Ga je mee naar buiten?

Een jonge, geadopteerde vrouw schrijft over haar ervaringen met Nederlandse mannen.

Op Eerste Kerstdag om een uur of tien in de ochtend hoorde ik mama voor het eerst klaarkomen. Dat vond ik behoorlijk asociaal. Ze weet hoe gehorig ons huis is. Als ik thuis ben houd ik me ook een beetje in.

Mama heeft sinds zeven maanden een nieuwe vriend en ze heeft haar prioriteiten bijgesteld.

Mijn ouders waren dus van die mensen die al drie kinderen hadden en toen dachten dat het zo leuk en nuttig zou zijn om een Koreaantje te adopteren. Al die kinderen zonder ouders. Praktisch idealisme in praktijk.

Toen ik vijf maanden oud was kwam ik naar Nederland en mama vertelde me dat toen ze met mij voor het eerst door het dorp liep mensen zich over de kinderwagen bogen en zeiden: „Wat een schattig Chineesje. Hoe heet hij?”

Tot zover mijn vroegste jeugd.

Op mijn vijftiende wilde ik een abonnement op de Yes. Maar dat mocht niet van papa. Ik denk dat er te veel seks in voorkwam. In plaats daarvan kreeg ik een abonnement op Psychologie Magazine. Jottem! In dat blad las ik een artikel over adoptiekinderen. Dat je als adoptiekind voor het leven gekwetst was.

Ik nam me toen voor om nooit op zoek te gaan naar mijn echte ouders. Die waren toch onvindbaar, had ik gehoord. En bovendien, wat moet je tegen je echte ouders zeggen? „Waarom hebben jullie me indertijd precies weggedaan?” Of: „Komen er hart- en vaatziekten in de familie voor?”

Ik besloot dat mijn adoptie geheel en volledig geslaagd was.

Dat was het eerste belangrijke moment in mijn leven.

Kort daarop besloten mijn ouders uit elkaar gaan. Papa vertelde aan de advocaat dat zo’n adoptie gepaard ging met vreselijk veel stress.

Om een lang verhaal kort te maken: om de stress kwijt te raken was papa vreemdgegaan en als je daar eenmaal mee begint kun je er niet mee ophouden, schijnt.

In die tijd zat ik op hockey.

Onder de douche kwam een meisje dat in een hogere klasse speelde voor me staan. Ze zei: „Ik wist wel dat Aziatische vrouwen kleine borsten hebben, maar bij jou is de verhouding tussen de tepel en de tiet echt uit de hand gelopen.”

Ik heb me een half jaar zorgen gemaakt om de verhouding tussen de tepel en de borst. Tot ik begreep dat die tepel niet kleiner zou worden en ik had geen zin om de borst groter te maken.

Dat was het tweede belangrijke moment in mijn leven.

Bij ons in het dorp was er zaterdag disco. Op een gegeven moment vroeg een jongen dan: „Ga je mee naar buiten?” (Maar dan in dialect.) Dat betekende: „Ga je mee zoenen?” Ik ging meestal niet naar buiten, maar ik hield ook niet van zoenen.

Tot ik ergens in mijn eindexamenjaar dacht: dit moet niet veel langer duren. Ik ga hier niet eeuwig wachten, anders hadden ze me net zo goed kunnen laten wegrotten in een kindertehuis.

Iedereen was al buiten. Aan de bar stond nog één jongen, met halflang haar en pukkels. Ik dronk nog een biertje, want dat was het goedkoopste wat er was.

Toen liep ik naar die jongen toe en ik zei: „Ik ben geadopteerd en ik kom uit Korea, maar ik wil wel versierd worden.”

Dat was het derde belangrijke moment in mijn leven.