat staatsbedrijven, lokale overheden en zwaargewichten binnen de Communistische Partij op de aandelenmarkt beleggen. Afgezien van het feit dat de staat meerderheidsbelangen in de meeste bedrijven bezit en optreedt als een grote aandelenkoper, controleert zij tevens de beursmakelaars van het land. “De staat is in haar vele rollen zó betrokken bij ieder onderdeel van de markt, dat het moeilijk te zeggen is waar nog ruimte is voor anderen,” schrijft Howie.

De staat, in de gedaante van de People's Bank of China (de Chinese centrale bank), is ook verantwoordelijk voor de overtollige liquiditeit die deze zeepbel heeft helpen opblazen. Om de weg te plaveien voor een opwaardering van de munt in 2005 gaven de autoriteiten hun goedkeuring aan een soepel monetair beleid, aldus Walker. Als vuistregel moet de rente ongeveer gelijk zijn aan het groeicijfer van een land. Maar de Chinese kortetermijnrente van 6 procent ligt zo’n 12 procentpunten onder het nominale groeipercentage. Als je uitgaat van de schatting van Lombard Street Research van een inflatie van 7 procent in het jongste kwartaal, is de reële rente momenteel negatief. Huishoudens kunnen ervoor kiezen hun spaargeld toe te vertrouwen aan een bank, hetgeen ze een rente van 2 procent zal opleveren - niet genoeg om de kosten van de geldontwaarding te compenseren. Of ze kunnen het beleggen op de aandelenmarkt, waar het rendement vorig jaar 130 procent bedroeg.

Naarmate de People's Bank exportdollars verzamelt om de wisselkoers van de Chinese munt laag te houden, creëert zij grotere reserves in het Chinese banksysteem. De kredietverstrekking door banken is in rap tempo gegroeid. Hoewel het lenen van geld voor de aankoop van aandelen illegaal is in China, zouden veel van deze aankopen naar verluidt toch direct of indirect worden gefinancierd met behulp van kredieten.

Op een gegeven moment wordt het bedrijfsleven geconfronteerd met de gevolgen van overinvesteringen en stijgende kosten. De op de export gerichte economie is ook bijzonder kwetsbaar voor het gedrag van de Amerikaanse consument. Gezien de waarschijnlijkheid van een winstcrisis in de nabije toekomst en de huidige buitensporige waarderingen, is het niet moeilijk je in te denken dat de beurs van Shanghai de hele winst van vorig jaar - en nog iets meer dan dat - zal moeten inleveren.

Dat zou de autoriteiten met een probleem opzadelen. Er zijn nu zo’n vijf miljoen aandeelhouders in China.

Het vooruitzicht van miljoenen ontgoochelde beleggers kan een nachtmerrie worden voor Beijing. Geen wonder dat overheidsfunctionarissen de markt de afgelopen dagen omlaag hebben proberen te praten. Een koerscorrectie kunnen ze waarschijnlijk wel aan, maar een echte krach zou van een geheel andere orde zijn.

Vertaling: Menno Grootveld