Leve de lerares Frans

Simon Rozendaal

‘Denk aan een lerares Frans’, zei André Spoor. Zo iemand, zei de hoofdredacteur, is een doorsnee lezer. Keurige opleiding maar een leek in de wetenschap.

Het was 1977, ik was vijfentwintig en dacht veelvuldig aan leraressen Frans. Met een van hen was ik zelfs getrouwd. Dat duurde overigens niet lang meer zodra zich het nieuwe bestaan op de Westblaak aandiende. Mijn eigen lerares Frans meende net als mijn voormalige studiemaatjes uit Delft dat ik bij een rechtse krant ging werken (konden zij bevroeden dat NRC Handelsblad ooit een waarlijk linkse krant zou worden). Toen ik vervolgens mijn Lelijke Eend verruilde voor een sportauto, was het gauw over met mijn lerares Frans.

Maar in diepste wezen is er altijd één bij mij gebleven. Het is het verstandigste advies dat ik ooit heb gekregen. Wie voor een lerares Frans probeert te schrijven, slaat sommige onderwerpen automatisch over. En de verhalen die je wel schrijft, zijn helderder.

Toen ik bij de krant kwam was er een tijdje geen wetenschapsredactie geweest. Ja, in een grijs verleden Arie de Kool en Sietz Leeflang, maar daarna had de krant deskundigheid proberen in te huren en dat beviel niet. Dus werd aan Ed Boer, voormalig binnenlandredacteur met medische specialisatie en een blauwe maandag geneeskunde gestudeerd, en mijzelf gevraagd een wetenschapsrubriek op te zetten.

Aanvankelijk hadden we geen eigen territorium maar moesten we onze stukken elders in de krant slijten. Daar heb ik veel van geleerd. Tegenover een redacteur binnenland of economie verdedigen dat jouw idee de moeite waard is en het vervolgens zo uitwerken dat het de concurrentie met andere kandidaten wint, dat is volgens mij een leerschool waar iedere wetenschapsjournalist doorheen zou moeten. Dan leer je automatisch om het belang van DNA te vergelijken met dat van een nieuw regeerakkoord.

Na verloop van tijd kregen wij een wekelijkse pagina (met als eerste verhaal een stuk van mijzelf over de dreigingen van, jawel, het broeikaseffect), later twee pagina’s en nog weer later, 25 jaar geleden, een bijlage. Die was weliswaar opgezet in samenwerking met de onderwijsredactie (Ton Elias, vader van, en Gerard van de Wetering) maar het was toch bovenal een wetenschapsbijlage – inmiddels gemaakt door vier mensen (we hadden Rob Biersma en Fred Backus aangenomen).

Het was niet de eerste van Nederland, want enkele maanden voor wij er mee kwamen, iets dat ruimschoots was aangekondigd, lanceerde de Volkskrant er opeens ook een – wat de benaming de Japanners van de Wibautstraat een nieuwe lading gaf.

dédain

Gelukkig was die van ons beter, met dank aan de lerares Frans. Ik weet niet zeker of ze later ook nog de schutsgodin van de wetenschapsbijlage is gebleven. Diezelfde André Spoor mopperde eens, toen we beiden bij Elsevier zaten, dat hij een interview in de bijlage had proberen te lezen met een Nobelprijswinnaar, wiens tafelgenoot hij die avond zou zijn, maar al bij de tweede alinea was afgehaakt. Nog erger: een wetenschapsredacteur van NRC Handelsblad schijnt zelfs een keer in een lezing openlijk dédain voor de leek, de lerares Frans dus, te hebben uitgesproken.

Gelukkig constateer ik dat ze langzaam maar zeker terugkeert op het voetstuk waar ze thuis hoort.

Mooi zo.