Het fatale eerste contact

Hoe irrationeel waren de moordenaars van James Cook? Het antwoord raakt aan een kernkwestie in de antropologie. Dirk Vlasblom

Kapitein James Cook in 1775 COL - Der britische Seefahrer James Cook beim Kartenstudium (Gem„lde von Nathaniel Dance; National Maritim Museum London). Der am 27.10.1728 in Marton (Yorkshire) geborene Abenteurer trug mit drei Weltumsegelungen Wesentliches zur Erforschung des pazifischen und subantarktischen Raumes bei. Cook starb am 14.2.1779 eines gewaltsamen Todes auf Hawaii. Werbliche Nutzung nur nach Rcksprache! ullstein - AKG Pressebild

Er zijn wetenschappers die op de laatste 25 jaar terugkijken met een gevoel van voldoening over de verworven nieuwe inzichten, en er zijn er die vooral boos naar elkaar kijken. Niet zozeer omdat ze azen op dezelfde onderzoeksbudgetten – dat ook, natuurlijk – maar vooral omdat ze er diametraal tegenovergestelde wereldbeelden op na houden. In de culturele antropologie is dit laatste meer regel dan uitzondering.

Eén van de spannendste debatten die antropologen de afgelopen kwart eeuw hebben gevoerd, ging over de dood van de Britse zeevaarder en ontdekkingsreiziger James Cook op Hawaii, 14 februari 1779. Een grand old man van de Amerikaanse antropologie, Polynesiëkenner Marshall Sahlins, onderzocht de toedracht van dit eerste contact tussen Europeanen en Hawaiianen en schreef er sinds 1978 boeken en artikelen over.

De Hawaiianen, schrijft Sahlins, verdeelden het maanjaar in twee perioden. In de Makahiki-tijd, die vier maanden duurde, heerste er vrede, gaven de priesters van de vruchtbaarheidsgod Lono de toon aan en stond de koning op non-actief. De rest van het jaar, nadat Lono was vertrokken en zijn beeltenis was opgeborgen, was een tijd van oorlog, waarin de priesters van Ku, god van de mannelijkheid, de overhand hadden en de koning actief was. In de Makahiki-periode vierden Hawaiianen de wedergeboorte van de natuur. Hoogtepunt van de feestelijke cyclus was de komst vanuit zee van Lono, die de aarde weer vruchtbaar maakte. Lono-priesters droegen het symbool van de godheid, een kruis van bamboe waaraan een tapa (doek van boombast) en vogelhuiden hingen, rond het eiland, in de richting van de klok.

Cook arriveerde voor Hawaii op het hoogtepunt van Makahiki, de ommegang van de priesters. Hij kwam aan met twee schepen, de Resolution en de Discovery, vanuit het westen, net als Lono. Voordat hij landde, verkende hij de kust van het onbekende eiland door eromheen te varen, met de klok mee. Het symbool van Lono lijkt sterk op een mast met ra en zeilen – een beeldrijm van Polynesische religieuze symboliek en achttiende-eeuwse Europese scheepsbouw. Hawaiiaanse priesters, schrijft Sahlins, hielden Cook voor de vleesgeworden Lono. Toen de schepen op 17 januari 1779 het anker uitwierpen in de Kealakekua Baai en Cook aan land ging, werd hij met veel ceremonieel onthaald en geëerd in de belangrijkste tempel van het eiland. Na een paar weken vertrok hij weer in de richting waaruit hij was gekomen. Daar had hij zijn eigen redenen voor – hij zocht een noordelijke doorvaart naar de Atlantische Oceaan – maar het tijdstip van zijn vertrek, de avond van 3 februari, viel volgens de maankalender samen met het einde van Makahiki.

kosmische orde

In de week daarop maakte een storm de fokkenmast van de Resolution onbruikbaar. Op 11 februari voeren beide schepen opnieuw de Kealakekua Baai binnen om reparaties uit te voeren. Dit paste niet in de rituele cyclus, schrijft Sahlins. Sterker nog, het verstoorde het broze machtsevenwicht tussen de Lono-priesters, die maar een paar maanden per jaar de baas waren, en de koning en zijn veldheren, die na het vertrek van Lono de oorlogsvoering hervatten. Cooks terugkeer was niet alleen onbegrijpelijk, hij was ook ongewenst. Er werd een sloep gestolen en om die terug te krijgen wilde Cook de koning gijzelen. Op het strand stond hij tegenover een menigte opgewonden Hawaiianen. Toen de kapitein impulsief zijn pistool afvuurde, werd hij met messen gestoken en dood geknuppeld. Volgens Sahlins werd hij geofferd om de kosmische orde te bewaren. Zijn lichaam werd door Lono-priesters meegenomen en aan stukken gehakt. Zij bezorgden een enkel ledemaat terug bij Cooks metgezellen. De rest werd bijgezet in een Lono-tempel.

mythe

Sahlins’ reconstructie werd in 1992 verworpen door de Sri-Lankese antropoloog Gananath Obeyesekere in zijn boek boek The Apotheosis of Captain Cook: European Mythmaking in the Pa c i f i c . Hij deed dit meer op morele en politieke dan op empirische gronden: hij zag in Sahlins’ lezing een staaltje westers superioriteitsgevoel. De Hawaiianen konden niet zo dom zijn geweest dat ze Cook voor een god hielden – Obeyesekere als ‘fellow native’, lees: niet-westerling, ‘wist dat zeker’. Zij waren volgens hem veel rationeler dan Sahlins wilde erkennen. Obeyesekere schreef: ‘Ik trek deze ‘‘feiten’’ in twijfel. Ze zijn een creatie van de Europese verbeelding van de achttiende eeuw en later. Ze waren gebaseerd op de mythe van de geduchte ontdekkingsreiziger en beschaver die voor de “inheemsen” een god is. Kort en goed: ik betwijfel of de inheemsen hun Europese god schiepen; de Europeanen schiepen hem voor hen. Deze ‘‘Europese god’’ is een mythe van verovering, imperialisme en beschaving – een drie-eenheid die zich niet eenvoudig laat scheiden.’’ Volgens Obeyesekere werd Cook vermoord als gevolg van een gewone machtsstrijd op het eiland.

Sahlins schreef in 1995 een repliek: How ‘Natives’ think - About Captain Cook, For Example. Daarin etaleerde hij nog eens zijn beheersing van het bronnenmateriaal – niet het sterkste punt van zijn opponent. Op Obeyesekere’s verwijt dat Sahlins zich schuldig maakte aan etnocentrisme – de neiging om de eigen groep als het centrum van de wereld en als maatstaf van alle dingen te zien – reageerde hij zo: ‘Zijn anti-etnocentrisme is in wezen een omgekeerd etnocentrisme: Hawaiianen laten zich consequent leiden door burgerlijk rationalisme, terwijl Europeanen al ruim twee eeuwen in een mythe leven, namelijk dat de ‘‘inheemsen’’ hen voor goden houden.’

Sahlins en Obeyesekere houden er heel verschillende opvattingen van cultuur op na. De structuralist Sahlins ziet Hawaiianen als te onderscheiden ‘anderen’, die leven binnen een ‘totaal cultureel systeem van menselijk handelen’. Aan dat systeem ligt een andere kosmologie ten grondslag, die ten diepste afwijkt van de ‘moderne rationaliteit’ en die bestuurd wordt door een logica ‘die onlogisch lijkt voor ons en toch voldoet voor hen’. ‘Verschillende culturen, verschillende rationaliteiten’, zegt Sahlins. Volgens Obeyesekere ‘handelen mensen niet gedachteloos volgens een bepaald cultureel schema’ – zoals Sahlins zou beweren – maar hebben hun handelingen en overtuigingen bepaalde praktische functies die kunnen worden begrepen in psychologische termen. Hij ziet in Hawaiianen ‘pragmatische’, ‘berekenende’, ‘strategische denkers’, die ‘een probleem benoemen in praktische termen’.

De vorig jaar overleden antropoloog Clifford Geertz besprak de polemiek in The New York Review of Books (30 november 1995). Hij schreef: ‘Het debat gaat in wezen over de vraag die de antropologie al een eeuw bezighoudt: wat maken we van culturele praktijken die ons vreemd en onlogisch voorkomen? Dat geldt voor de achttiende-eeuwse Hawaiianen, die een kokospalm hielden voor het lichaam van een god (“een man met zijn hoofd in de grond en zijn testikels in de lucht”) en die hun levens zozeer hadden ingesnoerd in voorschriften en verboden – het taboe – dat ze zich soms nauwelijks konden verroeren. Die vraag geldt ook voor de achttiende-eeuwse Britse zeelui, die vrouwloos over de oceanen zwierven op zoek naar ankerplaatsen en Arcadië’s, en voor de nieuwsgierige, agressieve maatschappij waar kennis roem was, die hopend op werelds heil dit scheepsvolk erop uit stuurde. Die achttiende-eeuwse Hawaiianen en die Britse zeelui zijn verdwenen achter de horizon van de tijd. Een negentiende-eeuwse koning van Hawaii, Kamehameha II, maakte een einde aan het ritme van Ku en Lono, at samen met vrouwen en liet godenbeelden in zee gooien. Christendom, suikerriet en het stoomschip deden de rest. Voor onze kennis van de Hawaiianen uit de tijd van die eerste ontmoeting zijn we aangewezen op wat achttiende-eeuwse getuigen daarover schreven. Dat is een niet gering methodologisch probleem.’

In de jaren tachtig kwamen sociale wetenschappers, beïnvloed door ‘postmoderne’ filosofen als Michel Foucault, tot de slotsom dat dit probleem eigenlijk onoplosbaar is. Etnografieën, systematische cultuurbeschrijvingen, zouden niet geloofwaardig zijn, want antropologen zouden zó gevangen zitten in hun eigen wijze van denken en waarnemen dat ze niet in staat zijn die van anderen te begrijpen. Zo bezien maken mensen als Sahlins, die beweringen doen over de manier van leven van Hawaiianen, beweringen die Hawaiianen niet zelf doen, zich schuldig aan het ‘construeren’ van andermans bewustzijn. Volgens postmodernisten zijn etnografieën ‘constructies van De Ander’. Sterker nog, gezien de historische dominantieverhouding tussen het Westen en het gekoloniseerde niet-Westen, legitimeren deze teksten overheersing.

construeren

In wezen zijn postmodernisten sceptisch over wetenschappelijke kennis. Hun scepsis is algemeen – ‘alle kennis is macht’ – maar heeft harder toegeslagen in de sociale dan in de natuurwetenschappen. Vooral de antropologie is aangestoken, want die is vanouds geneigd tot relativeren. Hedendaagse wetenschap geldt als voortbrengsel van de westerse cultuur. Er is weliswaar sprake van een lichte bijmenging van de biologie en de geneeskunde met niet-westerse kennis, maar de doses zijn klein. Die wetenschap heeft ook een grote rol gespeeld bij het mondiale succes van het westen. In postmoderne termen: de westerse wetenschap oefent de hegemonie uit over de ken- en zijnsleren van de wereld. Binnen de exacte wetenschappen zit bijna niemand daarmee; in de antropologie, die reflecteert over culturele diversiteit, is dit een zware kwestie.

polyfonie

Postmoderne antropologen hebben het integrale cultuurbegrip van Sahlins en anderen overboord gegooid en spreken alleen nog over een veelheid van botsende ‘discoursen’, ook

Een ander voorbeeld: steeds meer archeologen zijn van mening dat al veel eerder dan 13.000 jaar geleden – het tijdstip dat tot voor kort werd aangehouden – de eerste moderne mensen over de Beringstraat naar Amerika trokken. De voorouders van de huidige indianen zouden tot een latere groep hebben behoord. De Sioux Vine Deloria jr. (1933-2005), politicoloog aan de University of Colorado, en andere indiaanse activisten hebben zich tegen deze opvatting verzet - in feite om politieke redenen. Deloria: ‘Heel wat blanken hebben me al gezegd dat indianen een stelletje indringers waren. In de archeologie gaat het er vooral om het schuldgevoel van de blanken weg te werken. Als we toch alleen maar dieven zijn die het land van anderen hebben gestolen, dan kunnen ze zeggen: kijk, we zijn allemaal immigranten.’ Ziedaar het inheemse gezichtspunt.

Marshall Sahlins heeft zich nooit neergelegd bij de ‘postmodernisering’ van de antropologie. In 2002 bundelde hij een aantal polemische aforismen in het boekje Waiting for Foucault, still.

Over cultuur en discours schrijft Sahlins: ‘Veel antropologen hebben de laatste jaren het begrip ‘cultuur’ ingeruild voor het foucaultiaanse ‘discours’. Als ‘het proces waardoor sociale werkelijkheid tot stand komt’ of een ‘systeem dat bepaalt wat gedacht en gezegd kan worden’, zoals iemand het onlangs formuleerde, lijkt een dergelijk ‘discours’ ten minste even terroristisch als de culturologie van de jaren veertig en vijftig, volgens welke cultuur een onafhankelijke, zichzelf sturende orde is, waarvan het menselijk handelen slechts een uitdrukking is. Omdat het selectief dicteert wat waargenomen, voorgesteld en uitgedrukt kan worden, is ‘discours’ het nieuwe superorganicum, dat des te dwingender is door de uitwerking van alom, in alle dagelijkse verhoudingen, aanwezige ‘macht’.’

Over objectieve antropologische kennis: ‘Een goede etnografie staat niet op zichzelf. Impliciet of expliciet is etnografie vergelijking. Dankzij vergelijking wordt een etnografische beschrijving objectief.’

Over polyfonie: ‘Natuurlijk variëren opvattingen, voorstellingen en betekenissen tussen mannen en vrouwen, rijken en armen, tussen het ene dorp en het andere, tussen gisteren en vandaag, maar verschillen zijn geen wanorde. Niet alles in een controverse is controversieel. Iets kan alleen in geschil zijn, en een samenleving kan alleen bestaan, dankzij een gemeenschappelijk systeem van begrijpelijkheid: cultuur.’