Levensduur van kankerpatiënten

Richard D. Gill (1951) Phd, mathematicus ,hoogleraar. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Leiden,15 februari 2007 Mentzel, Vincent

Het is haast ondenkbaar dat een Nederlandse wiskundige nu een prestatie zou leveren zoals die waarover Richard Gill in 1982 publiceerde in Annals of Statistics. Dat zegt Richard Gill. Zijn uitspraak getuigt niet van arrogantie, maar vooral van een sombere visie op de toestand van de Nederlandse wiskunde. Als hoogleraar maakte Gill onlangs de overstap van de Universiteit van Utrecht naar die van Leiden. ‘‘De laatste plek in Nederland waar wiskunde, zuiver en toegepast in de volle breedte werd beoefend heeft het nekschot gekregen”, aldus Gill.

Als promovendus op het Centrum voor Wiskunde en Informatica kreeg Gill 25 jaar geleden de kans ‘om te doen wat [hij] wilde’. Gill: “Ik was met veel dingen tegelijk bezig, maar ik had niet kunnen voorspellen welke daarvan uiteindelijk resultaat zou opleveren. In de wetenschappelijke bureaucratie van vandaag de dag zou een jonge wetenschapper die kans niet krijgen.”

Met de Deen Andersen publiceerde Gill in 1982 een artikel waarin hij een wiskundige onderbouwing geeft van een model van de Britse statisticus David Cox. Gill: “Deze Cox-regressie-methode kun je gebruiken om een schatting te maken van de resterende levensduur van kankerpatiënten die een medische behandeling ondergaan. Daarvoor gebruik je variabelen zoals leeftijd,de tijd dat ze overleefd hebben en kenmerken van de tumor. Die gegevens moet je in het onderzoek meenemen om correcte conclusies te kunnen trekken.”

Gill gaf in zijn publicatie niet alleen een wiskundige onderbouwing van de methode-Cox, hij breidde die ook uit. “Wij hebben laten zien dat je een schatting van de resterende levensduur ook kunt maken als de variabelen variëren. Als bijvoorbeeld de bloeddruk in de loop van de tijd verandert. Dat inzicht heeft levens gered. Dankzij deze statistiek kunnen medici sneller onderscheid maken tussen goede en slechte behandelmethoden.”

Opmerkelijk is dat het aantal citaties van Gill’s stuk – 729 tussen 1982 en 2006 – per jaar gemeten nog gestaag oploopt. “Dat aantal citaties is nog maar het topje van de ijsberg’’, aldus Gill. “We hebben een boek geschreven dat ook vaak wordt geciteerd en er zijn ook veel gepopulariseerde versies van de afleiding en uitleg van onze methode, speciaal voor economen, demografen of epidemiologen. En als gebruikers een computerprogramma nodig hebben dat is gebaseerd op onze statistiek, dan zullen alleen naar de naam van de software verwijzen.”

Volgens Gill wordt de methode van Cox nog steeds op nieuwe wetenschappelijke terreinen toegepast. “Neem de bio-informatica. Pas sinds kort hebben onderzoekers voldoende informatie om te gaan kijken naar de invloed van de expressie van een gen in de loop van de tijd. Daardoor zal het aantal citaties voorlopig alleen maar verder toenemen.”