Nieuwpoort – Ameide

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in de Alblasserwaard

Hij zal een jaar of 35 zijn, de man met de geblondeerde manen tot over zijn schouders, de gouden ringen in zijn oren en de ijsblauwe blik.

Een filmster?

Nee, een shovelchauffeur annex eigenaar van het boerenbedrijf dat overpad verleent aan de wandelaars.

Op zijn drieëntwintigste heeft hij de boerderij overgenomen van zijn vader, vertelt hij, hij heeft hier altijd gewoond en nooit was er niets te doen. Als jongen ving hij mollen, voor een kwartje per stuk: „Een tankje benzine kostte 85 cent, voor vier molletjes konden mijn broer en ik de hele woensdagmiddag op de brommer rijden.”

Hij geniet nog steeds, elke dag.

„Waarvan dan?”

„Van de natuur.”

Van de ganzen en de eenden die „met zijn honderden” opvliegen. Van het gemaal, want dat bedient hij ook. Van de beroepsvisserij, die doet hij erbij. Van zijn schapen op zijn grasdijk, „met nieuw leven in hun buiken. Dat is echt een wonder.” Dat man die plastic eend met plastic jonkies in zijn vliet aanzag voor echt, bespot hij niet. Want „het zou bijzonder geweest zijn, nu al jonge eenden. En u bent de enige niet, hoor. Sommigen gooien zelfs brood.”

Verderop op de lekker stuurs begroeide graskade claimt een voormalige „kwajongen” via een zelfgeplaatst bordje dat hij als kind een populier gered heeft van de klompenmaker, door „klimhoutjes” in de schors te spijkeren. Weer zo’n praktijkdromer, net als de molletjesvanger. Deze bewaarde een schoonheid van een boom voor de mensheid, zomaar, omdat hij er zin in had om hoog te klimmen en ver uit te zien.

Oftewel: weer word ik bevestigd in mijn liefde voor de Alblasserwaard.

Alles is hier wat het is, mooi op zijn eigen manier, interessant zonder poespas.

De wind waait guur, de hemel ziet grauw als de vacht van een ouwe geit. Op de graskades groeien elzen, eikjes en populieren, sluwe kale gevallen, barstend van de energie. Je kijkt door hun takken en je ervaart de ruimte van bonkig, mensgeschapen grasland. Je ziet hoe versleten houten hekken zich tegen de winternevel schurken, net als de torenspitsen, de topzware wipmolens, de hoeves met hun grote stallen en die door het land glijdende kralen, de autootjes. Je ziet vier hoge-snelheidshazen lange afstanden afleggen en twee zwanenlijven plompverloren verdwijnen, want ze gaan te water en ze worden twee kopjes. En intussen heeft de zon zich vermomd als maan: bleke bet strijkt het slootjeswater aan met streepjes licht over de rimpelingen.

12 km. Kaarten 20, 21, 22 uit: Oeverloperspad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2001. Arrivabus 90 rijdt regelmatig tussen Ameide (halte Hogewaard) en Nieuwpoort (halte Dorp). Inl. tel. 09009292 of www.ov9292.nl
    • Joyce Roodnat