Elk stukje modder is wereldnieuws

Appy Sluijs,bioloog,geoloog. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Utrecht, 14 februari 2007 Mentzel, Vincent

Jaargang 1982 dringt door in de wetenschap. Net zo oud als de bijlage, wat doen ze nu zoal? De klimaatverandering die ons te wachten staat, is eerder vertoond, zo’n 55 miljoen jaar geleden. 150.000 jaar later kwam het vanzelf weer goed. Dat zegt paleo-ecoloog dr. Appy Sluijs (25), die als postdoc in het departement biologie van de Universiteit Utrecht klimaatveranderingen in een grijs verleden onderzoekt. “Onze huidige CO2-concentraties zijn met 380 ppm al hoger dan we de afgelopen 20 miljoen jaar hebben gezien. Begin volgende eeuw zullen de preïndustriële waarden verviervoudigd zijn tot zo’n 1120 ppm, net zoals 40 of 50 miljoen jaar geleden. Daarom is het van belang om te bestuderen hoe de wereld er toen uitzag.”

Hoe pak je dat aan?

“Vanaf een schip schieten we plastic buizen de zeebodem in. Je hijst die pijpen vol zeeslib weer op en dan kun je die boorkernen analyseren op gesteenten, fossielen en allerlei chemische eigenschappen. Daaruit kun je van alles afleiden over hoe de oceaan en de atmosfeer vroeger in elkaar zaten, hoe warm het was, hoe voedselrijk.”

Hoe diep boor je dan?

“In Nederland tref je soms al op 100 meter diepte prachtige marine sedimenten uit de fossiele broeikasperiode aan. Ons land lag toen onder water omdat het warm was en er geen ijskappen op Groenland en Antarctica waren. Op andere plekken boor je soms enkele kilometers diep. Op zee werken we met een omgebouwd olieboorschip. Als student mocht ik mee met het internationale Ocean Drilling Program. Zo’n 1.000 kilometer uit de kust van Namibië hebben we in zeven weken tijd zo’n 5 kilometer boorkern omhoog gehaald. Intussen zie je ook walvissen, vliegende vissen en een reusachtige manta (duivelsrog). We hebben daar een paar geweldige publicaties in Science en Nature uitgehaald, waarin we lieten zien dat de CO2-concentraties zo’n 55 miljoen jaar geleden door natuurlijke oorzaken in korte tijd heel snel zijn gestegen. Dat leidde, net als nu, tot extreme opwarming en snelle verzuring van de oceaan. Het duurde zo’n 150.000 jaar tot het klimaat zich hersteld had.

“Intussen worden onze technologische mogelijkheden steeds beter. Drie jaar geleden konden we met een aangepaste ijsbreker voor het eerst ook rond de Noordpool gaan boren. Elk stukje modder dat je daar omhoog haalt, is wereldnieuws.”

Is het frustrerend om ‘broeikaswetenschapper’ te zijn?

“Wel een beetje. Maar het is ook moeilijk voor politici om onze voorspellingen te interpreteren. Als je het broeikaseffect écht significant wilt tegengaan, vraagt dat zulke draconische maatregelen, met dermate ingrijpende economische implicaties, dat ik niet zou weten of we daarmee beter of slechter af zouden zijn. Of moeten we met de klimaatverandering leren leven? Zelfs als we nu compleet zouden stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen, zal de in gang gezette klimaatverandering nog honderden jaren doorgaan.”

Hoe kan de wetenschap de wereld vooruit helpen?

“Tja, goeie vraag. Ik zie de wetenschap in de eerste plaats als mijn persoonlijke professie. Ik ben zelf vooral gegrepen door de natuurwetenschappen. Ik wil weten hoe de dingen in elkaar zitten, hoe het bijvoorbeeld zit met de oerknal. Fundamenteel onderzoek heeft nou juist als definitie dat het niet direct bedoeld is om de maatschappij vooruit te helpen – waarmee niet gezegd is dat er nooit iets nuttigs uitrolt. De klimaatproblematiek is misschien wel het allerbelangrijkste maatschappelijke probleem van de 21ste eeuw. Als er de afgelopen 30 jaar niks aan fundamenteel klimaatonderzoek gedaan zou zijn, zouden onze voorspellingen voor de toekomst nog onzekerder zijn. De ontdekking van de fossiele broeikasramp van 55 miljoen jaar geleden staat nu prominent in het recente rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).”

Marion de Boo