Mediamaatje

Lachen of huilen: Bram Moszkowicz die midden op straat mobiel staat te bellen en zich quasi vertoornd omdraait naar de camera die bezig is op hem in te zoomen. Mr. Moszkowicz: „Ik probeer hier een privégesprek te voeren!’’ Een privégesprek – het laatste restje geloofwaardigheid van de meesterstrafpleiter ging op dat moment in rook op. De persconferentie die volgde, bevestigde het beeld: de media bespelen terwijl je de media afbrandt, opgeblazen pathos, en natuurlijk het einde van de rechtsstaat.

Tijdens die gelegenheid werd me ook duidelijk wat nu eigenlijk die maffia was waarmee Moszkowicz zich volgens Jort Kelder geëncanailleerd heeft: de onvoorstelbare hoeveelheid journalisten en cameramannen die voor dit vertoon waren uitgerukt. Ze verdrongen zich voor mr. Moszkowicz alsof die eindelijk zou onthullen waar Jezus lag begraven en en passant de ware toedracht van Dallas 22 november ’63 uit de doeken zou doen. Het was te veel, maar het was niet genoeg; dezelfde avond trok Moszkowicz opnieuw meer dan een miljoen kijkers met hetzelfde verhaal. Zelden is een advocaat zo pontificaal voor zijn cliënt gaan staan.

Dat Moszkowicz een mediamaatje is, wisten we al door zijn veelvuldige optreden bij RTL Boulevard; in welk ander land is het denkbaar dat een advocaat die zichzelf serieus neemt, als medepresentator plaatsneemt in een programma dat shownieuws als wereldnieuws brengt en wereldnieuws als shownieuws?

Live by the media, die by the media. Ik meen me toch echt te herinneren dat Moszkowicz in RTL Boulevard uitgebreid over zijn cliënt Holleeder gesproken heeft – en dan nu klagen dat journalisten met gelekte dossiers omgaan alsof het een jaargang van Story is. De opvolger van Moszkowicz, Jan-Hein Kuijpers, is nog niet zo bekend bij de televisiekijker, maar dat duurt niet lang meer: in de interviews die hij meteen na zijn aantreden gaf, verklaarde hij plechtig dat hij rust in de zaak wilde, en ook dat hij dat binnenkort wel in een of ander programma zou komen uitleggen. Tevens riep hij dat de zaak-Holleeder de zaak van de eeuw was. Het is 2007.

Mocht ik ooit ergens van verdacht worden, dan wil ik door iedereen verdedigd worden, behalve door een Nederlandse topadvocaat. Natuurlijk bestaat er een natuurlijke verwantschap tussen advocaten als Moszkowicz en de Nederlandse onderwereld – beide zijn verslaafd aan aandacht. Beide maken deel uit van de schrale Hollandse celebrity-cultuur, daarom komen ze elkaar ook zo vaak tegen in de PC Hooftstraat. Te dure pakken, te dure restaurants, te dure huizen, te dure hoeren, Hollandse criminelen en Nederlandse topadvocaten zijn altijd pijnlijk zichtbaar omhooggevallen – en omdat een groot deel van Nederland inmiddels een beetje omhooggevallen is en de rest ervan droomt ooit nog eens omhoog te vallen, zijn zowel criminelen als topadvocaten in Nederland mateloos populair. Net zo als die half bekende ijsdansers en vaag bekende ballroomschuifelaars, dat zijn stuk voor stuk BN’ers die die status eigenlijk niet verdienen – juist dat verklaart hun succes. Als zij omhoog kunnen vallen, dan kan ik het ook. Nederlanders zijn dol op beroemdheid, zo lang die maar op niets is gebaseerd.

Dat lijkt me ook het geval bij Willem Frederik Holleeder. Ik heb de dossiers niet tot mijn beschikking, maar zelfs wanneer het allemaal waar is wat er in staat, dan lijkt de man net zo weinig op een „meesterbrein’’ en „topcrimineel’’ als Frits Sissing op Fred Astaire.

Dat de vastgoedjongens gevoelig zijn voor hyperbool en hysterie, dat weten we inmiddels, er rijdt drie keer een man dreigend op een motor voorbij en ze overhandigen direct een paar miljoen in kleine coupures. Maar dat heel Nederland zich weer gek laat maken door een zootje ongeregeld, dat bovendien op geen enkele manier tot de verbeelding spreekt, is een bedenkelijk symptoom. Bij het zien van het hijgerige journaille dat met gerichte lenzen geknield voor Moszkowicz zat, overviel me een gevoel van schaamte – waren dit dezelfde mannen die massaal klaar stonden toen de grafsteen van de weduwe Wittenberg gelicht werd, omdat Maurice de Hond zeker wist dat er een bebloed mes in lag?

Hier en daar wordt vastgesteld dat de rust in Nederland is teruggekeerd. Dat lijkt me een voorbarige constatering. Al die camera’s moeten ergens op gericht worden. Afgelopen week zag ik Rita Verdonk op televisie, dat wil zeggen, ik zag Rita Verdonk de hele week op televisie – nog zo’n BN’er die razend populair is geworden omdat ze nergens goed in is. In al die programma’s had ze dan ook niets te zeggen. Maar ik zag nog wel hoe Rita een persoonlijke afscheidsbrief aan de minister-president schreef, de camera volgde trouw haar pen op het papier – een brief die kennelijk net zo vertrouwelijk was als de openbare telefoongesprekken van Bram Moszkowicz.

Het is de ziekte die aandacht heet. In het huidige klimaat zijn aandachtzoekers aandachtkrijgers, het dondert niet waarmee. Aandacht is een kwaliteit geworden. Iedereen in Nederland zoekt nu de openbaarheid, natuurlijk het liefst met de schijn van heldhaftigheid. Een aanklacht doet het altijd goed, of een ziekte, of gewoon een diep menselijke ervaring – ik zag een nieuw programma aangekondigd waarin gescheiden BN’ers onbeduidende gescheiden Nederlanders willen helpen door over hun eigen ervaringen te spreken. Ook hier ging het weer om half-beroemden, de prettig omhooggevallenen, onder wie natuurlijk Sylvana Simons, die trouwens ook het gezicht van het nieuwe Simavi-spotje is, onder het motto: „In de 15 seconden waarin Sylvana in de spiegel kijkt, overlijdt er een kind […].” Vroeger zag je nog wel eens een BN’er door een uitgedroogd landschap sjokken of liefdevol onthaald worden in een rieten dorpje met magere kinderen, tegenwoordig staan ze alleen nog maar voor de spiegel – het geeft de ontwikkeling aardig weer.

In zo’n klimaat kan niemand achterblijven. Wat doet de rechtsstaat wanneer vrijwel dagelijks door Bram en Maurice voor een miljoenenpubliek wordt verkondigd dat hij failliet is? Het OM heeft besloten zijn naam waar te maken, en zoekt nu ook veelvuldig de openbaarheid, in de hoop dat die batterij camera’s nu ook eens op hen wordt gericht. Daardoor zoeken advocaten nog gretiger de media. „We moeten af van deze trial by media’’, verklaarde Lian Mannheims, advocaat en waarnemend deken van de Orde van Advocaten Amsterdam. Ik help het haar hopen. Dat de zaak-Holleeder de zaak-Moszkowicz is geworden, zegt weinig over onze rechtsstaat, maar alles over onze cultuur.