Om wetenschap te duiden

Rob Biersma ‘Een journalistieke weerspiegeling van denkbeelden, opvattingen, en ontwikkelingen op de terreinen van wetenschap en onderwijs’, zo werd op donderdag 4 februari 1982 de nieuwe bijlage W&O gepresenteerd. Een initiatiefnemer en drie chefs vertellen nu over de ervaringen die daar op volgden.

De wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad vindt zijn oorsprong in de jaren zeventig. Er rees in die jaren een brede bezorgdheid over allerlei voortbrengselen van de wetenschap, zoals pesticiden, kernenergie en recombinant-DNA. De bestseller Silent spring van Rachel Carson had het brede publiek de ogen geopend voor een wereld zonder vogels en vlinders, het gevolg van chemicaliën in het milieu. De antikernwapenbeweging had haar terrein verbreed tot kernenergie. En bij het ‘geknutsel aan de genen’ of ‘genetische manipulatie’, zoals DNA-techniek aanvankelijk genoemd werd, was alleen het noemen van het monster van Frankenstein al voldoende om iedereen de schrik aan te jagen.

Aan universiteiten verschenen ‘wetenschapswinkels’ die op verzoek van het publiek bemiddelden bij ‘krities’ onderzoek. De Bond van Wetenschappelijke Arbeiders (BWA), opgericht in 1969, beschuldigde de wetenschappelijke machthebbers ervan het onderzoek in dienst te stellen van het kapitaal. Ook bracht in 1972 de Club van Rome grote verontrusting teweeg met het rapport Grenzen aan de groei, dat met behulp van een toen geavanceerd computerprogramma had becijferd dat bij ongewijzigde economische groei binnenkort belangrijke grondstoffen zouden opraken. De oliecrisis van 1973 – niet veroorzaakt door het opraken van de olievoorraden, maar door politieke tegenstellingen – schokte vooral Nederland. Ook het brede publiek kreeg geleidelijk een onbehaaglijk gevoel bij de ‘westerse consumptiemaatschappij’, het product van wetenschap en techniek, waarin de gezondheid van mensen geschaad werd door ongekende milieugevaren en waarin de ethiek het spoor bijster raakte door orgaantransplantaties, in vitro fertilisatie en recombinant-DNA. Maatschappijkritische (‘kritiese’) wetenschappers eisten sturing van het onderzoek – de maatschappij hoefde zich niet willoos over te leveren aan de uitkomsten van wetenschappelijke research, maar moest zelf de richting bepalen. Tegelijkertijd werd wetenschap belangrijk gevonden voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zo belangrijk dat in 1973 het ministerie van Wetenschapsbeleid in het leven werd geroepen.

nieuwsjagers

Veel van de nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen waren voor een journalist moeilijk te duiden. Journalistiek is van oudsher het domein van alfa’s: juristen, historici en theologen. Naast echte nieuwsjagers en enkele economen waren dezen op de redactie van NRC Handelsblad dan ook ruim voorhanden. Maar de nieuwe maatschappelijke controverses lagen voor een groot deel op het terrein van de natuurwetenschap. En ook al is de alfajournalist bereid zich volledig voor open te stellen voor scheikunde en natuurkunde, hij spreekt de taal van de onderzoekers niet. Terwijl hij als leek wel gevoelig is voor de slogans van milieuactivisten.

Dit leidde, zeker in het begin van de jaren zeventig, in vrijwel alle kranten tot korzelige contacten met wetenschappelijke onderzoekers. Die ondergingen een journalistieke ondervraging vaak als een verhoor door de vijand. Professor Jaap Kistemaker, de ‘uitvinder van de ultracentrifuge’ die Nederland in de jaren vijftig als nucleaire natie op de kaart had gezet, werd publiekelijk geschoffeerd en liet zich zelden meer interviewen.

Om de kranten geloofwaardig te houden werd het tijd voor wetenschapsjournalisten, redacteuren met een natuurwetenschappelijke opleiding die zelf de taal van de wetenschap spraken en die het vertrouwen van de onderzoekers konden herwinnen.

Hoewel de voorgangers van NRC Handelsblad al wetenschapsjournalisten in dienst hadden – het Algemeen Handelsblad had Sietz Leeflang en bij de Nieuwe Rotterdamse Courant werkte Arie de Kool – kregen deze na de fusie in 1970 weinig armslag. Leeflang ging niet mee naar NRC Handelsblad en richtte het milieucentrum De Kleine Aarde op (en na een ruzie De Twaalf Ambachten), terwijl De Kool in 1975 vertrok naar het Rotterdamse Interuniversitair instituut voor normen en waarden. Daarnaast was deze eeuwige shagroker actief voor de Bond van Wetenschappelijke Arbeiders en voor het maandblad Natuur en Techniek. Wetenschap en techniek bleven hiermee stiefmoederlijk bedeeld in NRC Handelsblad; de krant bleef een bolwerk van alfa’s die op grote afstand over wetenschap en techniek schreven.

groot succes

Met de komst van Simon Rozendaal in 1977 veranderde dat. Hij wist een brug te slaan met natuurwetenschappelijk onderzoekers en schreef daarover in beeldende taal. Er verschenen, naast allerlei losse berichten over wetenschap en techniek, speciale wetenschapspagina’s in de krant. Samen met E.J. Boer, die over medische zaken schreef (nieuwe anticonceptiemiddelen, cholesterol, reageerbuisbaby’s) redigeerde hij enkele jaren deze vaste wetenschapspagina’s. Deze wetenschapspagina’s, aanvankelijk één later twee, waren een groot succes bij de lezers, zo bleek uit onderzoek van de uitgever. Op de pagina’s schreven ook vaste medewerkers als de psycholoog prof.dr. W.A. Wagenaar en de medisch filosoof dr. Hugo Verbrugh.

Eind jaren zeventig steeg het aantal abonnees van NRC Handelsblad eindelijk. De krant, die na de fusie aanvankelijk een kwakkelend bestaan leidde, begon zelfs winst te maken. (‘Heren, heren’, moet hoofdredacteur André Spoor geroepen hebben op de nieuwjaarsvergadering waarop deze cijfers bekendgemaakt werden, ‘dat was nu ook weer niet de bedoeling.’) Er was ruimte voor redactionele uitbreiding.

Hoofdredactie en uitgever lieten zich door Rozendaal en Boer overtuigen dat de tijd rijp was voor een eigen wetenschappelijk bijvoegsel. Veiligheidshalve werd daaraan ook Onderwijs toegevoegd, omdat dit adverteerders zou trekken. De nieuwe bijlage zou Wetenschap & Onderwijs heten – een naam die tot aanhoudende misverstanden zou leiden, omdat het departement nu eenmaal het ministerie van Onderwijs en Wetenschap heette. In 1981 werden Fred Backus en ik aangetrokken. Backus als interviewwonder voor de alfa- en gammawetenschappen en ik voor scheikunde en biologie. In februari 1982 begon de bijlage.

de volkskrant

Gezien de academische lezerskring van NRC Handelsblad lag het voor de hand dat deze krant als eerste een wetenschapsbijlage zou krijgen. Maar door de al te degelijke voorbereiding van de uitgever werd NRC Handelsblad afgetroefd door de Volkskrant, die twee weken eerder met een wetenschapsbijlage kwam (Wetenschap & Samenleving). Spoedig volgden ook andere kranten.

Wonderlijk genoeg bleek in 1982 de grootste maatschappelijke verontrusting over wetenschap al weer voorbij. Recombinant-DNA bleek al snel minder gevaarlijk dan verwacht. Infertiele echtparen met kinderwens wilden IVF in het ziekenfondspakket. De strijd om kernenergie werd door Den Haag gekanaliseerd in de Brede Maatschappelijke Discussie onder jonkheer De Braauw. Het rapport Grenzen aan de groei werd onderuit gehaald door nieuwe berekeningen. En het publiek begon al een beetje moe te worden van het gedram van de milieubeweging. De nieuwe wetenschapsredactie, hoewel geïnspireerd door een maatschappelijke opdracht, kon zich vooral bezighouden met wetenschapsvoorlichting.

De bijlage, hoewel breed van opzet, groeide uit als bètatuintje in het grote alfapark van de krant. Interviews met alfa- en gammawetenschappers waren er wel, maar het bleek moeilijk om wekelijks te berichten over de voortgang in het taalonderzoek en in de psychologie. Terwijl er op natuurwetenschappelijk en medisch gebied wel een stroom van doorbraken en doorbraakjes te melden viel. Daarbij heeft het natuurwetenschappelijk onderzoek het grote voordeel dat de vooruitgang over een breed internationaal front verloopt.

Hoewel sommigen de wetenschapsbijlage afdeden als een Nederlandstalig uittreksel van Science, Nature en The Lancet, bleek hij zeer goed te liggen in de lezersgunst. De weekendkrant had nog altijd de hoogste oplage, maar de losse verkoop piekte ook op donderdag, in de eerste jaren de dag van de wetenschapsbijlage. Bij onderzoek van de uitgever overtrof W&O zelfs het Cultureel Supplement en het Zaterdags Bijvoegsel in lezerswaardering.

Door de kleine bezetting – Simon Rozendaal verliet al vrij snel de wetenschapsredactie om chef verslaggeverij te worden – was het supplement van meet af aan een ‘medewerkersbijlage’, dat wil zeggen dat de artikelen voor een aanzienlijk deel werden geleverd door medewerkers die geen deel uitmaakten van de redactie. De meeste medewerkers waren freelancers, maar vaak ook meldden zich hoogleraren. Het nadeel dat de artikelen daardoor minder newsy waren, woog op tegen de grotere scope – buitenstaanders komen vaak aanzetten met verrassende onderwerpen. Probleem was wel om al te academisch taalgebruik buiten de kolommen te houden.

ruim budget

In de jaren tachtig was wetenschapsvoorlichting ‘in’ – op universiteiten werden volop cursussen wetenschapsvoorlichting gegeven, alle zichzelf respecterende kranten hadden een wetenschapsbijlage, er verschenen wetenschapsprogramma’s op tv en veel voorlichtingsactiviteiten werden betaald door de stichting Publieksvoorlichting Wetenschap en Techniek (PWT), dat een ruim budget kreeg van Wetenschapsbeleid. Ook is er jaarlijks een Wetenschapsweek.

Maar begin jaren negentig kentert het tij. Studenten wenden zich massaal tot management- en communicatievakken. De faculteiten letteren, wiskunde en natuurwetenschap lopen leeg. Ook de belangstelling voor wetenschapsvoorlichting verflauwt. Het budget voor PWT wordt verkleind, de stichting moet in 1995 fuseren met de stichting Wetenschapsweek tot stichting Weten, dat het bestaan tot 2005 wist te rekken. Het serieuze maandblad Natuur en Techniek verloor niet alleen zijn greep op de scholierenmarkt, maar ook op de studenten. Herdoping in Natuur, Wetenschap en Techniek kon de neergang niet stoppen. Wel blijkt er een markt te zijn voor populaire tijdschriften als Kijk en Zo zit dat, later aangevuld met Triv en Quest, met weetjes uit techniek, psychologie en computers, maar deze tijdschriften leunen vooral op de illustraties.

De meeste dagbladen doeken hun aparte wetenschapsbijlagen op. Alleen de Volkskrant en NRC Handelsblad handhaven een wetenschapssupplement, waarbij NRC Handelsblad, dwars tegen de trend in, twee jaar geleden ook twee vaste wetenschapspagina’s in de dagkrant opnam. Van een maatschappijkritische houding ten opzichte van wetenschap, laat staan van een ‘kritiese’, is geen sprake meer. Wetenschap is gewoon nieuws geworden.