Nieuwe overlast: damhert in de tuin

Het aantal damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen groeit snel. De overlast ook. Maar afschieten stuit op weerstand in de ‘jachtvrije’ gemeente Amsterdam.

Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen planten zich razendsnel voort en veroorzaken grote overlast in de omgeving. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold vogelenzang damherten in de duinen foto rien zilvold Zilvold, Rien

Er staat een damhert op het pad. „Een hinde”, signaleert bioloog Ed Cousin van Waternet, het Amsterdamse waterbedrijf dat het gemeentelijke natuurgebied op de grens van Zuid-Holland en Noord-Holland beheert. In de verte staat een groepje soortgenoten.

In totaal leven in de Amsterdamse Waterleidingduinen, eigendom van de gemeente Amsterdam, ongeveer vijftienhonderd damherten en zeshonderd reeën. De populatie reeën is stabiel. De damherten planten zich razendsnel voort, bij gebrek aan een natuurlijke vijand en een overvloed aan voedsel. Elk jaar groeit de populatie met 30 procent. „We moeten niet de indruk wekken dat de herten in groten getale Zandvoort gaan bestormen”, zegt de Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest. „Maar de groei gaat wel erg hard. Over vijf jaar hebben we 5.500 bambi’s!”

De damherten zorgen voor grote overlast in de omgeving. Vorig jaar kreeg Waternet ruim zeventig meldingen van damherten die zich buiten het natuurgebied ophielden. Ze gaan op zoek naar „lekkere hapjes” in de bollenvelden en de tuinen in de omgeving. Dertien keer is het vorig jaar tot een aanrijding gekomen. Daarbij vielen aan menselijke kant geen gewonden. De damherten raakten wel gewond. Enkele moesten worden afgemaakt. Eén van de geschrokken automobilisten was de Zandvoortse oud-wethouder Michel Demmers. Hij reed vorig voorjaar om een uur of acht ’s avonds op de Zandvoortselaan toen een damhert van links kwam en op zijn motorkap belandde. „Ik dacht eerst dat het een herdershond was”, vertelt hij. „Je schrikt je wezenloos.” Hij zelf bleef ongedeerd, het dier stond even later „dizzy” langs de weg. De motorkap had een paar deuken. Demmers: „Er zal iets moeten gebeuren. Er wonen hier mensen met mooie huizen en mooie tuinen die worden vertrapt. Er worden golfbanen vernield. De herten zijn nergens bang voor.”

Ter bestrijding van de overlast ligt aantalsregulatie voor de hand; het afschieten van het surplus. Dat wordt ook wel eens in andere natuurgebieden gedaan, vertelt Tjeerd Bosma, boswachter van Vereniging Natuurmonumenten in het belendende nationaal park Zuid-Kennemerland. Anderzijds, dan blijf je daar tot in lengte van dagen mee bezig omdat de populatie altijd groeit tot het aantal dat in een gebied voldoende voedsel heeft, zegt Jan Griekspoor, boswachter van Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen tussen Almere en Lelystad. In dit gebied worden de zwakste dieren aan het einde van de winter afgeschoten, uit ethische overwegingen.

Een nóg belangrijker bezwaar tegen afschot is dat de Amsterdamse gemeenteraad twee jaar geleden tegen een afschietvoorstel stemde. Amsterdam is een ‘jachtvrije’ gemeente. Om de overlast te beperken werd gekozen voor het plaatsen van hekken rondom het gebied. Maar de hekken kunnen niet overal gemakkelijk worden neergezet, stelt Waternet, en ze zijn vaak ook niet hoog genoeg omdat damherten erg hoog kunnen springen.

Deze week heeft de directie van Waternet de Amsterdamse gemeenteraadsleden de kwestie nog eens uitgelegd. Daarbij werd afschot nadrukkelijk als mogelijkheid genoemd. Ed Cousin, hoofd natuurbeheer van Waternet, zegt „alle begrip” te hebben voor Amsterdam. „De gemeenteraad staat voor een duivels dilemma. De raad wil niet dat in de stad dierenambulances uitrijden voor een zieke duif op de Dam, en dat hier tegelijkertijd duizenden bambi’s worden neergeschoten.” Toch zou hij het plaatsen van hekken achterwege willen laten. Het gebied zou een soort hertenkamp worden en dat doet geen recht doet aan al die andere kwaliteiten die het 3.400 hectare grote natuurgebied heeft. „Hier vind je ruimte, stilte en natuur in een gebied dat even groot is als Amsterdam binnen de rondweg.” Al die hekken zouden het gebied bovendien isoleren van andere natuurgebieden, zegt Cousin.

Meer heil ziet Waternet in het uitbreiden van het gebied, of de aanleg van een ecoduct in de richting van het nationaal park Zuid-Kennemerland. Voor zo’n natuurbrug worden al jaren naar fondsen gezocht. Boswachter Tjeerd Bosma van Zuid-Kennemerland tempert de verwachtingen. „Een ecoduct is om allerlei redenen zeer gewenst. Maar het staat niet vast dat het de damherten helpt.”

Afschieten dus maar? De voormalige Zandvoortse wethouder Michel Demmers noemt de Amsterdamse tegenstand „doorgeschoten dierenliefde” en vindt dat stadsmensen de overlast moeten erkennen. De maatschappelijke acceptatie zou vergroot kunnen worden, denkt Ed Cousin van Waternet, door het vlees van de damherten als „wildernisvlees” te verkopen, zoals elders ook gebeurt.