Opwinding en het streven naar saaiheid

De opwinding van de nieuwe ministersploeg werd treffend verwoord door de jeugdige minister van Verkeer, Eurlings (CDA): „Damn! Het gaat beginnen.” Het is inderdaad zaak dat de regering nu met spoed aan de slag gaat. Het land wordt eigenlijk, zoals voormalig CDA-voorzitter Van Rij deze week ook noteerde, sinds de val van Balkenende II in juni vorig jaar niet meer geregeerd.

De ministers van Balkenende IV typeerden hun kabinet deze week als „oergezellig”. Sommige bewindspersonen bespeurden al meteen teamspirit. Het is niet ongebruikelijk dat leden van een nieuw aantredend kabinet zich aanvankelijk in een warme, jonge hondenmand wanen. Alles lijkt een uitdaging en de onderlinge verhoudingen zijn nog nauwelijks door belangentegenstellingen op de proef gesteld.

Maar alle bezweringsformules over ‘nieuw elan’ nemen niet weg dat er donderdag tijdens het (pre-)constitutioneel beraad al enig stevig duw- en trekwerk plaatshad. Tijdens dit beraad worden de verantwoordelijkheden van de verschillende bewindspersonen afgebakend en vastgelegd. Dat levert een gelegenheid tot landjepik op niveau. Wat bijvoorbeeld in de huidige verdeling van portefeuilles opvalt is dat minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) zijn lange armen stevig om de schouders van zijn collega-bewindslieden in de buitenlandhoek heeft geslagen. Hij is de ‘eindverantwoordelijke’ die de „inzet op de verschillende beleidsterreinen coördineert”. En dat Verhagens belangstelling verder reikt dan Buitenlandse Zaken bewezen zijn uitgebreide beschouwingen in een gesprek voor de radio over de troepeninzet in Afghanistan. Behalve Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) en Timmermans (Europese Zaken, PvdA) zal ook de nieuwe man op Defensie, minister Van Middelkoop (ChristenUnie), moeten oppassen niet te worden gekoloniseerd door zijn ambtgenoot op de apenrots.

Het Antillenbeleid is een volgende twistappel geweest: de staatssecretaris op Binnenlandse Zaken, Bijleveld (CDA), moet dulden dat minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) een stevige hap uit haar portefeuille Koninkrijksrelaties heeft genomen. Hij gaat zich bezighouden met de belangrijkste klus die op dat terrein geklaard moet worden: de aanpassing van het Statuut, nodig om te komen tot de voorgenomen veranderingen van de staatkundige verhoudingen tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Ook de stoeipartij om de portefeuilles van de twee ideologisch beeldbepalende programmaministers, Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) en Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA), heeft de aarde flink omgewoeld. Allerlei beleidsonderdelen die voorheen vielen onder de ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid, Onderwijs en Sociale Zaken, ressorteren nu onder deze nieuwe ministers. De nabije toekomst zal uitwijzen of dit werkbare combinaties oplevert. De vaagheid van de formulering dat Rouvoet ‘medebetrokkenheid’ heeft op een reeks terreinen, variërend van kinderopvang, bijzondere ziektekosten tot ‘leerling gebonden financiering’, laat daarbij nog te veel ruimte voor conflicten over competenties.

Met dit alles is het toe te juichen dat het kabinet de ambtelijke top direct flink heeft opgeschud. Maar het moet niet blijven bij een stoelendans der secretarissen-generaal (SG's). Het is te hopen dat de benoeming van de nieuwe programma-SG Bekker tot ambtelijke terminator de dynamiek in de hele rijksdienst op gang brengt. Met als doel een efficiëntere, afgeslankte overheid met een verbeterde dienstverlening aan de burger.

Minister-president Balkenende (CDA) verwacht nu een stabiele regeringsperiode. Van Middelkoop beleed in dat verband zijn streven naar saaiheid. Het valt inderdaad te hopen dat de politieke turbulentie van de afgelopen jaren tot bedaren komt. Cruciaal zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 7 maart en de nieuwe machtsverhoudingen in de Eerste Kamer. Deze verkiezingen zullen meer dan ooit een referendum zijn over het nieuwste kabinet-Balkenende.