Op zoek naar krabbescheer en kattenstaart

Foto Vincent Mentzel Judith M.Sarneel,bioloog. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Utrecht, 14 februari 2007 Mentzel, Vincent

Jaargang 1982 dringt door in de wetenschap. Net zo oud als de bijlage, wat doen ze nu zoal? Hoe krijg je verdwenen wilde planten terug? Op die vraag zoekt de Utrechtse bioloog drs. Judith Sarneel (25) een antwoord. Ze struint de laagveenmoerassen af, waar eeuwenlang turf werd gestoken. Vroeger groeiden de ontstane ‘petgaten’ vanzelf weer dicht met karakteristieke planten als krabbescheer en kattenstaart, blaasjeskruid en gevlekte waterscheerling. Maar toen de turfwinning stopte, zijn die bijzondere plantengemeenschappen vrijwel verdwenen. Overal schoot moerasbos op. Daarom graven natuurbeheerders nu zelf petgaten, precies zoals vroeger. Maar de bijzondere plantensoorten laten het afweten.

Judith Sarneel wil weten waarom. Ze is junior onderzoeker bij het departement biologie van de Universiteit Utrecht.

Wou je altijd al bioloog worden?

Judith Sarneel: “Nee, ik heb eerst creatieve therapie gestudeerd. Maar na een jaartje had ik het helemaal gehad met al dat sociale gepraat. Ik merkte dat ik meer een bètatype ben, ik wil graag dingen onderzoeken en vragen beantwoorden. Planten zijn fascinerend omdat ze – anders dan vogels of vissen – niet weg kunnen van de plek waar ze nou eenmaal staan. Een plant moet het doen met de omgeving die hij heeft. Daar moet hij maar zien te overleven en er ook nog mooi uit blijven zien, dat intrigeert mij.”

Hoe pak je je onderzoek aan?

“’s Zomers ben ik voortdurend met een bootje op pad door allerlei natuurgebieden om te kijken wat er nog groeit, hoe de bodemkwaliteit is, hoe steil de oever is, hoe de wind waait. Watervervuiling speelt vermoedelijk mee. Op veel plaatsen is de krabbescheer verdwenen, we vermoeden dat ammoniumvergiftiging daarbij een rol speelt. Vroeger vormde de krabbescheer vaak dichte drijvende matten, waarin andere planten zich konden vestigen.”

Kun je de planten niet een handje helpen?

“Dat gaat vooral natuurbeheerders veel te ver. Het credo van de huidige wetenschap is vooral om processen te begrijpen. Intussen is Nederland al zo ‘genatuurbeheerd’ dat het haast één grote tuin aan het worden is – maar dat moet je nooit hardop zeggen, anders stoot je mensen voor het hoofd. Ik denk dat we in de Nederlandse natuur niet aan ‘tuinieren’ ontkomen – laten we daar dan maar tevreden mee zijn en ervan genieten.”

Ga je straks promoveren?

“Dat hoeft in deze baan niet speciaal. Ik ga me niet over de kop werken om in die drie jaar ook nog een proefschrift af te ronden. ”

Wat kan de wetenschap bijdragen aan het heil van de wereld?

“Er gaan nog steeds mensen biologie studeren en in dit vak werken om de wereld te redden. Maar we weten ook dat dat allemaal niet zal lukken. Want ik denk dat alleen God de wereld kan redden. Maar je kunt als mens wél proberen om de wereld te beschermen en in elk geval te snappen welke effecten al onze handelingen – zoals autorijden en wegen aanleggen – hebben op de natuur. Als je meer over al die effecten weet, kun je dat meewegen bij je beslissingen. Dat is mijn drijfveer.”

Marion de Boo