Enkel paspoort is geen panacee

De discussie over dubbele nationaliteit is opgelaaid na een Kamerdebat in de laatste dagen van minister Verdonk. Is loyaliteit gebonden aan het houden van één paspoort?

Toen voormalig staatssecretaris van Landbouw Dzsingisz Gabor wist dat hij politicus wilde worden, schreef hij in 1977 een lange brief aan Pál Losonczi, het toenmalig staatshoofd van Hongarije. Hij vroeg daarin hem zijn Hongaarse nationaliteit te ontnemen. „Ik wilde als politicus onkwetsbaar zijn.”

Gabor (1940) – na de Hongaarse opstand in 1956 met zijn moeder naar Nederland gevlucht – vond dat een dubbele nationaliteit dat onmogelijk zou maken. Nederland was aangesloten bij de NAVO, Hongarije bij het Warschaupact. „Als Nederland en Hongarije in oorlog zouden raken, zou ik bijvoorbeeld kunnen worden opgeroepen voor militaire dienst in Hongarije, niet komen opdagen en worden doodgeschoten.”

Met loyaliteit had het niets te maken, zegt hij. Politici leggen immers een eed af op de grondwet. Uit een peiling vorige week bleek dat bijna de helft van de Nederlanders dat niet met Gabor eens is. Bewindslieden mogen maar één paspoort hebben, vinden zij.

In de Tweede Kamer ontstond vorige week ophef nadat de PVV zich tegen de beëdiging van de bewindslieden Albayrak (ook Turkse) en Aboutaleb (ook Marokkaan) uitsprak. Hun dubbele nationaliteit zou volgens critici tot belangenconflicten kunnen leiden.

Het debat over dubbele nationaliteit ging de afgelopen decennia altijd over andere zaken, zegt Betty de Hart, die aan de Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek doet naar dit debat in Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. Het tegengaan van dubbele nationaliteit is volgens haar een middel dat regelmatig wordt aangegrepen om tal van maatschappelijke problemen te bestrijden: „Een middel tegen alle kwalen.”

In de jaren tachtig en negentig ging het debat eigenlijk over integratie, zegt zij. „Als migranten een sterkere rechtspositie zouden krijgen, zouden ze beter integreren, was de gedachte.”

[Vervolg LOYALITEIT: pagina 3]

paspoort Loyaliteit kun je niet creëren

Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het voor hen makkelijker te maken te naturaliseren, aldus De Hart. Ze mochten daarbij hun oorspronkelijke nationaliteit houden, sinds 1992. In 1997 blijkt het aantal naturalisaties inderdaad fors gestegen. Maar dan zijn de politieke verhoudingen veranderd en wordt anders over integratie gedacht. Immigranten moeten bij naturalisatie vanaf dan weer afstand doen van hun oorspronkelijke nationaliteit. Er zijn echter uitzonderingen, waardoor in de praktijk het overgrote deel de oorspronkelijke nationaliteit behoudt. In 2006 waren er een miljoen Nederlanders met een dubbele nationaliteit, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bijna de helft heeft naast de Nederlandse ook de Turkse of Marokkaanse nationaliteit.

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 in de VS gaat het debat eigenlijk over loyaliteit. Met name de loyaliteit van moslimmigranten wordt in twijfel getrokken. En dan vooral die van Marokkanen, zegt De Hart. „Omdat die nu worden gezien als meest problematische migrantengroep. In Duitsland gaat het vooral over Turken. In Amerika is dubbele nationaliteit nauwelijks een probleem, maar als erover wordt gesproken, betreft het Mexicanen.”

Van sommige mensen vinden we het niet zo problematisch dat ze een dubbele nationaliteit hebben, zegt De Hart. Kinderen van een Nederlandse en buitenlandse ouder krijgen een dubbele nationaliteit. En de ChristenUnie verzette zich vorige week tegen het deel van het wetsvoorstel van Verdonk, waarin partners van Nederlanders niet langer hun buitenlandse nationaliteit mogen houden. „Hieruit blijkt wel dat men niet dubbele nationaliteit op zichzelf, maar dubbele nationaliteit van bepaalde groepen problematisch acht”, zegt De Hart.

Tegenstanders van een dubbele nationaliteit gaan ervan uit dat mensen niet in staat zijn twee culturen met elkaar te combineren, zegt bijzonder hoogleraar management van diversiteit en integratie Halleh Ghorashi. „Ze zeggen: om loyaal te zijn aan Nederland moet je afstand doen van je andere nationaliteit, maar dat is een heel statische benadering van cultuur.” Ze willen, zegt ze, het Nederlanderschap te exclusief maken. Ze denkt dat dat niet komt door het toegenomen aantal immigranten, maar omdat ze voor het eerst, zoals Albayrak en Aboutaleb nu in de regering, op invloedrijke posities komen. „Voor sommige mensen is dat beangstigend.”

Zelf vluchtte ze in 1988 uit Iran. „Kiezen voor de Nederlandse nationaliteit was een zeer emotionele stap. Ik liet in Iran veel dierbaren achter, levende en dode. Het voelde alsof ik mijn eigen achtergrond verloochende.” Dat ze haar Iraanse nationaliteit kon houden, maakte de stap makkelijker.

Vorig jaar – Ghorashi was achttien jaar niet meer in Iran geweest – moest haar ernstig zieke moeder worden opgenomen in het ziekenhuis. „Ik nam het risico. Ik ging haar direct opzoeken. Dat kon alleen omdat ik de Iraanse nationaliteit had.” Ze had het zichzelf én de Nederlandse overheid nooit kunnen vergeven als ze haar moeder niet had kunnen bezoeken. Door een nationaliteit af te nemen cre-ëer je geen loyaliteit, zegt ze. Juist het tegengestelde. „Mensen zijn het meest kwetsbaar als het gaat om hun dierbaren, hun familie, hun achtergrond.”

CDA’er Dzsingisz Gabor zou nu een andere afweging hebben gemaakt, maar hij kan zich situaties voorstellen waarin ook nu een politicus met een dubbele nationaliteit voor een belangenconflict zou komen te staan. „Stel, een politicus zegt iets wat de regering van het geboorteland niet welgevallig is. Hij kan dan worden vervolgd.”

Maar het inleveren van een tweede paspoort vindt hij ook voor een politicus niet vanzelfsprekend. „Het is telkens weer een hele persoonlijke afweging. Met het inleveren van een tweede paspoort levert iemand misschien ook de eeuwenoude familierechten op een stuk grond in. Waarom zou je iemand daartoe verplichten?”