Natuurlijk, maar praat vooral over de valkuilen van het vak

De problemen gaan verder: het gaat om de journalistieke mechanismes die een vertekend beeld doen ontstaan.

Joris Luyendijk

Oud-correspondent in het Midden-Oosten voor NRC Handelsblad. Hij schreef onder andere ‘Het zijn net mensen – Beelden uit het Midden-Oosten’.

Toen ik hoorde dat Koert Lindijer mijn boek over beeldvorming kritisch ging bespreken, was ik blij verrast. Sinds de verschijning, vorig jaar zomer, hoop ik op een weerwoord en nu nam een van mijn meest prominente vakbroeders de handschoen op.

Maar na lezing van Lindijers stuk veranderde mijn vreugde in teleurstelling en om uit te leggen waarom, moet ik eerst mijn constateringen samenvatten.

Volgens mij wordt de beeldvorming over het Midden-Oosten door vijf mechanismen vertekend. Misschien zijn er meer, maar deze vijf zorgen al voor een beeld dat is gefilterd, vervormd, gemanipuleerd, partijdig is en versimpeld. Deze vertekeningen ontstaan niet door gebrek aan inzet of deskundigheid, maar vloeien voort uit de beperkingen waarmee journalisten werken, zowel bij het verzamelen als bij het presenteren van informatie. Hierover moeten we veel opener worden, zodat kijkers, lezers en luisteraars ook weten en begrijpen wat we allemaal niet begrijpen en niet weten.

1. Gefilterd

Ten eerste geeft alle nieuws een gefilterd beeld, dat wil zeggen dat veel buiten beeld moet blijven. Nieuws is wat afwijkt van het alledaagse, de uitzondering op de regel. Het probleem is: hoe kan de gemiddelde Nederlander enig benul hebben van het alledaagse in Egypte of Soedan? Vandaar de clichés over Afrika en de ‘zielige kindertjes’ en van Arabieren als ‘boze baarden’. Wie steeds de uitzondering ziet, gaat die onbewust aanzien voor de regel.

2. Vervormd

Nieuws over de Arabische wereld is ook vervormd, want hetgeen wel in beeld komt is vaak iets anders dan het lijkt. Arabische landen zijn politiestaten. Mensen zijn geen burgers maar onderdanen, ze hebben geen rechtszekerheid en de ‘overheid’ is een soort kolossale maffia. In een dictatuur kunnen mensen geen kwesties agenderen, noch hun leiders ter verantwoording roepen of de overheid controleren. Zo raakt de publieke opinie fundamenteel ontwricht, terwijl ieder verzet tegen de dictatuur wordt gesmoord. Eigenlijk zou nieuws over de Arabische wereld steeds dit gegeven centraal moeten stellen, zoals nieuws over Oost-Europa tijdens de Koude Oorlog altijd duidelijk maakte dat die samenlevingen onder een soort bezetting leefden.

Maar wat moet de westerse journalistiek omwille van de begrijpelijkheid doen? Die spreekt van ‘president’ Mubarak, van het Jordaanse ‘parlement’, van een Saoedische ‘krant’. Zo impliceer je dat het systeem hier niet wezenlijk verschilt van het systeem daar, zeker als je ook nog spreekt van een ‘demonstratie’ op het moment dat ergens in een politiestaat een paar mensen een vlag verbranden. Dan is het een kleine stap naar het idee van ‘massale moslimwoede’ over Deense cartoons of een pauselijke uitspraak. Misschien was die massale woede er, we kunnen het niet weten. Een dictatuur overleeft bij de gratie van angst en intransparantie, en in zo’n systeem is de journalistieke methode van naam en toenaam en check en double-check een contradictio in terminis.

Natuurlijk kun je in een dictatuur belangrijke verhalen maken. Maar het punt is dat je ook allerlei belangrijke verhalen niet kunt maken, en zo blijft een essentieel deel van de werkelijkheid buiten beeld. Het fundamentalisme in de Arabische wereld is ook een reactie op het gebrek aan rechtszekerheid en de ongelofelijke corruptie en onderdrukking. Als je maar heel weinig van die rechtonzekerheid, corruptie en onderdrukking kunt tonen, valt de reactie daarop ook moeilijk te begrijpen. En wordt het dus onbegrijpelijk waarom verstandige mensen zich tot dat fundamentalisme aangetrokken kunnen voelen.

Iedere correspondent kan in een dictatuur mensen spreken, ik heb zelf weinig anders gedaan. Maar wat je niet kunt, is de uitspraken van jouw informanten extrapoleren naar de bevolking, althans niet zoals dat in een westerse democratie kan. Nota bene: de meeste experts dachten tot 11 september 2001 dat het fundamentalisme over zijn hoogtepunt heen was, ook bij de bevolking.

3. Gemanipuleerd

Nieuws is ook gemanipuleerd, want partijen weten dat beeldvorming over de werkelijkheid van invloed is op die werkelijkheid. Westerse regeringen besteden jaarlijks tientallen miljoenen bij public relations bureaus om redacties te manipuleren, en de geschiedenis barst van de geslaagde voorbeelden. Niet-westerse regeringen laten zich evenmin onbetuigd, bijvoorbeeld door journalisten visa te weigeren of erger. Het Russische leger maakte in een paar jaar in Tsjetsjenië meer burgerslachtoffers dan Israël in zestig jaar onder de Palestijnen. Maar anders dan Israël vermoordt Rusland journalisten die hiervan verslag doen, en horen we er zelden over. Ook dat is geslaagde manipulatie.

4. Partijdig

Manipulatie beïnvloedt niet alleen de berichtgeving, het doet dit ook in ongelijke mate, met als gevolg partijdige verslaggeving. Journalistiek bedient zich van hoor en wederhoor, maar wat als de ene partij zich beter kan laten horen dan de andere? En wat als de andere partij helemaal geen woordvoerders heeft? Ooit een woordvoerder van Al-Qaeda gezien bij hoor en wederhoor? Van de Talibaan? En over welke vragen pleeg je hoor en wederhoor? Waarom vraag je de Palestijnse woordvoerder wel of hij genoeg doet tegen de terreur maar zijn Israëlische collega niet of hij genoeg doet tegen de bezetting?

Nieuws is verder partijdig omdat de onvermijdelijke selectie van onderwerpen, invalshoeken en woorden subjectief is. Waarom zijn drie Israëlische doden wel nieuws, maar driehonderd Bangladeshi niet? Feit en opinie scheiden klinkt mooi, maar welke feiten presenteer je, vanuit welke invalshoek en met welk vocabulaire? Bij conflicten zijn alle termen beladen, en afhankelijk van wiens woorden je gebruikt, vertel je het verhaal uit diens perspectief. Je kunt niet zeggen: ‘Vandaag trok het Israëlische verdedigingsleger/het Israëlische leger/het Zionistische bezettingsleger zich terug uit één procent van de bevrijde/bezette/betwiste gebieden’.

5. Versimpeld

Ten slotte is het nieuws versimpeld, omdat het grote publiek na een paar minuten afhaakt en omdat nationalistische verslaggeving beter verkoopt dan zelfkritische. En hoofdredacteuren worden primair afgerekend op kijk-, luister- en oplagecijfers.

Zo raakt het nieuws vervormd en daarom vind ik Lindijers stuk teleurstellend. Mijn boek is geen aanval op de correspondent, of een pleidooi om het bijltje erbij neer te gooien. Mijn boek gaat over mechanismen bij beeldvorming, niet over hoe onze verslaggeving is bedoeld, maar hoe deze overkomt. Er zijn inderdaad goede en slechte journalisten, vakbroeders die hun codes en methodes eren en zij die dit niet doen. Maar het probleem gaat dieper: zelfs zij die zich aan hun codes en methodes houden, leveren nog steeds een gefilterd, vervormd, gemanipuleerd, partijdig en versimpeld beeld. De wereld laat zich nu eenmaal zeer beperkt doorgronden en beschrijven. Dit is niet de schuld van nieuwsmedia of correspondenten, maar we zouden deze mechanismen moeten benoemen in onze berichtgeving en als dit niet lukt, elders moeten toelichten hoe we mogelijk zijn gemanipuleerd, wat we allemaal niet konden weten, waarom we juist deze onderwerpen, invalshoeken en woorden hebben gekozen en welke perspectieven zouden ontstaan bij een andere selectie.

Dit is meer dan academische kwestie of gekissebis tussen twee mannen met een te groot ego. Al-Qaeda heeft ons de oorlog verklaard en we kunnen die oorlog alleen winnen als we doorgronden hoe Al-Qaeda zich presenteert aan de islamitische en Arabische wereld, welke argumenten het inzet en waarom die weerklank vinden. Westerse regeringen geven cruciale diplomatieke, financiële en militaire steun aan de dictators van Egypte, Marokko, Tunesië, Jordanië en de Golf. Al-Qaeda hamert er steeds op dat Arabieren door toedoen van het Westen onderdrukt worden, maar komt dit argument over? Wijs mij het debat over de westerse steun aan.

De beeldvorming over het Midden-Oosten trekt ook een wissel op de verhoudingen tussen Nederlandse moslims en niet-moslims, en op die tussen Nederlandse joden en niet-joden. En mede op basis van diezelfde beeldvorming laten wij onze politici hulpgoederen naar het Midden-Oosten sturen, of juist F-16’s en vredestroepen. Zoals Lindijer zegt over de geënsceneerde beelden van Amerikaanse lijken in Mogadishu: „die beelden bepalen nog steeds de Amerikaanse politiek in Afrika”. Zo cruciaal is beeldvorming in het informatietijdperk. Als je dan constateert dat deze beeldvorming sterk gefilterd, vervormd, gemanipuleerd, partijdig en versimpeld is, dan is er sprake van een ernstige situatie. Een fundamentele discussie over de inrichting en werkwijze van de nieuwsindustrie is hard nodig. Maar het wordt moeilijk naar oplossingen zoeken te zoeken als de problematiek zelf stelselmatig wordt genegeerd, ontkend of gebagatelliseerd.