‘Niets is zo vergankelijk als politieke bekendheid’

Afgelopen week nam Ben Bot (1937) na drie jaar en drie maanden afscheid als minister van Buitenlandse Zaken. Hij heeft een partner, is vader van drie kinderen en woont in Den Haag. „Het wordt ongewoon rustig.”

Ben Bot: ‘Een gegeven das moet men niet aan den strop zien’ Foto Roel Rozenburg Den Haag:21.2.7 Oud minister van buitenlandse zaken Bot. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel
Ben Bot

Vrijdag 16 februari

Mijn laatste ministerraad begint al om half tien. Een half uur eerder dan gebruikelijk omdat we eerst als Rijksministerraad bijeen komen. Ik zit er nog wat slaperig bij omdat ik gisteravond laat uit Kosovo ben teruggekeerd. Met enige weemoed staar ik vanaf mijn plaats aan het einde van de tafel naar de Hofvijver en de kale bomen aan de overkant. Veel vogels die neerstrijken en weer wegvliegen, maar echt lente is het nog niet. De Trêveszaal is indrukwekkend en het was een genoegen hier te mogen vergaderen, al vroeg ik mij regelmatig af of de enorme kristallen luchter precies boven mijn hoofd wel stevig verankerd was in het plafond.

Na afloop is er een speciale afscheidslunch georganiseerd. Het is Indonesisch eten, kennelijk de specialiteit van Algemene Zaken. Aangezien ik in Indonesië ben geboren, heb ik daar uiteraard geen probleem mee. Ik constateer dat zelfs nu nog de VVD’ers gewoontegetrouw bij elkaar kruipen aan een tafel met een solidaire CDA’er ertussen en de CDA’ers al even traditioneel de tafel bij de deur kiezen, versterkt door een eenzame VVD’er. We zitten wat ongemakkelijk bij elkaar, niet goed wetend waarover we het zullen hebben deze laatste keer. De minister-president komt tot slot met een verrassing: een das voor de heren met de letters MR erop, voor Minister Raad, en een shawl voor de dames. Op veel enthousiasme kan deze afscheidsgift niet rekenen. Tegen de journalisten die ons opwachten bij de uitgang zeg ik dat je ‘een gegeven das niet aan den strop moet zien’, daar houd ik het maar bij.

Na een gesprek met een delegatie van de Raad van State, over vragen die Nederlandse rechters voorleggen aan het Hof in Luxemburg, volgt het wekelijks EU-overleg. Dat vindt traditiegetrouw plaats op de kamer van de staatssecretaris tegenover de mijne. Na zijn vertrek heb ik de portefeuille van Atzo Nicolaï overgenomen. Ik ben nu zowel minister als staatssecretaris. Dat bevalt goed. Europa is toch eigenlijk core business voor een minister van BZ.

’s Middags het wekelijkse uurtje met mijn secretaris-generaal Philip de Heer en zijn plaatsvervanger Fons Stoelinga. We kennen elkaar al lang en hebben geen geheimen voor elkaar. Er speelt zo veel op dit ministerie met zijn vele buitenlandse posten dat we het uurtje makkelijk vol praten.

Tot slot een gesprek met mijn voortreffelijke secretaresse Carola over enkele huishoudelijke zaken en met mijn al even toegewijde particulier secretarissen, Marcel de Vink en Charlotte van Baak, over de wat ongebruikelijke agenda van komende week. Ik zal ze zeer missen want een minister is erg afhankelijk van de voorselectie van stukken en afspraken die zij maken.

Aangezien ik geen zin heb om zelf mijn potje te koken, ga ik met mijn partner gezellig eten in de stad. Een extra verrassing is dat veel mensen je even de hand komen schudden en vriendelijke opmerkingen maken over mijn vertrek uit de politiek.

Zaterdag

Echt een dag om mijn administratie door te nemen. Ook ligt er nog wat werk van het ministerie. Want het buitenland trekt zich niets aan van de demissionaire status van dit kabinet. Volle tassen getuigen ervan, en veel buitenlandse reizen die al maanden geleden waren gepland. Afgelopen woensdag en donderdag nog een bezoek aan Belgrado en Priština om de temperatuur te meten van het Kosovo-dossier. Hoe staan de partijen tegenover een eventuele onafhankelijke status van Kosovo? Het zal heel wat wijsheid en stuurmanskunst vergen voordat we een voor alle partijen aanvaardbare oplossing hebben gevonden in deze achtertuin van de EU.

Daarna ga ik toch even de stad in om wat inkopen te doen. Ook daar weer veel vriendelijke knikjes, handdrukken en bemoedigende woorden. Iedereen herkent me zo langzamerhand en geeft daarvan direct of indirect blijk. Grappig zijn soms de opmerkingen die je hoort: ‘Hé, kijk eens, da’s echt minister Bot’, of ‘Heb je dat gezien, dat is de minister, wat doet hij nu in de stad?’. Over enkele weken zal dat wel voorbij zijn, niets is zo vergankelijk als politieke bekendheid – of ik zou mij alsnog moeten ontwikkelen tot een populaire rapper.

Die avond eet ik bij mijn zoon die binnenkort jarig is. Hij woont om de hoek en we hebben intensief contact met elkaar. Daarom is het gezellig om met zijn gezin over de toekomst te filosoferen. Destijds zei hij tegen mij: er zijn twee mooie momenten in het leven van een minister, de dag dat je wordt gevraagd en de dag dat je ermee ophoudt. Toch heb ik in de tussenliggende periode geen moment spijt gehad van deze boeiende baan.

Zondag

Ik probeer altijd de zondag zo veel mogelijk vrij te houden. Dat lukt niet altijd omdat ik op zondag vaak naar het buitenland moet afreizen en daarvoor centimeters dikke dossiers moeten worden doorgelezen. Maar zo op de valreep geef ik mezelf lekker vrij. Met mijn partner rijd ik rond twaalf uur naar Brabant om daar enkele uren in de bossen te wandelen. Als je de gespecialiseerde wandelkaart maar nauwkeurig volgt, kom je op de mooiste plekjes. En wat mij steeds verbaast: je komt bijna niemand tegen. Ook hier echter een enkele wandelaar die mij verbaasd aanstaart en zegt: ‘Minister Bot, wat doet u zo ver van huis?’ Dan volgt altijd een leuk gesprek van enkele minuten. Ik weet dan weer wat de mensen van de politiek vinden en hoe ze de toekomst zien.

Maandag

Zoals gezegd gaan de activiteiten in het buitenland gewoon door. Enkele vertegenwoordigers van een groot bedrijf komen langs om hun problemen in een EU- land te bespreken. Het zit niet mee. Ze vechten al jaren voor hun recht, maar het wil niet vlotten. We werken een strategie uit voor de komende maanden en ik beloof mijn ambassadeur in dat land te bellen. Ook zal ik met de Europese Commissie contact zoeken en zien of die de nodige ondersteuning kan bieden. Ik heb de combinatie van buitenlands beleid en behartiging van zakelijke belangen altijd interessant gevonden. De Nederlandse boterham wordt nu eenmaal voor meer dan zestig procent in het buitenland belegd, al beseffen te weinig Nederlanders deze realiteit.

Daarna een interview met Jan Hoedeman over het staatsbezoek van volgende week aan Turkije. Jammer dat ik dat niet meer kan meemaken.

Die avond diner bij de PV (Permanente Vertegenwoordiger, red) EU, Thom de Bruijn ter ere van Carlo Trojan. Hij was lange tijd de secretaris-generaal van de Commissie in Brussel en een groot kenner van de EU. Hij is een goede en langjarige vriend, gelukkig woont hij nu weer om de hoek van mijn woonst, zoals men in België zegt. Er zijn veel oude bekenden aanwezig, onder wie de vroegere EU- commissaris Frans Andriessen en oud-staatssecretaris Michiel Patijn.

Dinsdag

Het wordt ongewoon rustig, te rustig naar mijn smaak. Bespreek met mijn staf enkele aanbiedingen voor de toekomst – er is nog leven na de politiek.

Lunch met Marten van Heuven, een gepensioneerde Amerikaanse diplomaat van Nederlandse afkomst. Hij spreekt nog voortreffelijk Nederlands. Ter voorbereiding van een seminar dat hij aan de Harvard Universiteit geeft, bezoekt hij Nederland. Er blijkt veel verwarring over wat Nederland wil met het grondwettelijk verdrag en met onze positie in Europa.

Later een gesprek met de Directeur van de Hogere Hotelschool in Den Haag, Wim Dooge. Hij is een oude vriend en heeft mij destijds gevraagd toe te treden tot de Raad van Toezicht waarin ook een andere oude vriend zitting heeft, Rein-Jan Hoekstra van de Raad van State.

Woensdag

Laatste dag. Samen met mijn naaste medewerkers doe ik een aantal lastminutezaken af. Ik onderteken tientallen afscheidsbrieven aan collega’s en andere internationale persoonlijkheden.

Dan een boomplantceremonie op het Malieveld. Er staan al 25 koningslinden, een voor iedere EU-lidstaat, en vandaag komen er twee bij voor Bulgarije en Roemenië. Tijdens de toespraak herinnert de ambassadeur van Roemenië er nog eens aan dat ik destijds tegen de wens van mijn partij in de ratificatie van het toetredingsverdrag door het parlement heb geloodst. Ik geloof nog steeds dat een minister moet handelen conform zijn overtuiging, zelfs als zijn eigen partij daarvan niet is gecharmeerd. Tot slot van de plechtigheid eten we poffertjes; die lekkernij had ik sinds mijn jeugd niet meer geproefd. Lekker.

Later in de middag volgt een afscheidsreceptie van alle medewerkers van Buitenlandse Zaken. Het valt niet mee na bijna 44 jaar dit ministerie te verlaten. In mijn korte speech haal ik de vroegere Secretary of State James Baker aan, die zijn memoires de titel meegaf: ‘Study hard, work hard, don’t go into politics’. Dat laatste gebod heb ik met veel genoegen overtreden. Daarom besluit ik mijn toespraak met de woorden: ‘voor u staat een dankbaar mens’.

Tot slot een afscheidsdiner in Kasteel De Wittenburg aangeboden door secretaris-generaal De Heer. Er wordt veel gelachen, de avond is voorbij voordat ik het weet.

Donderdag

Er wordt eerst een foto gemaakt van de groep van trouwe medewerkers die mij deze jaren zo fantastisch heeft bijgestaan. Daarna het verwerken van de loodgieterstassen, inpakken van boeken en memorabilia en het tekenen van de laatste afscheidsbrieven. Rond vier uur vindt de overdracht van portefeuille plaats aan Maxime Verhagen. Een korte ceremonie die in een half uur is beklonken. Ik herinner me nog goed dat ik aan deze tafel eind 2003 de portefeuille overnam van Jaap de Hoop Scheffer en gelijk in het diepe werd gestort. Ik wens Maxime veel succes met deze prachtige baan en word door mijn chauffeur Sjohn van der Heiden naar huis gereden.

Vrijdag 23 februari

Het is een vreemde gewaarwording wakker te worden in de wetenschap dat ik vandaag niet naar de Ministerraad hoef. Om half elf heb ik een afspraak met Rob Meines van Meines & Partners. Ik ga op de fiets naar het Lange Voorhout. Gelukkig schijnt het zonnetje volop. Zoals de vlootvoogd Tromp zei : „Het zal waarachtig wel meevallen”.