Hoe het water door de bocht stroomt

foto vincent mentzel Ir.Wim van Balen,TU Delft,Civiele Techniek. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Delft, 15 februari 2007 Mentzel, Vincent

Jaargang 1982 dringt door in de wetenschap. Net zo oud als de bijlage. Wat doen ze nu zoal?

In de tijd van de Batavieren zochten onze grote rivieren hun eigen weg naar zee. Nu zijn ze getemd. “Je moet de rivier in de hand houden, je kunt hem niet zomaar de vrije loop laten”, zegt civiel technicus ir. Wim van Balen (25). Als promovendus aan de TU Delft maakt hij driedimensionale schaalmodellen van kronkelende rivieren.

Hoe ziet je werkdag eruit?

“Ik zit voornamelijk achter de computer. Binnenkort wil ik graag eens naar Lausanne in Zwitserland, waar collega’s met schaalmodellen van rivieren experimenteren. Simpel gezegd gaat mijn onderzoek over de vraag hoe het water door de bocht stroomt. Een rivier is een ingewikkeld iets, met kribvakken, scheve oevers en hobbels. Het is heel lastig om dan bijvoorbeeld oevererosie of transportprocessen te voorspellen. Ik probeer die stroming heel gedetailleerd driedimensionaal te simuleren, inclusief de wervelingen of ‘turbulentie’.

“Mijn model heeft een nogal lange rekentijd nodig, maar rivierbeheerders willen sneller resultaten. Ze moeten de scheepvaart beschermen en het uitschuren van de bodem voorkomen. Ze gebruiken naast vuistregels tweedimensionale praktijkmodellen, waarbij je de rivier als het ware alleen van bovenaf bekijkt. Vanuit Delft willen wij de vuistregels een bredere fundamentele basis geven.”

Hoe ben je hiertoe gekomen?

“Op school vond ik wiskunde leuk en civiele techniek is lekker toepassingsgericht. Ik wou niet op een eilandje zitten. Maar na een tijdje bleek de civiele techniek wel érg praktijkgericht. Theorie is daar echt een hulpmiddel om dingen te beheersen en sluizen, bruggen en viaducten te bouwen.

“Waarom ik dit doe? Moet ik nou een verhaal afsteken over de nobele wetenschap? Promoveren doe je in de eerste plaats voor jezelf. Het mooie van een promotieonderzoek is vooral dat je vier jaar de tijd krijgt om je grondig in een onderwerp te verdiepen, je holt niet elke drie weken naar een ander project. Uiteindelijk zie ik mezelf niet in de wetenschap blijven. Na tien jaar Delft wil ik straks wat meer van de wereld zien - maar misschien denk ik daar volgend jaar weer anders over.”

Hoe weet je of de praktijk op jouw model zit te wachten?

“Mijn sponsor, de Stichting Toegepaste Wetenschappen, houdt elk half jaar een vergadering met betrokken partijen. Die gebruikerscommissie geeft aan wat de praktijk nodig heeft. Zo kwam iemand aanzetten met bepaalde schotten, die zijn bedrijf in Bangladesh al gebruikte om de rivierbodem tegen uitschuren te beschermen. De vraag was of ik daar via mijn simulaties wat diepere gedachten bij kon geven. Het idee dat mensen jouw werk in de praktijk kunnen gebruiken heeft iets geruststellends.”

Ligt dit onderzoek goed in de markt?

“Waterbeheer en ruimte voor de ri vieren zijn hete hangijzers, ons vakgebied krijgt veel aandacht. En als het klimaat verandert en de zeespiegel stijgt wordt het steeds belangrijker om die rivierafvoeren goed te beheersen. Wetenschap en beleidsvorming moeten hand in hand gaan. Het is wrang dat de Watersnoodramp van 1953 destijds door een hoofdingenieur van Rijkswaterstaat al precies was voorspeld, omdat de dijken te zwak waren. Dus als je me nou naar mijn idealistische drijfveren vraagt: ik zou graag een steentje bijdragen aan de strijd tegen overstromingen.”

Je hebt ook naam gemaakt als kerkorganist. Zie je een link met je voorliefde voor wiskunde?

“Mijn orgeldocent zegt van wel, maar zelf zie ik het orgelspelen meer als een uitlaatklep. Nou ja, je moet goed tellen. En als je orgel speelt kun je ook veel sneller typen. Aan het orgel kleeft een soort gereformeerd geladen ‘psalmenimago’, maar dat is gruwelijk onterecht. Het is een fantastisch instrument.”

Marion de Boo