Roddelen over de baas

Lea ELLWARDT,sociologe. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Groningen,16 februari 2007 Mentzel, Vincent

Jaargang 1982 dringt door in de wetenschap. Net zo oud als de bijlage, wat doen ze nu zoal? Kletsen bij de koffieautomaat is een favoriet tijdverdrijf. Vooral kwaadspreken geeft veel voldoening – en dan liefst over de baas. Socioloog Lea Ellwardt (25) uit Dresden begon in september aan een promotieonderzoek in Groningen naar ‘roddelen over de baas’. “Dit onderwerp maakte me meteen nieuwsgierig. Ik vond het grappig en zeer herkenbaar”, zegt ze. “Wie roddelt wanneer, waarover en waarom? Roddelen kan een flinke impact hebben op organisaties en prestaties van medewerkers. Voortdurend kwaadspreken over de baas kan erg schadelijk zijn.”

Is roddelen per definitie slecht?

“Roddel heeft ook zijn nut. Bij al die kletspraatjes worden vast ook positieve dingen gezegd. Bovendien is roddelen een hulpmiddel om solidariteit te kweken. Door meningen uit te wisselen, oriënteer je jezelf in je sociale omgeving, je onderhoudt je netwerk en bouwt vriendschappen op. Ik zou zelf alleen maar roddelen met mensen die ik goed genoeg ken en van wie ik weet dat ze mijn mening delen – dan krijg je welkome coalitiepartners. Als je roddelt met andersdenkenden, gaan ze jouw mening misschien tegen je gebruiken en op hun beurt over jou roddelen.”

Hoe pak je je onderzoek aan? Loop je spiedend door de gangen?

“Ik doe dit onderzoek natuurlijk niet op mijn eigen instituut. Belangrijk is dat deelnemers anoniem blijven, anders komt er niks uit. Ze krijgen vragenlijsten over hun relaties met allerlei collega’s. Ik wil een kwantitatief beeld krijgen, ik ga geen individueel herkenbare casestudies publiceren. Groningen heeft een traditie in dit type onderzoek, waarbij je informatie aan mensen vraagt over andere mensen. Om sociaal wenselijke antwoorden uit te sluiten vraag je niet rechtstreeks naar het eigen roddelgedrag, maar naar dat van collega’s. Het grappige is dat je dan vanzelf weet dat de ondervraagde zelf ook meeroddelt, want anders zou hij dit allemaal niet weten. Het gaat mij vooral om het effect op de organisatie: op prestaties, tevredenheid en werkatmosfeer en op de integratie van de baas in het informele netwerk.”

Ga je ook experimenten in gang zetten?

“Nee, nee. Dat is veel te lastig en onethisch bovendien. Als je lang genoeg observeert, zie je vanzelf veranderingen. Ik hoop praktische richtlijnen te ontdekken, maar ik ga geen handboek schrijven.”

Waarom ben je in de wetenschap gegaan?

“Als socioloog wil ik graag meer over mensen weten. Dit onderzoek is enorm afwisselend, ook vanwege de vele gebruikte methoden en technieken om data binnen te halen en te analyseren. Later wil ik me inzetten om de maatschappij te verbeteren. Bijvoorbeeld als socioloog bij een grote internationale organisatie zoals de Verenigde Naties, misschien op het terrein van armoedebestrijding of gezondheidszorg. Politici zitten in een andere rol, die hebben geen tijd voor details, zij moeten praktisch optreden, geadviseerd door een staf van onderzoekers. Tenminste, dat stel ik me zo voor. Maar misschien wil ik ooit nog wel eens een uitvoerende rol in het beleid om te zien wat je dan kunt bereiken.”

Marion de Boo