Gelijke prijzen?

Als laatste grandslamtoernooi gaat ook de organisatie van Wim bledon gelijk prijzengeld uitkeren aan mannelijke en vrouwelijke tennissers. Terecht?

Marcella Mesker, voormalig proftennisster, commentator voor NOS, toernooidirecteur ATP-Challenger (mannen) Scheveningen: „Mooi dat zelfs het traditionele Wimbledon de prijzengelden gelijktrekt. Er valt iets te zeggen voor het argument dat mannen op grandslamtoernooien meer betaald krijgen omdat ze langer spelen [om drie gewonnen sets in plaats van twee bij vrouwen]. Maar ik ben het eens met John McEnroe dat langer spelen niet per definitie beter spelen betekent. In de huidige, geëmancipeerde maatschappij geef je een verkeerde boodschap af als mannen meer geld verdienen. Je zegt in feite dat vrouwen minder zijn. Mannen werken er niet harder voor. Vrouwentennis biedt net zoveel amusement. Er is meer concurrentie aan de top; het mannencircuit heeft één superster.”

Kristie Boogert, voormalig proftennisster: „Ik heb er geen moeite mee dat mannen bij grandslamtoernooien meer verdienen dan vrouwen, want ze staan langer op de baan. Bij de meeste andere toernooien spelen mannen ook om twee gewonnen sets; dan zijn gelijke beloningen logischer. Maar in het algemeen vind ik gelijke prijzengelden een goede zaak. Het geeft blijk van meer respect en aandacht voor vrouwensport. Vrouwen zijn in de topsport een beetje ondergewaardeerd. Ze moeten er net zo hard voor werken. De amusementswaarde van vrouwentennis ten opzichte van mannentennis is een interessante discussie. Vrouwentennis wordt op tv beter bekeken, er zijn meer rally’s en de service is minder dominant. Ja, ik kan me vinden in de uitspraak dat ongelijkheid tussen vrouwen en mannen niet meer van deze tijd is.’’

Paul Haarhuis, oud-proftennisser, toernooidirecteur Alex Tennis Classics: „Op zich een goed idee. Ik denk dat Wimbledon is gezwicht omdat de andere grandslamtoernooien het al deden [bij US Open en Australian Open is de totale prijzenpot gelijk voor mannen en vrouwen, bij Roland Garros alleen voor winnaars]. Ik heb nooit problemen gehad met gelijke prijzengelden. Vrouwen moeten net zoveel investeren in topsport als mannen. Of gelijke prijzengelden ook terecht zijn, hangt af van de invalshoek. Bekijk je het vanuit het niveau van het tennis, dan zijn gelijke prijzen voor mannen en vrouwen eigenlijk te gek voor woorden. Vanuit de amusementswaarde en toeschouwersaantallen bekeken, kunnen gelijke prijzengelden wel terecht zijn.”

Kamiel Maase, langeafstandsloper: „Op zich terecht dat vrouwen en mannen voor podiumplaatsen evenveel prijzengeld krijgen. Maar beloningsverschillen zijn verdedigbaar, afhankelijk van de sterkte van een deelnemersveld of de bezetting van een nummer. In de atletiek zie je vaak dat nummers bij vrouwen in de breedte zowel absoluut als relatief minder bezet zijn dan bij mannen. Prijzengelden voor podiumplaatsen zijn in de atletiek – zeker bij door bonden georganiseerde toernooien als een EK of WK – vergelijkbaar. Wereldrecords op zwakkere, minder populaire nummers worden hetzelfde beloond als op de 100 meter sprint. Sportief gezien valt dat niet altijd uit te leggen, als je kijkt naar de populariteit en bezetting van een bepaald atletieknummer. Bij commerciëlere wedstrijden als de Grand Prix regelt de markt beloningsverschillen op grond van dat soort factoren.’’

Jacqueline Poelman, oud-sprintster: „Je moet niet bij voorbaat gelijke prijzengelden geven aan mannen en vrouwen. Bij sportprestaties van gelijk niveau zijn gelijke prijzengelden terecht. Presteert een vrouw in verhouding beter dan een man, dan mag ze ook meer verdienen. In de atletiek is dat bij de loopnummers makkelijker vast te stellen dan bij tennis. Beloning naar prestatie staat voor mij voorop. Met toeschouwersaantallen of amusementswaarde is het moeilijker. Neem Kournikova. Die was mooi, kreeg veel aandacht en trok veel sponsors, maar tenniste helemaal niet zo goed. Onterecht dat ze meer verdiende dan anderen.’’